BRILJANTE MISLUKKINGEN

Alle goede bedoelingen ten spijt: bij het uitwerken van de plannen voor een one-stop-shop en het opzetten van sleutelprojecten, stuitte de organisatie op enkele onoplosbare problemen. Dit leidde ertoe dat het project op een doodlopende weg terechtkwam.

One-stop-shop

Voor de one-stop-shop is onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om de verduurzaming van woningen van particulieren te financieren vanuit de vier lokale fondsen die de opbrengsten uit de windmolens beheren. Een speciale organisatie, een zogeheten Energy Service Company (ESCo), zou daarbij een huurconstructie voor de woningeigenaren opzetten waardoor bewoners, zonder eigen investering, hun woning konden verduurzamen.

Er zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd om dit idee verder te ontwikkelen: de financiële en juridische mogelijkheden zijn onderzocht door advocatenkantoor Loyens & Loeff (zie bijlage). ERAC voerde een onderzoek uit naar een ‘Brabantbrede ESCo’.

Daarnaast is onderzocht of het verduurzamen van woningen gestandaardiseerd kan worden, met standaardpakketten voor de meest voorkomende woningtypen. Financieringsvormen

Voor de financiering werden twee mogelijkheden onderzocht:

  • De maatregelen worden verhuurd en de verhuurder blijft formeel eigenaar van de maatregelen. De woningeigenaar betaalt een huurbedrag (operationele lease).
  • De woningeigenaar wordt formeel eigenaar van de maatregelen en betaalt de investering in termijnen terug (financial lease).

Standaardpakketten

Om standaardpakketten te ontwikkelen voor de meest voorkomende woningtypen in het gebied langs de A16 hebben we twaalf referentiewoningen onderzocht. Met deze pakketten zouden we tweehonderd woningen gaan verduurzamen. Uit het onderzoek van de referentiewoningen bleek dat de verschillen tussen de woningen groter zijn dan de overeenkomsten: de mate van isolatie, het energiegebruik en de kierdichtheid liepen zo sterk uiteen dat het niet mogelijk is om een eenduidig aanbod te ontwikkelen.

Ook bleek dat het gedrag van de bewoners vaak bepalender is voor het energiegebruik dan het soort woning. De ene bewoner verwarmt bijvoorbeeld het hele huis, terwijl de ander alleen zijn woonkamer verwarmt. Dit maakt het onmogelijk om uitspraken te doen over besparingen en terugverdientijden voor groepen bewoners met hetzelfde type huis.

Uitkomsten onderzoeken

Ons doel was bewoners te ontzorgen zonder dat ze geld hoefden te lenen. De resultaten van de onderzoeken naar de financiering waren teleurstellend. De financiële risico’s zijn te groot voor een kleine organisatie als Energie A16. Het opzetten van financial lease is een lang, kostbaar en complex traject zonder garanties over de uitkomst. Datzelfde geldt voor het opzetten van operational lease (verhuur), dat wellicht ook wordt gezien als een financieel product waarvoor een BKR-registratie geldt voor de deelnemer en een vergunningplicht (AFM) voor de verhuurder. Dit betekent enerzijds dat er hoge eisen worden gesteld aan de verhuurder en anderzijds dat de doelgroep beperkt wordt tot woningeigenaren met voldoende financiële ruimte. Bovendien maakt de wet van Dam het vrijwel onmogelijk om langjarige huurcontracten af te spreken. En zijn goederen die nagelvast verbonden zijn aan de woning niet verhuurbaar omdat ze direct eigendom worden van de woningeigenaar.

De grote financiële risico’s, zware wettelijke eisen en de te beperkt te bedienen doelgroep hebben ons doen besluiten dit plan los te laten. We kunnen immers geen invulling geven aan het leidende principe ‘iedereen moet mee kunnen doen’.

Reisbescheiden

  • Analyse van de referentiewoningen.
  • Onderzoek ESCo-structuur.

Het gemis van niet-persoonsgebonden financieringen

Een grote groep mensen heeft geen geld en kan ook geen geld lenen, bijvoorbeeld omdat ze schulden hebben of omdat ze net de woning levensloopbestendig hebben verbouwd. Zij kunnen de maatregelen die nodig zijn om van het aardgas af te komen dus niet financieren.

