Groei van zo'n 75 duizend woningen in zes jaar tijd
Voor Brabant wordt over de jaren 2020 t/m 2025 een voorraadgroei verwacht van in totaal bijna 74.000 woningen, 12.300 gemiddeld per jaar. Hiermee staat de ‘bouwindicator 2026 - korte termijn’ op 88. Dit betekent dat de verwachte groei van de Brabantse woningvoorraad in die periode 12% lager ligt dan de vooruitberekeningen vanuit onze provinciale prognoses.
Vooral in de grote en middelgrote steden blijft de woningbouw achter (17%) bij de prognoses. In de grote steden zijn over een langere periode gemeten (vanaf 2005) juist de hoogste groeicijfers te vinden. De landelijke gemeenten (7%) en de (suburbane) gemeenten rond de grote en middelgrote steden (2%) lopen – gemeten vanaf 2020 – beduidend minder achter op de prognose-aantallen, waarbij voor de jaren 2023 t/m 2025 uiteraard is aangesloten op de meest recente provinciale prognose-uitkomsten (nov. 2023).
De ‘bouwindicator 2026 – lange termijn’, die over een langere periode (2005 t/m 2025) de woningbouwontwikkelingen afzet tegen de provinciale prognoses, staat voor Brabant als geheel op 84. Oftewel, 84% van de vooruit berekende groei wordt in die periode ook gerealiseerd. Dat is een verwachte groei van 212.000 woningen, terwijl de (respectievelijke) prognoses een groei van zo’n 254.000 woningen becijferden voor de jaren 2005 t/m 2025.
Per gemeente zijn beide bouwindicatoren weergegeven op onderstaande kaartbeelden.
Meer specifieke ‘scores’ van elk van de Brabantse gemeenten op beide indicatoren is te vinden in onze ‘Monitor bevolking en wonen’.
Klik op de afbeeldingen voor vergroting
Bouwindicator 2026 - korte termijn
De 'bouwindicator 2026 - korte termijn' geeft aan in welke mate de in de periode 2020 t/m 2025 vooruit berekende groei van de woningvoorraad naar verwachting ook gerealiseerd wordt. De verwachte groei is bepaald door bij de feitelijke groei van de woningvoorraad in de periode 2020 t/m 2024, de in 2025 verwachte voorraadgroei op te tellen.
Een waarde (uitgedrukt in %) >100 geeft aan dat de groei van de woningvoorraad boven de vooruit berekende groei ligt.
Een waarde <100 geeft aan dat de groei onder de vooruit berekende groei ligt.
Klik op de afbeeldingen voor vergroting
Bouwindicator 2026 - lange termijn
De 'bouwindicator 2026 - lange termijn' geeft aan in welke mate - cumulatief gemeten vanaf 2005 - de vooruit berekende groei van de woningvoorraad naar verwachting ook gerealiseerd wordt in de periode 2005 t/m 2025. De verwachte groei is bepaald door bij de feitelijke groei van de woningvoorraad in de periode 2005 t/m 2024, de in 2025 verwachte voorraadgroei op te tellen.
Een waarde (uitgedrukt in %) >100 geeft aan dat de groei van de woningvoorraad boven de vooruit berekende groei ligt.
Een waarde <100 geeft aan dat de groei onder de vooruit berekende groei ligt.
Bouwindicatoren door de jaren heen
In lijn met de (sterkere) bevolkings- en huishoudensgroei én om de woningtekorten in te kunnen lopen, zal de Brabantse woningvoorraad tot 2035 gemiddeld genomen met ca. 13.500 woningen per jaar moeten toenemen. Zeker de eerstkomende jaren (tot 2030) is een hogere groei gewenst en ook nodig.
De ‘bouwindicator per jaar’ zet van jaar op jaar de groei van de woningvoorraad af tegen de voor die jaren vooruit berekende provinciale prognoseaantallen. Tot en met 2024 gaat het hierbij om de feitelijke groei van de voorraad, voor 2025 gaat het om een inschatting op basis van recent in aanbouw genomen woningen en afgegeven bouwvergunningen.
Zoals uit beeld 5a blijkt, laat deze indicator in de jaren 2018 t/m 2022 weer scores zien van boven de 100. Dit betekent dat in 2018 (6%), 2019 (8%), 2020 (2%), 2021 (8%) én 2022 (6%), de toename van de woningvoorraad (iets) boven de provinciale ramingen is uitgekomen.
Voor 2023, m.n. 2024 (feitelijk) en 2025 (verwacht) is het beeld echter minder florissant. Voor 2023 is de bouwindicator voor 2023 uitgekomen op 81%. Met een indicator van 74% liggen de groeicijfers in 2024 iets meer dan 25% onder de prognose-aantallen.
Voor 2025 wordt een score verwacht van 81%. De groeicijfers van de laatste jaren sluiten redelijk aan op de verwachte huishoudensgroei, maar het bestaande woningtekort wordt hiermee niet of onvoldoende ingelopen. Vooral zaak dus om weer aansluiting te vinden bij de hogere voorraadgroei van 2021 en 2022.
Met de hoge(re) groeicijfers in de periode 2017 t/m 2022 laat ook de lijn van de ‘bouwindicator – lange termijn’ weer een (licht) stijgende lijn zien. De wat mindere groei in 2023 t/m 2025 leidt er echter toe, dat de lijn in die jaren weer wat naar beneden afbuigt.




