4. WAT IS ER NODIG OM WONINGEIGENAREN TE BEGELEIDEN?

Als je woningeigenaren wilt ondersteunen in alle stappen van de bewonersreis, kun je je afvragen wat daarvoor allemaal nodig is. Vanuit onze ervaringen hebben we een aantal ingrediënten gedefinieerd die nodig zijn om woningeigenaren optimaal te kunnen begeleiden. Deze lijst is zeker niet volledig, maar geeft een goed beeld van de randvoorwaarden.

De bondgenoot biedt onafhankelijke, deskundige en langjarige begeleiding

  • Onafhankelijk: de vraag en behoefte van de bewoners dienen centraal te staan. De woningeigenaar moet in de begeleider een bondgenoot vinden, iemand die aan zijn kant staat bij het energiezuinig en aardgasvrij maken van de woning. Zodra mensen twijfelen aan de onafhankelijkheid, is het vertrouwen weg en haken ze af.
  • Deskundig: mensen hebben veel technische en financiële vragen. Ook willen ze weten wat de overheden van plan zijn met de energietransitie. De ontwikkelingen gaan snel en de inzichten veranderen soms met de dag. De begeleiding moet adequaat kunnen inspelen op alle vragen die de bewoner stelt. Dat vraagt veel deskundigheid. Niet iedere begeleider hoeft alle kennis in huis te hebben, maar moet wel kunnen doorverwijzen naar collega’s of naar een website met ‘veelgestelde vragen’, handleidingen en/of checklists.
  • Langjarig: het verduurzamen van de woning is een proces dat veel tijd kost. Wij gaan er van uit dat er in een wijk minimaal 15 jaar ondersteuning nodig is voordat de wijk aardgasvrij is. Mensen zijn jarenlang bezig om plannen te maken en uit te voeren. Telkens komen ze nieuwe obstakels tegen die het proces vertragen en soms zelfs helemaal doen stoppen. De bondgenoot kan telkens weer het zetje geven dat nodig is om op gang te blijven.

Ingrediënten

  • Goed opgeleide begeleiders
  • Een team van lekcheckers
  • Een klussendienst
  • Een woningvolgsysteem
  • Bescherming van bedreigde dieren
  • Financiering

Hieronder werken we deze ingrediënten kort uit:

Goed opgeleide begeleiders

Dit is een nieuwe functie waarvoor veel deskundigheid en mensenkennis zijn vereist. Soms zit alle expertise in één persoon, maar vaak zijn het verschillende personen die samen de juiste kennis hebben om de hele reis te begeleiden. Denk aan energiecoaches, lekcheckers, energieadviseurs, buurtcoördinatoren, financieel begeleiders en begeleiders uit het sociale domein die helpen bij energiearmoede. Het is van groot belang de begeleiders als team te laten samenwerken. Als bijvoorbeeld de energiecoach een woning heeft bezocht en verwijst naar een energieadviseur, zorg dan voor een goede overdracht van de coach naar de adviseur.

Een team van lekcheckers

Om de lekcheck te kunnen aanbieden is het volgende nodig:

  1. Apparatuur, hier vind je een bestellijst van de apparatuur die langs de A16 wordt gebruikt en een partij die de spullen kan leveren,
  2. Een team van lekcheckers,
  3. Opleiding en instructie hoe de apparatuur te gebruiken,
  4. Coördinatie en communicatie voor de werving van woningeigenaren en het maken van afspraken.

In deze handreiking is beschreven hoe bovenstaande punten in Terheijden zijn uitgewerkt.

Hoe bouw je een team op van lekcheckers?

Onze ervaringen uit het kennis- en leertraject in Moerdijk

Vanwege onze samenwerking met Energiek Moerdijk konden we enthousiaste energiecoaches omscholen tot lekchecker. We ondervonden dat niet iedere vrijwilliger zich de lekcheck even gemakkelijk eigen maakt. Om het goed onder de knie te krijgen, moet je deze test vier tot vijf keer uitvoeren. Een vrijwilliger leert het snelst als hij/zij in korte tijd meerdere onderzoeken kan uitvoeren.

