Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek
Het Vlijmens Ven, de Moerputten en het Bossche Broek vormen samen één gebied ten zuidwesten van ’s-Hertogenbosch tussen de A59 en de Loonse en Drunense Duinen.
Hier gaat het beekdal van de Dommel over in het laagveengebied van de "Naad van Brabant", een moerassig gebied met blauwgrasland en elzenbroekbos dat deels kwelafhankelijk is. In de schil rondom bevinden zich steden, natuur en (agrarische) bedrijven. Gelegen dicht bij steden en dorpen is het een belangrijk recreatief gebied.
Wat doen we in het gebied?
Terreinbeheerders, waterschappen, gemeenten, landbouwvertegenwoordigers en provincie werken met elkaar aan een gezamenlijke aanpak, met name gericht op hydrologisch herstel. Daarbij houden we rekening met de tweede fase van de hoogwaterbescherming ’s-Hertogenbosch.
Wat waren in 2023 de successen?
- De agrariërs in het gebied hebben zich verenigd en een landbouwvisie opgesteld. Zij hebben hun wensen voor landbouw en ook hun mogelijke bijdrage aan het gebiedsproces geformuleerd.
- Een Ecologische Systeem Analyse (ESA) is opgesteld om voldoende kennis van het watersysteem te hebben, zodat verbeteringsmaatregelen kunnen worden beoordeeld.
Wat zijn in 2024 de uitdagingen?
- Begin 2024 wordt de gebiedsvisie opgeleverd. Daarna start de planuitwerking, in samenwerking met de agrariërs en samen met de uitwerking van de bouwstenen voor de tweede fase hoogwaterbescherming ’s-Hertogenbosch.
- Hydrologisch herstel voor de natuur is tevens afhankelijk van wat zuidelijker in Brabant en Vlaanderen gebeurt aan infiltratie; dat is buiten de invloedssfeer van dit gebiedsproces.
- Hydrologisch herstel van de natuur heeft mogelijk consequenties voor de landbouw en voor het stedelijk gebied. Daar moet gezocht worden naar de mogelijkheden.
‘Om de dag iemand anders aan de deur, dat willen we niet’
Niet zelden speelt een gebiedsgerichte aanpak in een omgeving waar al andere processen lopen. Met ieder hun eigen opgaven en tempo. Zoals ten zuidwesten van ’s-Hertogenbosch. Hoe gaan betrokkenen daarmee om?
Het scheelt alvast dat Albert Vrielink en Ingrid Rijkers allebei werken bij waterschap Aa en Maas. Eerstgenoemde is gebiedsmanager van de gebiedsgerichte aanpak Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek. Maar dat is ook het werkgebied van Rijkers, projectmanager van Hoogwateraanpak Brabant-Oost (HoWaBo).
Binnen de gebiedsgerichte aanpak is er een beperkte stikstofopgave, legt gebiedsmanager Vrielink uit. “Er ligt stikstofgevoelige natuur, met name blauwgraslanden. Maar de wateropgave is veel groter. In de zomer zakken de waterstanden te ver weg, waardoor de zeldzame blauwgraslanden met hun grote biodiversiteit verdrogen.”

Hoogwater omgeving ‘s-Hertogenbosch
HoWaBo is er volgens projectmanager Rijkers voor een andere problematiek. Bij extreem weer kan neerslag in het stroomgebied van de Dommel en de Aa niet worden afgevoerd naar de Maas bij ’s-Hertogenbosch, als het water in de rivier op dat moment ook hoog staat. ‘s-Hertogenbosch is het laagste punt van de regio en het water zal zich daar verzamelen en zorgen voor wateroverlast. Binnen HoWaBo wordt gezocht naar oplossingen hiervoor. In de regio, maar ook in de hoger gelegen gebieden, kijkend naar het hele watersysteem.
“We kijken bijvoorbeeld naar het Bossche Broek, om daar het huidige waterbergingsgebied te optimaliseren”, aldus Rijkers. “Het huidige waterbergingsgebied Vughtse Gement willen we mogelijk uitbreiden. En we onderzoeken een andere inrichting van het Drongelens Kanaal, voor de hoogwaterafvoer richting de Maas bij Waalwijk.”
Er zijn op dit moment 11 mogelijke oplossingen bedacht. Die worden dit jaar samen met gebiedspartners verder uitgewerkt. Deze oplossingsrichtingen liggen ook in het gebied van de gebiedsgerichte aanpak. Het vraagt dus om samenwerken en slim combineren daar waar dat kan.

‘Gezamenlijk belang’
De agrariërs in dat gebied zien ze al aankomen: de ene dag staat HoWaBo op de stoep en de andere dag de gebiedsgerichte aanpak. “Dat willen we absoluut niet”, zegt Vrielink. Om te voorkomen dat we daarmee onze eigen weerstand creëren, formeren we één omgevingsteam voor beide opgaven.
“Ik ben wel optimistisch. In december hebben de boeren hun landbouwvisie voor deze regio gepresenteerd. En het interessante is dat ook zij ervaren dat het water in de zomer wat hen betreft soms te ver wegzakt. Ze willen dat voor hun gewassen ook vasthouden. Dus eigenlijk ervaren we een gezamenlijk belang en daarvoor moeten we samen optrekken.”
Als ze in januari met de volgende fase aan de slag gaan, wil het team van de gebiedsgerichte aanpak samen met de landbouw echt investeren in het zoeken naar oplossingen, zegt Vrielink.

Gebiedsgericht aan de slag
Rijkers staat voor iets andere uitdagingen. “We moeten ons aanpassen aan de verandering van het klimaat en toe naar een ander type watersysteem. Dat je water zo goed mogelijk probeert vast te houden op de plekken waar het hoort en de ruimte geeft waar mogelijk. Maar dat is niet van de ene op de andere dag gebeurd.”
Voor de uitwerking van de benodigde maatregelen gaan betrokken partijen gebiedsgericht samen aan de slag. “En dan kun je heel mooie combinaties maken met het proces van onder andere gebiedsgerichte aanpak én HoWaBo.”
Partners



