Plannen genoeg, accent op realisatie!

Anno 2026 zijn er in Brabant plannen voor de bouw van in totaal zo’n 280.000 woningen. Hiermee ligt de plancapaciteit op het hoogste niveau sinds het begin van de provinciale (jaarlijkse) inventarisaties, 20 jaar geleden (zie beeld 7a).

Vooral de laatste twee jaren is het planaanbod flink toegenomen. Vergeleken met 2024 ligt de plancapaciteit maar liefst 64.000 woningen hoger (+30%). Het grootste deel hiervan betreft zachte plancapaciteit voor de middellange en vooral de langere termijn (na 2035).

Klik op de afbeelding voor vergroting

Het leeuwendeel van deze toename komt voor rekening van Zuidoost-Brabant. In deze regio wordt – samenhangend met het ‘project Beethoven’ – uitgegaan van hogere woningbouwaantallen. Dit heeft recentelijk geleid tot het opvoeren van nieuwe, potentiële (dus zachte) bouwlocaties en de aanmaak van nieuwe plannen voor woningbouw.

Van het actuele planaanbod, zo geven de Brabantse gemeenten aan, is 48,5% (136.000 woningen) voorzien voor de kortere termijn (2026 tot en met 2030). De ‘indicator totale plancapaciteit’ die het planaanbod afzet tegen de benodigde capaciteit – berekend vanuit onze nieuwe provinciale prognose (nov. 2023) – staat hiermee voor die vijfjaarsperiode op liefst 148%. En een groot deel van dit planaanbod is ook al hard. Van de benodigde capaciteit is twee derde (67 %) opgenomen in ‘harde plannen’; de onherroepelijke of door gemeenteraden vastgestelde woningbouwplannen.

Wel zijn er regionale en gemeentelijke verschillen, te vinden in onze ‘Monitor bevolking en wonen’. In diezelfde monitor zijn onder meer ook gegevens opgenomen over ‘de betaalbaarheid’ van de woningbouwplannen (beeld 9) en is het planaanbod naar plangrootte nader gespecificeerd, o.a. naar in- en uitbreidingslocaties.

Bestaande plannen ook daadwerkelijk uitvoeren

Kwantitatief gezien zijn er voor de korte termijn – Brabant-breed gemeten – ruim voldoende plannen voor de benodigde woningbouwproductie. Het gaat er dan ook niet zo zeer om nog meer woningbouwplannen op te stellen. Gelet op de woningbehoefte en de woningtekorten is het veeleer zaak om de bestaande (onherroepelijke en vastgestelde) woningbouwplannen daadwerkelijk en snel(ler) tot uitvoering te brengen. Daar zal de eerstkomende jaren vooral het accent op moeten liggen.

Ook voor de wat langere termijn (de tienjaarsperiode, 2026 tot 2036) lijkt het planaanbod (ruimschoots) te kunnen voorzien in de Brabantse woningbehoefte. De provinciale prognose-uitkomsten laten tussen 2026 en 2036 een (benodigde) groei van de woningvoorraad zien van 140.000 woningen. Omdat er ook woningen worden gesloopt, is er voor vervangende nieuwbouw eveneens plancapaciteit nodig. Bij elkaar vraagt dit om een planaanbod voor de bouw van zo’n 153.000 woningen, de komende 10 jaar. De totale plancapaciteit voor die periode omvat ca. 232.000 woningen (152% van de benodigde capaciteit), waarvan 67.500 woningen gerekend kunnen worden tot de harde plancapaciteit. Dit laatste betekent, dat van de benodigde capaciteit tussen 2026 en 2036 44% is opgenomen in harde woningbouwplannen (en 67% voor de eerstkomende vijf jaar).

Het planaanbod in Brabant omvat (anno 2026) 280.000 woningen, opgenomen in ca. 5.000 plannen. Gemiddeld heeft een woningbouwplan een grootte van 56 woningen. Het overgrote deel van de plannen (69%) telt minder dan 25 woningen. ‘Slechts’ 12% van de plannen voorziet in de bouw van meer dan 100 woningen en 2% (ca. 100 plannen) is groter dan 500 woningen (7b-1).

Kijken we naar de verdeling van de woningaantallen, dan zien we dat in de 57% kleinste plannen maar 6% te vinden is van het totale aantal woningen in het planaanbod. In de 12% grootste plannen zit bijna driekwart (73%) van het aantal woningen. En in de 2% grootste plannen (>500) zit liefst 30% van de geplande woningen (7b-2).

Meer weten?

www.brabant.nl/bouwen en wonen
Privacyverklaring