Kampina en Oisterwijkse Vennen
Kenmerkend voor dit gebied zijn de bossen en een afwisseling van droge en vochtige heide, kleine akkers, voedselarme vennen, meanderende beken en schrale hooilanden.
In de schil rondom bevinden zich dorpen, natuur en (agrarische) bedrijven. Gelegen in de stedelijke driehoek ’s-Hertogenbosch, Eindhoven en Tilburg vormt het tevens een belangrijk recreatief uitgangsgebied
Wat doen we in het gebied?
Een complete visie voor het gebied, waarvoor in 2023 een aanzet is gegeven, staat voor dit jaar op de agenda, evenals de aanpak van deelgebieden. Verder is het doel om het uitvoeringsprogramma op te stellen en te starten met enkele uitvoeringsprojecten. Voor landgoed Rozephoeve in Oisterwijk wordt doorberekend wat er minimaal nodig is aan maatregelen om de natuurwaarden te beschermen en tot een (voor iedereen) acceptabele oplossing te komen.
Wat waren in 2023 de successen?
- Na een intensief proces om inzicht te krijgen in de gebiedskarakteristieken en de belangen die de gebiedspartijen hebben, is er een gezamenlijk vertrekpunt gecreëerd. De opgaven en mogelijke punten van wrijving zijn in beeld gebracht en de eerste bestuurlijke gesprekken over oplossingsrichtingen zijn gestart.
- Alle informatie is vastgelegd in het Visiedocument 0.5. Dat moet in 2024 resulteren in een voldragen visie.
Wat zijn in 2024 de uitdagingen?
- Om tot het gewenste detailniveau te komen, is besloten in vijf deelgebieden aan de slag te gaan. De input uit deze processen moet de basis vormen voor de gebiedsbrede visie. Deze aanpak vergt veel personele capaciteit van alle partners.
- Landgoed Rozephoeve is gestart als uitvoeringspilot, maar een gemeenschappelijk vertrekpunt ontbreekt nog. Er is niet precies in beeld wat er minimaal aan maatregelen nodig is om de natuurlijke staat van instandhouding te bereiken. Een nieuw hydrologisch onderzoek gaat daar verandering in brengen.
- Het instrumentarium voor pachters is tot op heden beperkt. We zullen mogelijk aanvullend instrumentarium moeten ontwikkelen en met creatieve oplossingen moeten komen om het beoogde succes van de pilot te behalen.
‘Het afgelopen jaar ging het proces echt als een speer’
De procesfase van een groenblauwe gebiedsgerichte aanpak, met een verkenning en het opstellen van een gebiedsvisie, wordt begeleid door onafhankelijke gebiedsmanagers. Voor de Kampina en Oisterwijkse Vennen is dat Marloes van Delft, van bureau MLG. “Ik durf te stellen dat we hier de stroperigheid achter ons hebben gelaten.”
MLG kreeg tweeënhalf jaar geleden de vraag van de provincie om de verkenning uit te voeren in de Kampina, het Natura 2000-gebied tussen Boxtel en Oisterwijk met z’n vennen en vochtige bossen. Van de verdroging die daar heeft toegeslagen, hebben de flora, fauna en beken te lijden gehad. Evenals enkele stikstofgevoelige habitattypen.


Hoe gaat zo’n verkenning?
“We hadden iets van: eerst gewoon eens kijken wat daar gebeurt. Niemand wist nog hoe dit werkte. We hebben de gebiedspartners bij elkaar gebracht en dat zijn echt betrokken organisaties. Het waterschap, provincie, de vier gemeenten die rondom Kampina en Oisterwijkse Vennen zitten. Maar ook bijvoorbeeld Brabants Particulier Grondbezit, Natuurmonumenten, Brabants Landschap en ZLTO.”

Hoe reageerden die daarop?
“Aanvankelijk wel terughoudend. De voorbije jaren is er vanuit het Rijk veel afgekomen op de mensen in het gebied, zoals het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Maar het geeft wel steeds meer richting aan waar we met elkaar naartoe willen. Er is het besef: er moet iets gebeuren! Die urgentie vertaalt zich door in het aanhaken van diverse partners. In 2023 ging het proces echt als een speer.”

Waar loop je tegenaan tijdens zo'n proces?
“In het begin is zo'n proces wat moeizaam, maar gaandeweg wordt het contact beter. Je leert elkaar kennen. Er komt vertrouwen in de groep. Dat vind ik echt heel belangrijk, dat we open met elkaar kunnen spreken en dat iedereen zich gehoord voelt. Dat wil niet zeggen dat je geen discussies kunt voeren op het scherp van de snede. Dat kan juist wanneer het vertrouwen goed is.”

Waar staan jullie nu?
“Na veel praten en aftasten, wordt nu de urgentie gevoeld om echt met elkaar aan de slag te gaan in het gebied. Met een integrale aanpak die breder is dan groen of blauw. Je ziet dat er in deelgebieden initiatieven starten. En daarvan moeten we leren, in de praktijk kijken hoe het gaat. Dat laten we later terugkomen in de gebiedsvisie.”


Gaan jullie het gebied in zonder een gebiedsvisie?
“We hopen dat die visie er in september ligt. Maar het kan niet zo zijn dat we alleen maar blijven praten. Wat wij belangrijk vinden, is dat we met de uitgangspunten die we samen hebben vastgesteld het gebied in gaan. Die omslag zijn we nu aan het maken.”

Kunnen ze met die kennis ook in andere gebieden hun voordeel doen?
“Jazeker. Ik probeer dat ook toe te lichten. We komen met de gebiedsmanagers van alle 17 gebieden ook een keer in de maand bij elkaar en dan hebben we het ook hierover. Soms hoor je: we hebben nog geen heldere kaders, we moeten wachten. Maar ik denk dat we die kaders samen kunnen stellen door dingen uit te proberen, bij te stellen en weer verder te gaan.”

Mag je stellen dat je in 2,5 jaar tijd al een behoorlijk resultaat hebt bereikt?
“Ja, zonder op te willen scheppen, maar er wordt echt naar de gebiedsgerichte aanpak Kampina en Oisterwijkse Vennen gekeken. Stroperig is het altijd als je met 12 partners samen iets wilt bereiken. Maar ik durf wel te zeggen dat we in gebiedsgerichte aanpak Kampina en Oisterwijkse Vennen de stroperigheid achter ons hebben gelaten.”
Partners



