6/10
  • Pages

Facts & figures SPORT

Dit is sport

Wij kiezen voor een brede definitie en maken een onderscheid tussen:

Breedtesport

  • Georganiseerde sport wordt aangeboden door sportverenigingen waar je lid van wordt, stemrecht hebt en die geen winstoogmerk hebben. De meeste verenigingen zijn aangesloten bij sportbonden, die op hun beurt vaak zijn aangesloten bij NOC*NSF.
  • Anders georganiseerde sport wordt aangeboden via abonnementen en entreegelden. Denk aan fitnesscentra, zwembaden en maneges.
  • Ongeorganiseerde sport is sportaanbod in de openbare ruimte zonder georganiseerde accommodatie, begeleiding en/of competitie.

Topsport

Hierbij gaat het om sportactiviteiten waarbij sprake is van een professionele topsportomgeving, waarbij sportbeoefening de hoofdbezigheid is van de sporter. Binnen topsport zijn prestaties leidend en is passende ondersteuning (bijvoorbeeld via NOC*NSF) essentieel voor succes. Topsport kun je beoefenen, maar ook beleven; topsport vertegenwoordigt dan ook een belangrijke amusementswaarde en vrijetijdsbesteding voor de Nederlandse bevolking (denk aan het volgens van sport via media en het bezoeken van topsportevenementen).

Aanbod sportvoorzieningen

De Kernindicator Sportaccommodaties meet het sportvoorzieningenniveau als dichtheid van sportaccommodaties per 10.000 inwoners. In de berekening van de score voor de kernindicator worden alleen ‘doesportaccommodaties’ (de reguliere accommodaties voor actieve sportbeoefening door amateurs) meegenomen. ‘Kijksportaccommodaties’ (zoals voetbalstadions en accommodaties met voorzieningen voor internationale topwedstrijden), speelvoorzieningen en andere sport- en beweegvoorzieningen (zoals routes) in de openbare ruimte worden niet meegenomen.

Kernindicator Sportaccommocaties naar VSG-regio in 2020 (x 10.000 inwoners)

Dichtheid is onevenredig verdeeld

Nederland had in 2020 een dichtheid van 21,5 sportaccommodaties per 10.000 inwoners. In plattelandsgemeenten, is de dichtheid aan sportaccommodaties per 10.000 inwoners het grootst. In stedelijke gebieden is de dichtheid relatief laag (figuur 2.2). Voor de berekening van de dichtheid aan sportaccommodaties is rekening gehouden met verschillen in de diversiteit en capaciteit van sportaccommodaties. Een sporthal is bijvoorbeeld geschikt voor meer sportdisciplines dan een rugbyveld. Op een tennispark met vijf banen kunnen minder mensen tegelijkertijd sporten dan op een tennispark met vijftien banen.

Spreiding sportaccommodaties

De sportaccommodaties zijn niet evenredig verdeeld over Nederland. Kijken we naar de verdeling van de sportaccommodaties over de 27 VSG-regio’s (VSG = Vereniging Sport en Gemeenten), dan zijn regionaal grote verschillen waar te nemen. Gemiddeld genomen zijn er in Nederland 28,8 sportaccommodaties per 25.000 inwoners. Dit aantal varieert van 17,4 sportaccommodaties per 25.000 inwoners in de regio Amsterdam tot meer dan 40 sportaccommodaties per 25.000 inwoners in de regio’s Limburg-Noord (40,9), Zeeland (42,4) en Friesland (43,3). Voornamelijk in de noordelijke provincies, de Kop van Noord-Holland, Zeeland en in Zuidoost- Nederland is de accommodatiedichtheid hoog.

Kernindicator Sportaccommocaties naar gemeentelijk stedelijkheid in 2020

Aantal sportaccommocaties per 25.000 inwoners naar VSG-regio in 2020

Afstand tot een sporthal 2020

Afstand tot een voetbalaccommodatie 2020

Afstand tot een overdekt / combinatiezwembad 2020

Bekijk de meest actuele kaarten >

Tevredenheid met aanbod

Kleine verschillen in tevredenheid tussen landsdelen In 2020 varieerde het percentage Nederlanders van 12 jaar en ouder dat tevreden was met het sport- en beweeg aanbod van 83% (West-Nederland) tot 88% (Noord-Nederland). Voor alle landsdelen is tussen 2001 en 2020 een min of meer stabiele trend te zien in het percentage mensen dat tevreden is met het sport- en beweegaanbod.

Sportdeelname

In 2020 is het percentage volwassenen van 18 jaar en ouder dat minstens één keer per week sport het laagst in GGD-regio Zeeland (43,2%). Het aandeel wekelijkse sporters is het hoogst in twee Brabantse GGD-regio's en twee GGD-regio's in het westen van het land, met GGD Amsterdam als hoogst scorende regio (58,4%).

Kernindicator Sportaccomodaties naar VSG-regio in 2020

Lidmaatschap sportvereniging

In 2020 gaf 29% van de Nederlandse bevolking van 6 jaar en ouder aan lid te zijn van een sportvereniging. De verschillen over de tijd van 2012 tot 2020 zijn klein. In de Sport Toekomstverkenning is geconcludeerd dat clublidmaatschap in de komende jaren zal afnemen. Dit heeft vooral te maken met de vergrijzing, het toenemend aantal migranten en de individualisering. Door de toename in gebruik van social media kunnen individuen zich gemakkelijker zelf organiseren en kennis uitwisselen. In 2020 was het percentage mensen van 6 jaar en ouder dat lid is van een sportvereniging het hoogst in de Oost-Nederland (36%) en het laagst in Noord-Nederland (25%). Tussen 2012 en 2020 is een dalende trend te zien in het percentage mensen dat lid is van een sportvereniging in Noord-, West- en Zuid-Nederland. In Oost-Nederland is het percentage tussen 2018 en 2020 gestegen.

