Kindertal ruimschoots onder vervangingsniveau
Het gemiddeld aantal kinderen, dat vrouwen krijgen in Nederland en in Noord-Brabant, ligt al sinds het midden van de jaren ’70 onder het zogenoemde vervangingsniveau. Sinds 2000 schommelt het kindertal in Brabant lange tijd tussen 1,7 en 1,8. Vanaf 2015 daalt dit verder naar 1,44 in 2024. Alleen in 2021 was er, door de coronapandemie, een kleine ‘geboortegolf’ te zien.

* Het totaal vruchtbaarheidscijfer - ofwel het gemiddeld kindertal per vrouw - kan worden opgevat als het gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw krijgt, als de in het betreffende jaar waargenomen leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers gedurende haar leven zouden gelden.
Bron: CBS-statline, december 2025 | bewerking: Provincie-Noord-Brabant.
De daling betekent niet dat vrouwen minder kinderen willen, maar vooral dat zij later kinderen krijgen. Dit hangt vaak samen met de krapte op de woningmarkt. Het al dan niet vinden van passende woonruimte beïnvloedt het moment waarop mensen een huishouden vormen en kinderen krijgen. Ook spelen veranderingen in relaties en de flexibelere arbeidsmarkt een rol. Hierdoor raken jongeren minder snel ‘gesetteld’.
In de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose wordt, in lijn met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), verwacht dat het gemiddeld kindertal weer iets stijgt, tot ongeveer 1,65 in 2040. Dit blijft echter ruim onder het vervangingsniveau van 2,1. Bij een kindertal van 2,1 blijft de generatie even groot als die van de ouders. De bevolking kan, naast migratie, nog steeds groeien door een hogere levensverwachting, waardoor meerdere generaties (langer) tegelijkertijd in leven zijn.
Door de lage vruchtbaarheid is de natuurlijke groei inmiddels omgeslagen in een natuurlijke afname: er sterven meer mensen dan er worden geboren. De bevolkingsgroei wordt daardoor vooral bepaald door binnenlandse en buitenlandse migratie.
Kindertal op de kaart van Brabant
Binnen Brabant liggen de vruchtbaarheidscijfers in het landelijk gebied hoger dan in de steden. Vooral de grote (studenten)steden hebben lage cijfers. Eindhoven ligt 15% onder het Brabants gemiddelde, Tilburg 12,5%, Breda 9% en ’s‑Hertogenbosch 6,5%. In middelgrote steden ligt het kindertal juist iets boven het gemiddelde. Dit geldt ook voor de suburbane gemeenten rond de grotere steden. Gemiddeld over de afgelopen 25 jaar zijn de hoogste vruchtbaarheidscijfers te vinden in de suburbane en landelijke gemeenten in Noord- en Zuidoost‑Brabant. De gemeenten Altena en Boekel hebben het hoogste gemiddeld kindertal.

Naast de gebiedsindeling van de vier Regionale Woondeals is onderscheid gemaakt tussen gemeenten waarvan de hoofdkern in het stedelijk concentratiegebied ligt en gemeenten waarvan de hoofdkern in het landelijk gebied ligt.
Tot de grote steden zijn gerekend: Breda, Eindhoven, Helmond, ’s‑Hertogenbosch en Tilburg. Tot de middelgrote steden zijn gerekend: Bergen op Zoom, Maashorst, Meierijstad, Oosterhout, Oss, Roosendaal en Waalwijk.
Het stedelijk concentratiegebied bestaat uit de grote en middelgrote steden en het overig stedelijk concentratiegebied.
Klik hier voor de gebruikte gebiedsindeling.
Deel deze pagina via