2020 tot en met 2026: 86.000 woningen erbij, bijna 12.500 gemiddeld per jaar
Voor Brabant wordt over de jaren 2020 tot en met 2026 een voorraadgroei verwacht van in totaal bijna 86.000 woningen, ca. 12.500 gemiddeld per jaar. Hiermee staat de ‘bouwindicator 2027 - korte termijn’ op 87. Dit betekent dat de verwachte groei van de Brabantse woningvoorraad in die periode 13% lager ligt dan de vooruitberekeningen vanuit onze provinciale prognoses.
Vooral in de grote en middelgrote steden blijft de woningbouw achter bij de prognoses (20% respectievelijk 16%). De landelijke gemeenten (2%) en de (suburbane) gemeenten rond de grote en middelgrote steden (9%) lopen – gemeten vanaf 2020 – beduidend minder achter op de prognose-aantallen.
De ‘bouwindicator 2027 – lange termijn’, die over een langere periode (2005 tot en met 2026) de woningbouwontwikkelingen afzet tegen de provinciale prognoses, staat voor Brabant als geheel op 83. Oftewel, 83% van de vooruit berekende groei wordt in die periode ook gerealiseerd. Dat is een verwachte groei van 224.000 woningen, terwijl de (respectievelijke) prognoses een groei van zo’n 269.000 woningen becijferden voor de jaren 2005 tot en met 2026.
Per gemeente zijn beide bouwindicatoren weergegeven op onderstaande kaartbeelden.
Meer specifieke ‘scores’ van elk van de Brabantse gemeenten op beide indicatoren zijn te vinden in onze ‘Monitor bevolking en wonen’.
Klik op de afbeelding voor vergroting
Bouwindicator 2027 - korte termijn
De 'bouwindicator 2027 - korte termijn' laat zien in hoeverre de vooruit berekende groei van de woningvoorraad in de periode 2020 tot en met 2026 naar verwachting ook wordt gehaald.
De verwachte groei bestaat uit de feitelijke groei over de jaren 2020 tot en met 2025, plus de verwachte groei in 2026.
Een waarde hoger dan 100% geeft aan dat de groei van de woningvoorraad boven de vooruit berekende groei ligt.
Een waarde lager dan 100% geeft aan dat de groei onder de vooruit berekende groei ligt.
Klik op de afbeelding voor vergroting
Bouwindicator 2027 - lange termijn
De 'bouwindicator 2027 - lange termijn' laat zien in hoeverre de vooruit berekende groei van de woningvoorraad sinds 2005 ook daadwerkelijk wordt gehaald in de periode 2005 tot en met 2026. Het gaat hierbij om een cumulatieve meting vanaf 2005.
De verwachte groei bestaat uit de feitelijke groei over de jaren 2005 tot en met 2025, plus de verwachte groei in 2026.
Een waarde hoger dan 100% geeft aan dat de groei van de woningvoorraad boven de vooruit berekende groei ligt.
Een waarde lager dan 100% geeft aan dat de groei onder de vooruit berekende groei ligt.
Bouwindicatoren door de jaren heen
In lijn met de (sterkere) bevolkings- en huishoudensgroei én om de woningtekorten in te kunnen lopen, zal de Brabantse woningvoorraad tussen 2025 en 2035 met gemiddeld ca. 13.500 tot 14.000 woningen per jaar moeten toenemen. Zeker de eerstkomende jaren (tot 2030) is een hogere groei gewenst en ook nodig.
De ‘bouwindicator per jaar’ zet van jaar op jaar de groei van de woningvoorraad af tegen de voor die jaren vooruit berekende provinciale prognoseaantallen. Tot en met 2025 gaat het hierbij om de feitelijke groei van de voorraad, voor 2026 is het een inschatting op basis van recent in aanbouw genomen woningen.
Zoals uit beeld 5a blijkt, laat deze indicator in de jaren 2018 tot en met 2022 weer scores zien van boven de 100. Dit betekent dat in die jaren de toename van de woningvoorraad (iets) boven de provinciale ramingen is uitgekomen. Voor 2023, 2024 en 2025 (feitelijk) en 2026 (verwacht) is het beeld echter minder florissant. In 2023 is de bouwindicator uitgekomen op 81, bijna 20% lager dan de prognose-aantallen. En met een indicator van 74 en 75 liggen de groeicijfers in 2024 en 2025 zo’n 25% onder de ramingen. Voor 2026 wordt echter weer een score verwacht van 85.
Met de hoge(re) groeicijfers in de periode 2017 tot en met 2022 laat ook de lijn van de ‘bouwindicator – lange termijn’ weer een (licht) stijgende lijn zien. De wat mindere groei in 2023 tot en met 2026 leidt er echter toe, dat de lijn in die jaren stagneert en zelfs weer wat naar beneden afbuigt.




