SUCCESFACTOREN
In eerdere projecten hebben we geleerd welke factoren bepalend zijn voor mensen om in actie komen. Deze vormden het vertrekpunt bij het ontwikkelen van de bewonersreis:
- Zet de vragen en wensen van bewoners centraal
- Inzicht leidt tot actie
- Stap voor stap
- Onafhankelijke deskundige begeleiding
- De woning is onderdeel van het lokale energiesysteem
- Financiering is maatwerk
1. Zet de vragen en wensen van bewoners centraal
Het aanbieden van maatregelen zonder dat er een duidelijke vraag is, werkt vaak averechts. Het leidt tot matige of verkeerde oplossingen, gaat voorbij aan de emoties en gedrag van de bewoners. Er wordt geen rekening gehouden met persoonlijke wensen of omstandigheden, en evenmin met een eventuele collectieve oplossing voor de buurt. Andersom werkt beter: eerst de vraag organiseren en daar het aanbod aan koppelen.

“Ik heb me aangemeld voor het project Slimme Stappen omdat ik graag van het gas af wil, maar geen idee heb waar ik moet beginnen. Moet ik mijn dak isoleren of eerst mijn kozijnen vervangen? Moet ik vloerverwarming laten aanleggen? Wat is de beste aanpak?"
- deelnemer uit Breda
2. Inzicht leidt tot actie
Het is een misvatting dat mensen alleen op basis van informatie aan de slag gaan. Toch lijken veel gemeenten en marktpartijen te denken dat dit zo werkt. De woningeigenaar krijgt (veelal digitale) informatie en moet het uiteindelijk zelf maar uitzoeken. Soms zijn er ook losse acties, waarbij de bewoner een stekkerblok of wat ledlampjes krijgt. In enkele gevallen komt er een energiecoach langs die inzicht geeft of een energieadviseur die de woning onderzoekt. Tot een echte versnelling van de energietransitie leidt dit allemaal nog niet. Wat ontbreekt is kennis van emoties en gedrag. Toegepast op dit thema (we gaan even kort door de bocht): Mensen vermijden graag ‘gedoe en gedonder’, ‘onzekerheid’ en ze zijn ‘bijziend’. En dus doen ze (voor alle zekerheid) liever niets.
Mensen gaan wél aan de slag als ze weten wat ze willen en inzicht hebben in de mogelijkheden van hun eigen woning. Door het bieden van een multi-zintuiglijke ervaring (zoals een lekcheck) krijgen bewoners in de gaten dat de bestaande situatie eigenlijk helemaal niet zo’n goede uitgangssituatie is en dat ze onbewust veel warmte en ook comfort verliezen door de vele lekken en kieren. Dat maakt dat ze meteen naar de bouwmarkt gaan om te gaan klussen. Of dat ze een handige broer, tante, schoonvader of buurvrouw vragen om ze te helpen. En zo komen ze vanzelf op het plan om ook hun warmteverliezende dak, vloer, voordeur, ruiten of gevel aan te pakken en de ventilatie te verbeteren.

“De blowerdoortest heeft me verrast. Onze woning lijkt wel een bushokje: de wind waait er aan alle kanten doorheen. Ik ga eerst de kieren dichten en het glas vervangen. Daarna zie ik wel verder.”
- Paul Bindels, voorzitter Wijkraad Buitengebied Breda Zuid-West
3. Stap voor stap
Voor de meeste mensen is het in één keer geheel verduurzamen van hun huis een te omvangrijk en duur project. Als iets te groot is, komen mensen niet in actie. Door een stap-voor-stap aanpak wordt de verduurzaming opgeknipt in behapbare stukken. Bewoners kunnen zelf prioriteiten en tempo bepalen. De meeste woningeigenaren gaan vooral op natuurlijke momenten aan de slag, bijvoorbeeld bij gezinsuitbreiding of een verhuizing. De eerste stap is het krijgen van inzicht in de woning, bijvoorbeeld door het uitvoeren van een lekcheck.

