“Floating Car Data bieden ons meer inzicht in de samenstelling van het verkeer op het onderliggend wegennetwerk.”

Data scientist, Data Insights Team Tessel van Ballegooijen
Ineke Meijer en Tessel van Ballegooijen van het Data Insights Team doen onderzoek naar de bruikbaarheid van Floating Car Data (FCD) voor inzicht in verkeer op het onderliggend wegennetwerk. “Data uit mobiele telefoons in voertuigen hebben echt meerwaarde naast de informatie die camera’s of lussen geven.“

Trekker Data Insights Team Ineke Meijer
Kun je eens vertellen wat Floating Car Data (FCD) nu precies zijn en hoe het werkt?
“Floating Car Data zijn (anonieme) locatiedata op basis van gps, afkomstig van bijvoorbeeld mobiele telefoons in voertuigen. Steeds meer weggebruikers gebruiken apps zoals Flitsmeister, een navigatie-app die weggebruikers waarschuwt voor files, flitspalen en allerlei potentieel gevaarlijke situaties (zoals wegobstakels of naderende hulpdiensten). Naast navigatie-apps op een telefoon, zijn ook navigatiesystemen (een ‘los kastje’ in de auto of een ingebouwd systeem in het dashboard) een bron van FCD. De frequentie waarmee de data verstuurd wordt is heel hoog, dus je krijgt een schat aan informatie over locatie, rijrichting en snelheid.”
Wat zijn de voordelen daarvan?
“Ten eerste hoef je als wegbeheerder geen kostbare meetsysteem (zoals lussen in het wegdek, verkeerslichten of camera’s) te plaatsen. Overal waar automobilisten rijden die gebruik maken van navigatie-apps of -systemen, verzamel je zonder extra meetsystemen Floating Car Data. Het tweede grote voordeel van FCD is dat je uit deze data ook informatie krijgt over routes. Wel binnen de geldende privacyregels uiteraard, niet te herleiden naar één persoon en niet geheel van adres naar adres. Maar een groot deel van de gereden routes is beschikbaar. Daardoor krijg je inzicht in de samenstelling van het verkeer (doorgaand of bestemmingsverkeer). Dat is dus niet het geval bij lussen en/of camera’s, die tellen voornamelijk.”

"Omdat je de locatie en snelheid per seconde binnenkrijgt, ontvang je ook informatie over routes. ”Zo weet je of het om doorgaand of bestemmingsverkeer gaat.”

Paul Hanraets van Rijkswaterstaat klopte bij jullie aan met de vraag of jullie vervolgonderzoek konden doen naar de aanpak die is ingezet om verkeershinder tegen te gaan tijdens wegwerkzaamheden aan de A27. Met welke vraag kwam hij precies bij jullie terecht?
"De vraag van Paul aan ons kwam er in het kort op neer of we konden onderzoeken of de methode die bij de A27 is toegepast breder toepasbaar is, bijvoorbeeld om de hinderopgave te kunnen inschatten bij andere projecten op andere locaties, of misschien zelfs bij hele andere vragen vanuit de provincie of inliggende gemeenten.”
Hoe hebben jullie dit onderzocht?
“We hebben eerst de methode die toegepast is bij de A27 casus stap voor stap ontleed . Uiteraard spreken we dan uitgebreid met de mensen die de analyses voor de A27 hebben uitgevoerd: adviseurs van ManEngenius en Rebel. Welke analyses hebben zij uitgevoerd, welke informatie/inzichten leverde dat op, tegen welke problemen liepen zij aan? Het nadeel van Floating Car Data is dat je niet al het verkeer meet, omdat je alleen data krijgt van (in dit geval) Be-Mobile klanten (niet van gebruikers van andere navigatiediensten), en bovendien niet alle gebruikers bij elk ritje hun navigatie-app aan zetten. Dit betekent dat je met de Floating Car Data van Be-Mobile (of een andere partij die FCD levert) altijd maar een steekproef hebt van al het verkeer. Omdat op het onderliggend wegennetwerk überhaupt minder verkeer rijdt dan op de snelwegen, moet je per analyse goed kijken of de steekproef wel groot genoeg is om betrouwbare uitspraken te doen. We ontdekten dat Floating Car Data nog niet geschikt is voor real time monitoring (dus hoeveel sluipverkeer was er vandaag?), omdat daarvoor de steekproef te klein is. Ineke vult aan: “Tessel heeft ook de ontwikkelingen in de markt bekeken om te zien of er via het Nationaal Dataportaal Wegverkeer (NDW) of andere leveranciers van floating car data op korte termijn andere databronnen of analysetools beschikbaar komen waarmee de methodiek verder verbeterd kan worden. Dit alles hebben we vervolgens beschreven in een memo met bevindingen en adviezen, die we breed besproken hebben met Rijkswaterstaat, verschillende belanghebbenden binnen de provincie en de regionale partners.”
"Omdat op het onderliggend wegennetwerk überhaupt minder verkeer rijdt dan op de snelwegen, moet je goed kijken of de steekproef wel groot genoeg is om betrouwbare uitspraken te doen."
Wat is de conclusie van jullie onderzoek?
Ineke: “Overall is de conclusie dat Floating Car Data en de Flowcheck tool goed gebruikt kunnen worden om te zien hoe mensen zich bewegen op het onderliggend wegennet. Je kunt goed onderscheid maken tussen bestemmingsverkeer of doorgaand verkeer dat een sluiproute neemt. Het is minder geschikt om in beeld te brengen hoeveel verkeer extra omrijdt. Hiervoor is een combinatie nodig met meer traditionele verkeerstellingen." “Op dit moment ben ik daarom nog aan het experimenteren met het combineren van FCD met verkeersintensiteiten uit modeldata”, vertelt Tessel. “Dat is nog een zoektocht. De FCD is niet helemaal een representatieve sample van alle verkeersdeelnemers die op die weg zitten. Ga maar na: mensen zetten om verschillende redenen hun navigatie-/file-app aan, maar waarschijnlijk niet wanneer ze naar de supermarkt om de hoek gaan. Je mist bepaalde verkeersstromen in de data, maar je weet niet precies welke.” Ineke vervolgt: “Je combineert dus verschillende soorten data met elkaar. Dat lijkt op appels met peren vergelijken. Wat ook een belangrijke conclusie is, is dat de betrokkenheid en kennis van lokale wegbeheerders in dit soort trajecten onmisbaar is. Je wilt bepaalde observaties bij hen toetsen, of vragen kunnen stellen over zaken die je soms niet kunt verklaren. Je kunt je voorstellen dat je in de data een patroon tegenkomt, die door de wegbeheerders op basis van hun lokale kennis echter goed te verklaren valt - bijvoorbeeld door de aanwezigheid van een kinderdagverblijf, waar veel mensen voor omrijden op de woon-werk route. Juist het samenspel van de kennis van lokale wegbeheerders en de data-analisten leidt tot nieuwe inzichten.”

