Vanaf 2020 voor het eerst meer sterfte dan geboorte
De natuurlijke aanwas – het verschil tussen geboorten en sterfte – is de afgelopen 25 jaar steeds verder afgenomen. In 2020 kwam deze voor het eerst onder de nullijn. Door de coronapandemie overleden dat jaar duidelijk meer mensen dan er werden geboren: een natuurlijke afname van 3.150 personen.

* Natuurlijke aanwas is het saldo van geboorte en sterfte.
Bron: CBS-statline, december 2025 | bewerking: Provincie-Noord-Brabant.
Het geboorteoverschot dat Noord‑Brabant tot en met 2019 kende, sloeg in 2020 om in een sterfteoverschot. Sinds 2020 is de natuurlijke groei niet meer boven de nullijn uitgekomen. Tussen 2020 en 2024 werden in Brabant 120.000 kinderen geboren en overleden 130.000 mensen. Dit resulteert in een sterfteoverschot van 10.000 personen, gemiddeld 2.000 per jaar.
Vooruitzichten
Het is waarschijnlijk dat het aantal geboorten de komende jaren iets zal toenemen. Dit komt doordat er in de jaren ’90 veel kinderen zijn geboren, dat zelf weer het gevolg was van de ‘geboortegolf’ uit de jaren ’60. Door die hoge geboorte-aantallen net voor de millenniumwisseling neemt de komende jaren, en opnieuw 30 jaar later, het aantal vrouwen toe in de leeftijdsgroep waarop de meeste kinderen worden geboren. Wel wordt het krijgen van kinderen steeds meer uitgesteld tot een latere leeftijd.
Verwacht wordt dat de natuurlijke bevolkingsafname de komende tijd weer wat meer richting de nullijn zal bewegen. Door de voortschrijdende vergrijzing ligt een structureel sterfteoverschot op de langere termijn echter voor de hand. Meer en meer zal bevolkingsgroei bepaald worden door migratie. Het is dat Brabant positieve binnen- en buitenlandse migratiesaldi kent, anders zou de bevolking in onze provincie vandaag de dag krimpen.
Natuurlijke bevolkingsgroei op de kaart van Brabant
In steeds meer Brabantse gemeenten is sprake van natuurlijke afname. In 46 van de 56 gemeenten (ruim 80%) overleden in de periode 2020-2025 meer mensen dan er kinderen werden geboren. Het gaat hierbij om de absolute aantallen geboorten en sterfgevallen, zonder correctie voor leeftijdsopbouw zoals in beeld 1 en beeld 2.
Het sterfteoverschot ligt in het landelijk gebied hoger dan in stedelijke gebieden. Regionaal zijn de cijfers in West‑ en Midden‑Brabant hoger dan in Noordoost‑ en Zuidoost‑Brabant. De verschillen hangen vooral samen met de leeftijdsopbouw van de bevolking (zie ook beeld 13 en beeld 14).

Deel deze pagina via