De 80-60-40 methode
Een woning die met lage temperatuur verwarmd kan worden, is klaar om van het aardgas af te gaan. Om dit te checken is de 80-60-40-aanpak bedacht.
Na elke stap wordt de aanvoertemperatuur in de cv-ketel verlaagd. Bij de meeste mensen staat deze standaard op 80 graden Celcius. Als de basis op orde is, kan de aanvoer op 60 graden worden gezet. Blijft de woning ook bij koud weer comfortabel, dan is de actie geslaagd. De volgende stap van 60 naar 40 graden vraagt vaak grotere ingrepen in (de schil van) de woning.
Voordat deze stap genomen wordt, is het belangrijk dat de bewoners weten of er een collectieve warmteoplossing in de wijk komt, omdat de aanvoertemperatuur van een warmtenet vaak (een stuk) hoger is dan 40 graden en je dus minder ingrijpend hoeft te isoleren.
“Ik voer lekchecks uit vanuit een praktische benadering en niet vanuit cijfers en lastige technische termen. Zo kunnen bewoners op een laagdrempelige manier hun woning verduurzamen.”
- Dimph Rubbens, voorzitter Energiek Moerdijk
4. Onafhankelijke, deskundige begeleiding
Er zijn naar onze ervaring erg veel momenten waarop bewoners afhaken: vanwege de complexiteit, de hoge investering, wantrouwen in het aanbod of om persoonlijke redenen zoals ziekte, een hoge leeftijd of verhuisplannen. Mensen raken de weg kwijt in een woud van technische (on)mogelijkheden en adviezen van commerciële partijen. De angst om de verkeerde investering te doen verlamt. Daarom is er behoefte aan onafhankelijke begeleiding die mensen niet de duurste technische oplossingen aansmeert, maar luistert naar de wensen en behoeften van de bewoners en die deskundige begeleiding kan geven over verschillende opties: een betrouwbare bondgenoot. Iemand zonder eigen belang, met persoonlijke aandacht, die het vertrouwen van bewoners weet te winnen en samen met hen naar de beste oplossing zoekt.

"Een energieadviseur van een commerciële organisatie heeft ons huis onderzocht. Wij kregen een adviesrapport dat helemaal gericht was op het verkopen van een warmtepomp. Daar zijn we niet van gediend. We gaan zeker niet met deze partij in zee."
- deelnemer uit Moerdijk
5. Beschouw de woning als onderdeel van het lokale energiesysteem
Het elektriciteitsnet in Noord-Brabant is aangelegd in een tijd dat het stroomverbruik een stuk lager lag dan nu. Dit net is niet zwaar genoeg voor de vermogens die gevraagd gaan worden door warmtepompen, zonnepanelen, inductiekoken en elektrische auto’s. Te veel zonnepanelen in de wijk kunnen ook voor problemen zorgen, zoals spanningsklachten en afschakelende omvormers. Natuurlijk kan het netwerk verzwaard worden, maar het gaat door de enorme drukte bij de netbeheerders jaren duren voordat dit klaar is.
Waar vroeger vierhonderd huishoudens op een netstation werden aangesloten, zijn dit er straks nog maar honderd. Er kan dan meer vermogen gevraagd worden, maar er blijft altijd een maximum. Dit vraagt goede afstemming in wijken en buurten, slimme systemen in huis (zoals loadbalancing) en in de buurt. Met dynamische prijzen en slimme aansturing zijn wellicht hoge piekbelastingen te voorkomen. Wie welke taak hierin krijgt, is nog niet duidelijk.
De aanleg van een warmtenet kan het elektriciteitsnet ontlasten en heeft positieve gevolgen voor de investeringen thuis. Zo heeft in Brabant de helft van de woningen nog een 1-fase aansluiting. Dat is voldoende bij een lokaal warmtenet, maar zeker niet als je een warmtepomp wilt en op inductie gaat koken. Het aanpassen van de meterkast in huis is dan een must, een investering van ongeveeer zevenhonderdvijftig tot twaalfhonderdvijftig euro per huishouden.
Kortom, woningen benaderen alsof ze niet ‘verbonden’ zijn in een groter geheel, is niet de juiste benadering. Houd rekening met de hele wijkpuzzel als je de bewoners gaat begeleiden.

"Wat is wijsheid? Moet ik wachten op uitbreiding van het warmtenet of toch een warmtepomp kopen? Ik hoor allerlei tegenstrijdige verhalen. Als inwoner wil ik duidelijkheid: wat gaat er gebeuren in mijn wijk en wat zijn mijn mogelijkheden?"
- deelnemer uit Breda
6. Financiering is maatwerk
Veel mensen stellen maatregelen uit omdat ze geen geld hebben en huiverig zijn om geld te lenen. Er is ondersteuning nodig in elke fase van het financieringstraject. Te beginnen met het bieden van persoonlijke informatie over de financiële mogelijkheden, zodat mensen weten wat hun mogelijkheden zijn en wat dit betekent voor hun maandlasten. Een financieel advies is relatief duur en geeft bewoners niet altijd inzicht in landelijke en gemeentelijke subsidies voor verduurzaming. Het bieden van informatie op maat, met alle lokale mogelijkheden op een rijtje, en eventueel ondersteuning bij het aanvragen daarvan, helpt mensen over financiële hobbels heen.