Naast de energiecoaches die zich wilden bijscholen, is er ook binnen eigen netwerken gezocht naar vrijwilligers. We zagen dat energiecoaches en lekcheckers twee verschillende typen mensen zijn, met andere wensen en behoeften. De tweede groep is graag hands-on bezig en vindt het fijn dat ze niet veel hoeven voor te bereiden. We hoefden dus niet te zoeken in het bestand van energiecoaches, maar konden echt andere mensen benaderen voor het uitvoeren van de lekchecks.

We hebben ook online geworven, maar dat bleek niet effectief. Veel beter gaat het werven via het warme netwerk. Energiecoaches van Energiek Moerdijk werken gemeentebreed. In dit project was dat niet anders. Lekcheckers ervaren het reizen tussen de dorpen als prettig. Ze zien zichzelf als dorpenverbinders.

Ook is onderzocht of het lekcheck-team versterkt kan worden met mensen die ‘maatschappelijke-uren’ mogen inzetten in hun werk. Hier ligt een kans: je vindt gemakkelijk nieuwe enthousiaste mensen, maar er is ook een risico: het duurt een tijdje voordat iemand zelfstandig een lekcheck kan uitvoeren. Met een wisselende ploeg moet er wel altijd een ervaren lekchecker aanwezig zijn.

Vrijwilligers of professionals

De lekcheck kan zowel door professionals als door vrijwilligers worden uitgevoerd. Het voordeel van werken met vrijwilligers is dat ze weinig kosten, dat ze intrinsiek gemotiveerd zijn om anderen te helpen en dat ze de omgeving goed kennen. Vrijwilligers doen het werk omdat ze het echt leuk vinden. Ze kunnen alle tijd nemen die ze willen, werken niet op de klok. Hierdoor voelen bewoners zich extra gezien en gehoord. Daarnaast heeft de inzet van vrijwilligers ook een positief sociaal effect op de buurt. De lekcheckers kennen veel mensen en zijn een vertrouwd gezicht.

Professionals worden betaald voor hun werk en hebben vaak meer technische kennis en ervaring, wat kan resulteren in een efficiëntere en mogelijk meer diepgaande lekcheck. Echter, dit betekent niet dat ze beter zijn dan vrijwilligers. Beide hebben voor- en nadelen en kunnen elkaar aanvullen. Soms is het nodig om professionals in te zetten, bijvoorbeeld wanneer er te weinig vrijwilligers zijn. Vrijwilligers zijn vaak maar enkele uren per week beschikbaar en dat maakt het lastig om de planning rond te krijgen. Een lekcheck kost twee tot drie uur tijd en dat is veel gevraagd van een vrijwilliger. Zeker als je ze wekelijks wilt inzetten. Het voordeel van professionals is dat ze meer uren beschikbaar zijn en daardoor sneller meer ervaring opdoen.

Klussendienst

Het lukt niet alle bewoners om zelf de basis op orde te krijgen (stap 3 uit de bewonersreis). Een klussendienst kan bewoners helpen. Steeds vaker gaan gemeenten hiermee aan de slag. In deze documenten wordt beschreven hoe langs de A16 klussendiensten door gemeenten zijn opgezet, soms in eigen beheer, soms via een aanbesteding aan een derde partij.

Woningvolgsysteem

Gemeenten hebben over het algemeen nog geen (woning)volgsystemen voor de energietransitie, maar zullen daar behoefte aan krijgen als zij wijkaanpakken gaan ontwikkelen. De eerste reflex is te kijken of de bestaande systemen voor vergunningen, uitkeringen, zorg, enz. geschikt zijn (te maken) als woningvolgsysteem. Het antwoord is meestal nee. Verder stelt de AVG strenge eisen aan het verzamelen en vastleggen van data van woningen en bewoners. Dit maakt het opzetten van een systeem complex.

Langs de A16 zijn we begonnen met een excel-bestand om zo te ontdekken welke informatie relevant is om te verzamelen. Tot enkele honderden woningen kan een spreadsheet goed werken, als het aantal te volgen woningen groter wordt, is een professioneler systeem nodig.