Deelname aan categorieën van sport

Volwassenen beoefenen op wekelijkse basis vooral individuele sporten, zoals fitness (29% in 2020) en duursporten (20% in 2020). Vanaf 2001 zien we een groei van de deelname. De deelname aan sporten die samenhangen met georganiseerde sportdeelname, zoals veldsporten (10% in 2020), zaalsporten (2% in 2020) en zwemmen (4% in 2020), groeit niet. Op lange termijn neemt de populariteit van in een zaal beoefende sporten zelfs af. Per saldo beoefenen meer volwassenen in de loop der tijd (wekelijks) een sport. Vooral bij kinderen van 7 tot 12 jaar zijn veldsporten populair, maar ook jongeren van 12 tot 18 jaar kiezen hiervoor. Driekwart van de jongeren sport wekelijks, tegenover viervijfde van de kinderen.

Verband waarin wordt gesport 2020

Wekelijkse deelname categorieën sport, bevolking 18 jaar of ouder (in procenten)

Sportbezoek

Sport en bewegen in cijfers >

Bewegen en gezondheid

De helft van de Nederlanders voldoet

In 2020 voldeed 57% van de Nederlandse bevolking van 4 jaar en ouder aan het onderdeel (1) matig of zwaar intensieve inspanning en 85% aan het onderdeel (2) spier- en botversterkende activiteiten. Op die manier voldeed 53% van de Nederlanders van 4 jaar en ouder aan de beweegrichtlijnen. Deze cijfers worden uitgebreid toegelicht in het rapport Sport- en Beweeggedrag in 2020.

Licht stijgende trend

In de loop der tijd is er een licht stijgende trend te zien voor zowel het voldoen aan de matig tot zwaar intensieve activiteiten als spier- en botversterkende activiteiten. De Sport Toekomstverkenning concludeert dat Nederlanders in de toekomst net zo actief zijn als nu, en wellicht iets meer.

Voldoen aan beweegrichtlijnen 2020 (Oer GGD-regio)

Beweegvriendelijke omgeving 2020 (Per gemeente)

Beweegvriendelijkheid omgeving in Nederland 2020

Beweegvriendelijke omgeving

In 2020 bedraagt de gemiddelde score voor heel Nederland op de kernindicator ‘beweegvriendelijke omgeving’ 60 op een schaal van 0 tot en met 100. De scores van de kernindicator en de deelindicatoren zijn continu. De score op deelindicator sportaccommodaties is 62, op deelindicator sport en speelplekken 72, op deelindicator groen-blauw 63 en op deelindicator voorzieningen 41.

De Sport Toekomstverkenning concludeert dat de omgeving steeds beweegvriendelijker zal worden.

Brabant behoort tot de middengroep waarbij 50% van de volwassenen voldoet aan de beweegrichtlijn. (Bron)

Fietsgebruik

In verschillende gemeenten in Midden- en Noord-Nederland is het percentage fietsgebruik 45% of meer. Dit is bijvoorbeeld het geval in Groningen, Utrecht, Zwolle en een aantal gemeenten die om die steden heen liggen. Ook op de Waddeneilanden wordt veel gefietst. In de meerderheid van de gemeenten in Noord- en Midden-Nederland ligt het percentage fietsers op 35% of meer. In het zuiden van Nederland wordt minder gefietst, hier ligt het percentage fietsgebruik veelal onder de 35%. Het fietsgebruik is het laagst in Zuid-Limburg, alleen in Maastricht en de daaraangrenzende gemeente Eijsden-Margraten wordt bij meer dan 25% van de verplaatsingen met een korte afstand gebruik gemaakt van de fiets.

Fietsgebruik 2015-2017 (per gemeente, bij afstand van <7,5 km)

Financiële stromen

Aandeel sporteconomie stabiel

Voor de sporteconomie als geheel geldt ruwweg dat de ontwikkeling van de belangrijkste macro-economische grootheden zoals binnenlandse productie, economische omvang (toegevoegde waarde) en werkgelegenheid, redelijk gelijke tred hielden met de ontwikkeling van de totale economie. Het aandeel van sport in het bruto binnenlands product (bbp) bedroeg in deze periode – met uitzondering van de jaren 2010 en 2019 (1,1 procent) – 1,0 procent. Het aandeel van sport in de werkgelegenheid was zowel in 2006 als in 2019, 1,4 procent. In absolute zin namen de macro-economische grootheden uiteraard wel toe. Zo steeg de toegevoegde waarde van de sporteconomie van 5,7 miljard euro in 2006 tot 8,8 miljard euro in 2019. De werkgelegenheid nam toe van 130 duizend werkzame personen in 2006 tot 150 duizend werkzame personen in 2019.

De toename van de toegevoegde waarde van de sporteconomie werd over de gehele periode bezien in gelijke mate gedragen door een toename van de sport- en fitnessdiensten zelf en de hier aan gerelateerde goederen en diensten. Het aandeel van de bedrijfstak sport en recreatie in de sporteconomie was zowel in 2006 als in 2019 dan ook 18 procent. In 2012 was het aandeel van de bedrijfstak sport en recreatie met 22 procent het hoogst.

Bruto toegevoegde waarde (basisprijzen) sporteconomie

Aandeel verschillende bedrijfstakken in de sporteconomnie, 2019

Macro-economische indicatoren sporteconomie (samenvatting)

Partners

BrabantSport >
Uniek Sporten Brabant >