De huidige hoge gasprijs maakt het ook lastig om de benodigde financiële buffers op te bouwen. Voor deze maatschappelijke uitdaging was ooit een oplossing bedacht: de gebouwgebonden financiering. Deze financieringsvorm zou gekoppeld worden aan een woning in plaats van aan de eigenaar. Als de eigenaar verhuist, blijft de lening achter bij het huis en neemt de nieuwe eigenaar deze over.

Vlak voor de val van het kabinet heeft de minister van Klimaat en Energie een uitgebreid pakket klimaatmaatregelen voorgesteld, met opnieuw de gebouwgebonden financiering als middel. Wij zijn zeer benieuwd naar de uitwerking van deze financiering, want zolang de energietransitie gefinancierd moet worden op de persoon (huiseigenaren) zal sprake zijn van een ongelijk speelveld, ondanks alle goede bedoelingen met bijzondere leningconstructies voor mensen met een smalle beurs.

Sleutelprojecten

Sleutelprojecten zijn verduurzamingsprojecten van objecten met een nut voor de lokale gemeenschap. Voorwaarde voor de inzet van de middelen uit de windmolens is dat dit revolverende projecten zijn: de investering moet uiteindelijk terugverdiend worden met de besparing op de energierekening, zodat de middelen opnieuw kunnen worden ingezet voor de gemeenschap.

Allereerst is onderzocht of daken in de omgeving via de postcoderoos gebruikt kunnen worden om zonnepanelen te installeren voor huishoudens zonder geschikt eigen dak. Bewoners met een smalle beurs wonend in zowel koop- als huurwoningen zouden mee kunnen doen, omdat de rendementen van de windmolens hiervoor gebruikt worden. Zo zou voldaan kunnen worden aan het principe: iedereen kan meedoen. Voorbeelden elders bewijzen dat het kan.

Net overvol

Doordat het elektriciteitsnet vol zit (netcongestie) was het verkrijgen van een grootverbruikaansluiting (>3x80Amp) niet meer mogelijk. Om dit probleem op te lossen is onderzocht of de aansluitingen van de windmolens op het elektriciteitsnetwerk gebruikt kunnen worden. Dit heet cable pooling. Zonnepanelen en windmolens produceren op verschillende momenten elektriciteit, met een overlap van tien tot vijftien procent. Dat maakt het aantrekkelijk om zonnevelden aan te leggen in de buurt van windmolens en elektriciteit te delen met bewoners in de omgeving die geen geschikt dak hebben. Helaas bleek dit niet haalbaar. De politiek wil geen grote zonneparken in de buurt van de windmolens.

Toen ook deze route niet haalbaar bleek en ondertussen de energieprijzen de pan uit rezen, zijn we gaan onderzoeken of sportclubs en gemeentehuizen aardgasvrij gemaakt kunnen worden (met een energierekening vergelijkbaar met die van 2020).

Zonthermie

Onderzocht werd of sportpark Laguiten in Zundert verwarmd kan worden met zonthermie. Ook is bekeken hoe de gemeenschapshuizen Koutershof in Rijsbergen (gemeente Zundert), De Dobbelsteen in Princenhage (gemeente Breda), Kievitslaar in Effen (gemeente Breda) en voetbalvereniging VV Zwaluwe (gemeente Drimmelen) verregaand verduurzaamd kunnen worden.

Allereerst werd al snel duidelijk dat ook hier geldt dat elke situatie maatwerk vereist. Er gaat veel tijd en energie zitten in onderzoek en het vinden van passende oplossingen. Bij het opstellen van het kostenplaatje blijkt veelal dat de kosten niet terugverdiend gaan worden uit besparingen op energiegebruik. Een voorwaarde die was gesteld aan de collectieve projecten rond de A16, zodat het geld opnieuw geïnvesteerd zou kunnen worden.

Resultaten sport en buurthuizen

De conclusie is dat deze projecten waardevol zijn voor de gemeenschap, maar dat ze niet passen binnen de doelstellingen van Energie A16. Gelukkig bieden de provincie en het rijk steeds vaker hulp bij de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed, bijvoorbeeld via het Ontzorgingsloket Maatschappelijk Vastgoed van de provincie Noord-Brabant en de subsidie voor het verduurzamen van sportvoorzieningen van het rijk.

Lees het verslag met het advies om geen sleutelprojecten te ondersteunen vanuit Energie A16.

Vorige pagina: Reisdoel
Volgende pagina: Nieuwe route