Gemeenten besteden regelmatig projecten uit aan marktpartijen, denk aan RRE(W) en NIP. Die verzamelen data en verwerken die in hun eigen systemen. Als het project klaar is, kunnen ze wel een ‘dump’ van de data verzorgen, maar als een gemeente geen mogelijkheid heeft die data te verwerken, gaat de informatie verloren.

Bescherming bedreigde diersoorten

Als een eigenaar zijn woning wil isoleren, is hij verplicht een ecologisch onderzoek te laten uitvoeren. Hierbij wordt gekeken of er bedreigde diersoorten in de spouw of het dak leven. Dit onderzoek loopt voor de individuele bewoner flink in de papieren. Om te voorkomen dat elke woningeigenaar zo’n onderzoek moet laten uitvoeren (wat de meesten niet zullen doen vanwege de hoge kosten), kun je als gemeente een soortenmanagementplan opstellen. Hiermee kan een ontheffing worden gekregen op de Wet natuurbescherming. Hier vind je een voorbeeld van zo’n plan.

Financiering

Hoe kunnen gemeenten helpen met de financiering?

Gebruikt de woningeigenaar eigen geld of een lening om de woning te verduurzamen? En hoeveel subsidie is er beschikbaar? Een passende financiering vinden om een woning te verduurzamen, valt zelfs voor financieel onderlegde mensen niet mee. Er zijn zoveel mogelijkheden dat het zonder hulp bijna onmogelijk is om goed te bepalen wat de beste oplossing is. En de kosten van een financieel advies zijn relatief hoog: een volledig advies inclusief bemiddeling kost al snel minimaal 2500 euro; dat gaan mensen niet betalen als ze tienduizend euro nodig hebben. En om subsidie te krijgen moet de woningeigenaar de maatregelen eerst zelf betalen.

En dus krijgen juist de mensen die dit het hardst nodig hebben, nu vaak geen financieel advies. Zij lopen het risico om verkeerde keuzes te maken of haken af omdat het ze niet lukt een lening of subsidie aan te vragen. Daarom is het belangrijk dat financiële begeleiding een vast onderdeel wordt van het verduurzamen.

Wat kan de gemeente nu al doen?

Wat kan de gemeente nu al doen om woningeigenaren te helpen bij het vinden van een passende financiering?

  • Een loket openen waar de inwoners hulp kunnen krijgen bij het aanvragen van subsidies en leningen.
  • Een vereenvoudigde versie van een financieel advies aanbieden: financieel adviseurs mogen binnenkort een light-versie van hun advies aanbieden, gericht op duurzaamheid.*
  • De ISDE-subsidie voorschieten, zodat mensen met weinig geld gemakkelijker hun huis kunnen verduurzamen.
  • Wijken aanmelden voor de de Energiebespaarhypotheek van het Warmtefonds (wijkaanpak).
  • Korting geven op de rente van het Warmtefonds.
  • Gunstige voorwaarden vastellen voor een SVn-lening, zoals een extra lage rente en een hoge maximale leeftijdsgrens, zodat ook 75-plussers voor een lening in aanmerking komen.
  • En toestaan dat de SVn lening gebruikt mag worden voor aanverwante zaken, zoals het huis levensloopbestendig maken, achterstallig onderhoud en asbestsanering, zoals in de Achterhoek.

* In de gemeenten Breda en Moerdijk hebben we een pilot uitgevoerd met persoonlijk financieel informeren. Deze vorm zit tussen het adviseren en algemeen informeren in. Deze vorm is laagdrempelig en goedkoper dan een volledig advies.

Het belang van goede begeleiding

In veel gemeenten kunnen bewoners al ondersteuning krijgen van een energieloket of van energiecoaches. Zij ondersteunen op enkele onderdelen van de bewonersreis. Maar de bewoner mist het overzicht, een totaalplan en iemand die in actie komt als het proces stilvalt. Zij hebben iemand nodig die achterhaalt waar het probleem zit (onbeantwoorde vragen, geen zin meer, andere dingen aan het hoofd) en die de bewoner weet te motiveren om door te pakken. Daarvoor is het nodig dat de begeleider ook snapt hoe gedrag en sociale processen werken.

Terug naar vraag 3: wijkgericht of gemeentebreed
Door naar vraag 5: organiseren