Landbouw innovatie in Brabant
LIB steunt al 25 jaar boeren met innovaties
De Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant (LIB) geeft al meer dan een kwart eeuw ondersteuning aan duurzame boeren met innovatieve ideeën. Mede dankzij deze steun profiteren nu ook andere boeren van nieuwe technologie, duurzame bedrijfsconcepten en vernieuwende verdienmodellen.
Innovaties voor duurzaamheid
Het stimuleren van duurzame land- en tuinbouw was in 1995 het doel van de oprichting van LIB, een initiatief uit de koker van de Provincie Noord-Brabant en ZLTO. De partijen ondertekenden een convenant om vier jaar lang samen aan innovatie te gaan werken en na een evaluatie te bekijken of ze nog eens vier jaar zouden doorgaan. "Niemand had kunnen bedenken dat het nu nog zou bestaan", zegt Geert Wilms, secretaris van LIB en al vanaf het begin betrokken. "We zagen dat innovatie voor duurzame ontwikkeling noodzakelijk was.” Elk jaar worden vanuit het LIB 30 tot 35 projecten gesteund. Naast advies bestaat die steun gemiddeld uit een bedrag tussen tien- en vijftienduizend euro. In totaal stellen de provincie Noord-Brabant en ZLTO samen een half miljoen euro per jaar ter beschikking. "Zo hebben we in al die jaren 786 projecten gesteund", aldus Geert Wilms.

Projecten met impact
Innovatie kan veel verschillende dingen betekenen. Soms gaat het om hightech-oplossingen (zie kaders), soms om bedrijfsprocessen of maatschappelijke innovatie. "Een van de eerste projecten ging over beregenen op maat, bedoeld om het gebruik van grondwater terug te brengen”, herinnert Geert zich. “Ruim 3.500 boeren en tuinders hebben daaraan meegedaan op 60.000 ha. Dat begon simpelweg met meten wat de onttrekking was, dat wisten we toen helemaal niet. Nu wordt beregening overal veel meer aangepast op het bodemtype, en met hightech wordt ook de weersvoorspelling daarin meegenomen. Dat project heeft echt impact gehad."
“We zagen dat innovatie voor duurzame ontwikkeling noodzakelijk was.”
Asperges sturen
In al die 25 jaar zijn er heel succesvolle en minder succesvolle projecten geweest. Soms werden nieuwe technieken toegepast op slechts 10 tot 15 bedrijven, soms breed over de provincie en zelfs daarbuiten. "Een mooi voorbeeld van een project dat veel opvolging heeft gekregen is het gebruik van zwarte en witte folie in de aspergeteelt”, zegt Geert. “Daarmee kun je de temperatuur regelen en sturen hoe snel de asperge groeit. Dat bepaalt dus ook wanneer ze gestoken moeten worden en zo kun je bijvoorbeeld voorkomen dat er op zondag gewerkt moet worden. Dat was het oorspronkelijke doel van de ondernemers die ermee zijn gestart. Meer vanuit sociaal oogpunt dus." Een ander mooi voorbeeld van opschaling is de ondersteuning van zorgboerderijen. “Als zorgboer krijg je steeds meer te maken met ingewikkelde contracten met zorgvragers en zorgaanbieders. Omdat dat niet bij elke boer past en beter samen kan worden georganiseerd, is ruim tien jaar geleden begonnen met een organisatie in Midden-Brabant, die nu uitgegroeid is tot Stichting zorgboeren Zuid, die zorgboeren in Noord-Brabant, Limburg en Zeeland bij die zaken ondersteunt”.