"De betrokkenheid en kennis van lokale wegbeheerders is in dit soort trajecten onmisbaar."
De provincie gaat dus verder met FCD en de Flowcheck-tool?
“Zeker, we hebben de licentie voor de tool voor een jaar aangeschaft. En er vinden al gesprekken plaats met partners met concrete vragen. Een goed voorbeeld daarvan is de gemeente Eindhoven, die wil weten waar het verkeer in de binnenstad vandaan komt. Het vermoeden is dat het om veel Belgische automobilisten gaat. Verder heeft de gemeente Tilburg het plan opgevat om de binnenstad autoluw te maken. Wat voor verkeer is er nu eigenlijk en wat moet je doen om ervoor te zorgen dat het verkeer wegblijft? Gaat het om doorgaand verkeer wat je zou kunnen omleiden, of om bestemmingsverkeer voor bijvoorbeeld de bevoorrading van de winkels of winkelend publiek? Wij zullen de maatregelen niet bedenken, maar kunnen wel helpen bij het vormen van een beeld op basis van de FCD.”
Wat moet een partner doen om hiermee aan de slag te gaan?
“Als een gemeente bijvoorbeeld een vraag aan ons voorlegt rondom het onderliggend wegennetwerk, gaan wij als Data Insights Team van de provincie met ze in gesprek om die vraag echt goed scherp te krijgen. Dan gaan we natuurlijk ook kijken, of we voldoende data beschikbaar hebben om de analyses mee te doen. En als dat het geval is, gaan we aan de slag. We vragen wel echt die betrokkenheid van de lokale wegbeheerders om de resultaten uit de FlowCheck te kunnen checken bij hen. Is dit nou logisch wat we zien? Wanneer de analyse is afgerond hebben we weer een gesprek om die uitkomsten goed met elkaar te bespreken, zodat ze goed geïnterpreteerd worden en zij ermee verder kunnen.”
Wat hoop je te kunnen bereiken met deze aanpak?
“Het is tweeledig; we willen de partners helpen aan goede analyses om de juiste maatregelen te kunnen treffen. Daarnaast willen we het komende jaar als Data Insights Team nog veel leren over deze methode en het gebruik van deze data. Daarom willen we de analyses de komende tijd ook graag zelf doen, omdat we met zoveel mogelijk toepassingen aan de slag willen en uitproberen hoe we de methode kunnen doorontwikkelen. Na ongeveer een jaar willen we eenzelfde soort reflectie doen op wat we hebben geleerd van al de cases die we hebben aangepakt: wat kwam er uit de analyses? Wat werkte wel en wat niet? Ook dan zien we wellicht weer nieuwe ontwikkelingen in de markt waardoor we de methode verder kunnen verbeteren. Al met al hopen we dat onze partners niet zelf het wiel opnieuw gaan uitvinden, maar onze hulp inschakelen, zodat wij ze kunnen helpen én wij onze kennis uitbreiden om dit zo goed mogelijk te kunnen benutten!”
"Partners willen bijvoorbeeld meer inzicht in de herkomst van het verkeer in hun binnensteden, Floating Car Data kunnen helpen een beeld te vormen."