Zetje in de rug
Geert wil niet zeggen dat al deze innovaties er niet waren gekomen zonder LIB, maar gelooft wel dat LIB een belangrijke rol vervult. "Een boer heeft meerdere impulsen nodig om met innovatie aan de slag te gaan en daar zijn wij er één van. Ik denk dat wij een zetje in de rug geven. Soms is dat een financieel zetje, soms een advies om eens iemand in het netwerk te bellen, maar het kan ook meer morele steun zijn. Als je het anders wil doen word je namelijk al snel voor gek verklaard en dat kan je behoorlijk onzeker maken. Ons enthousiasme en voorbeelden van andere succesvolle innovaties, of het laten zien dat ook anderen met de ideeën bezig zijn, kan dan een grote steun zijn voor de agrariër om toch een stap te zetten."
LIB blijft waardevol
De afspraak om na vier jaar te evalueren is al die tijd gebleven, dat gebeurde steeds door prominente hoogleraren. Elke keer is de conclusie geweest dat het om waardevolle projecten en verbindingen gaat en dat doorgaan met LIB invulling geeft aan een positief geluid en perspectief in de agrarische sector. “De insteek van de projecten is in de loop der tijd wel veranderd. Van enkelvoudig, bijvoorbeeld alleen op water, bestrijdingsmiddelen of energie gericht, naar meer integraal. We hebben het nu bijvoorbeeld meer over kringlooplandbouw", aldus Geert. “Het is heel goed dat die evaluatie steeds terugkomt. Het houdt je scherp, je leert ervan en het zorgt ervoor dat we blijven doen waar het LIB ooit voor is opgericht. Maar het dwingt ons ook om ons aan te passen aan nieuwe inzichten en aanbevelingen van de deskundigen, zodat we meegaan met de tijd."

Bedrijf: Biologisch akkerbouwbedrijf Biotrio in Langeweg Ondernemers: Kees van Beek en Jaap Korteweg
Jaap is initiatiefnemer van Biotrio en eerder landelijk bekend geworden als De Vegetarische Slager. Op 135 hectare worden aardappelen, kool, uien, wortelen, spinazie, kruiden en grasklaver verbouwd met 1 tot 8 medewerkers.
Welke innovatief project ben je gestart?
“Aan het begin van deze eeuw hebben we een rijpadensysteem ontwikkeld om de bodem te sparen. Door op het land een beperkt aantal vaste rijpaden te gebruiken, blijft de bodemstructuur op de rest van de akkers zo veel mogelijk intact. Dat is weer goed voor allerlei bodemprocessen. Zo kunnen micro-organismen hun werk doen. Inmiddels wordt het door bijna alle biologische akkerbouwers in Nederland gebruikt, en wordt het ook door veel andere collega’s opgepakt.”
Hoe heeft LIB bij jullie innovatie geholpen?
“Hoewel wij aardig met een trekker overweg konden, bleek het onmogelijk om keer op keer over een lengte van honderden meters exact in een rechte lijn over het land te rijden. Daar bood een gps-systeem uitkomst. Daarmee kon de tractor zelfstandig kaarsrecht rijden en keren. Niemand geloofde vooraf in het systeem, maar LIB wel! Uiteindelijk bleek het beter voor de bodem, beter voor klimaat en ook een hogere opbrengst op te leveren.”

Bedrijf: Biologisch rundveebedrijf Oomen in Oirschot Ondernemers: familie Oomen
Vader Peter en zoons Bastiaan en Jasper houden 120 zoogkoeien en 210 kalveren en ossen van het ras Blonde d'Aquitaine, met 150 hectare grasland, 40 hectare akkers, en 1.000 hectare voor begrazing. Ze werken daarbij nauw samen met Natuurmonumenten.
Welk innovatief project ben je gestart?
“Wij voeren werkzaamheden uit voor Natuurmonumenten. Een van de taken is het maaien van de graslanden, een heikele missie in een natuurrijk landschap. Reeën, konijnen, hazen, patrijzen en fazanten houden zich vaak schuil in het hoge gras, dat ook een broedplaats kan zijn voor weidevogels. Dat vraagt flink wat aanpassingen.”
Hoe heeft LIB bij jullie innovatie geholpen?
Veel boeren die natuurgronden beheren, hebben een zogeheten wildredder op hun tractor. Dat zijn rammelende kettingen of een sirene om wild af te schrikken. Maar dit ging ons niet ver genoeg. LIB heeft ons geholpen met de aanschaf van een hightech-oplossing: de Sensosafe. De vinding bestaat uit een balk voor de maaier met daarop sensoren die het weerkaatsende natuurlijke licht met verschillende golflengten meet. Bij alles wat afwijkt van het groene gras treedt het alarmeringssysteem direct in werking, waarna de maaier binnen een halve seconde omhoog gaat.”
