De papieren en de échte werkelijkheid van inpassing in de praktijk
Bouwen? Dan ook het landschap verbeteren!
Met de bouw van nieuwe woonwijken, aanleg van bedrijventerreinen, zonneparken, uitbreiding van agrarische bedrijven en defensieterreinen staat het Brabantse landschap onder druk. Om het landschap tegen deze druk te beschermen, vraagt de provincie bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied om óók in het landschap een verbetering aan te brengen. Dat leidt tot mooie plannen, al laat de uitvoering in de praktijk nog wel eens te wensen over.

Jachthuis Schijf in de Rucphense bossen

Hermke Helsper

Riny van Oers

Jos Koopmans

Rens van Rijckevorsel
Levendig landschap
Landschap roept emoties op. Het biedt rust, weidsheid, overzicht, maar ook verwondering, melancholie of troost. Wie kent niet het gevoel van thuiskomen wanneer je over de dijk rijdt en ’jouw' polder zich voor je uitstrekt? Of de ontroering bij een mistige ochtend in een stil bos? Het is geen toeval dat veel mensen troost zoeken in de natuur na verlies, of inspiratie vinden in een verre horizon. “Landschap is leven. Het verandert voortdurend en geeft identiteit aan een plek”, beaamt Hermke Helsper (62), landschapsarchitect bij de provincie. “Je kunt heel veel zien als je landschap kunt lezen. Er zijn hoogteverschillen, bomenrijen, lanen, wegen, watergangen en olifantenpaadjes. De begroeiing (vegetatie) laat zien hoe de ondergrond is: eiken en berken doen het goed op lage zandgronden, terwijl beuken beter gedijen op hogere gronden. Landschap is altijd in beweging, het is een spiegel van de tijd waarin we leven. Windmolens waren ook ooit nieuw, nu hoort het erbij. Met kennis en een analyse van landschap, historie en bodem kun je de juiste keuzes maken.”
Landschap en biodiversiteit
Landschap is divers: het zijn niet alleen de mooie bomen, lanen, bossen en hei, maar landschap kan ook bestaan uit een groene inpassing van een woning of een glastuinbouwbedrijf. Rens van Rijckevorsel kan daarover meepraten. De 26-jarige ondernemer kocht 2 jaar geleden een groot glastuinbouwbedrijf in Etten-Leur, waar hij komkommers en aardbeien teelt. “Er was al even geen aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing. De takken hingen tegen het glas aan en bladeren verstopten de goot.” Inmiddels is de groene inpassing van het bedrijf weer tiptop in orde. Bijzonder is dat 4 hectare aan kassen hierdoor vanaf de weg niet zichtbaar zijn. “Ik snap dat het voor de buren niet fraai is om tegen een kassencomplex aan te kijken. We hebben een houtwal aangelegd met zoete kers, zwarte els, tamme kastanje, hazelaar en lijsterbes. De combinatie van struiken en bomen is goed voor de biodiversiteit en draagt bij aan de acceptatie in de buurt. Bovendien helpen de vogels die hier nestelen bij de bestrijding van bijvoorbeeld luizen. Ze zorgen zo voor een biologisch evenwicht.
Papieren werkelijkheid
Dat het bedrijf van Van Rijckevorsel zo goed is ingepast, is geen toeval. De gemeente Etten-Leur maakt sinds jaar en dag serieus werk van landschappelijke inpassingen. “De gemeente hecht veel belang aan landschap. Een goede inpassing straalt rust en eenheid uit. Het is dan wel van belang dat zo’n inpassing past bij het gebied. Je moet meteen het gevoel hebben dat de bebouwing en het groen op die plek bij elkaar horen. Dat betekent bijvoorbeeld dat je op zandgronden werkt met houtwallen, poelen en singels en op kleigronden een meer open landschap hebt”, zegt Riny van Oers, sinds kort gepensioneerd beleidsmedewerker bij de gemeente Etten-Leur. Het steekt hem wel dat er elders in Brabant zo weinig aandacht is voor de uitvoering. “Het is goed dat de provincie bij nieuwe bebouwing in het buitengebied vraagt om een impuls in groen, maar als je dat voorschrijft, moet je er ook op toezien. Het is nu vaak een papieren werkelijkheid omdat sommige gemeente het niet belangrijk genoeg vinden.”
Toch ziet Van Oers ook dat de belangstelling voor landschap toeneemt. “Landschap was vroeger iets voor fanatiekelingen. Nu er veel boeren stoppen en het buitengebied qua functies verandert, is de belangstelling veel breder. Maar ook de impact van bedrijven neemt toe: de bebouwing is forser en de uitstraling is industriëler. Dat maakt de noodzaak voor inpassing groter.”

Het glastuinbouwbedrijf van Rens van Rijckevorsel in Etten-Leur

Jachthuis Schijf in de Rucphense bossen
Het succes van Etten-Leur zit in de samenwerking met het Brabants Landschap en initiatiefnemers. “Samen adviseren we ondernemers bij landschappelijke inpassingen en het beheer daarvan. We wijzen niet meteen met het vingertje, denken mee en geven gerichte adviezen, maar gaan zonodig wel over tot handhaving. Dat is zelden nodig. Het stimuleert als ondernemers zien dat de gemeente er bovenop zit.”
Succesvolle samenwerking
Dat samenwerking de sleutel is tot succes, ziet ook rentmeester Jos Koopmans (53). Ruim 10 jaar werkte hij samen met de eigenaren, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Rucphen aan een plan voor de herontwikkeling van Jachthuis Schijf in de Rucphense bossen. “We hebben samengewerkt aan een plan dat goed is voor natuur, landschap en cultuurhistorie, én dat rendement oplevert. Op een verantwoorde manier hebben we 2 poortwoningen toegevoegd die passen in het landschap. Het is terecht dat de provincie daarvoor een investering in natuur en landschap terugverlangt”. Toch ziet Koopmans nog ruimte voor verbetering. “Overheden maken vaak een strak onderscheid tussen natuur en landschap. De inrichting van een perceel met walnotenbomen; is dat natuur, landschap of landbouw? Daarin moeten we niet doorschieten.”
Fiscale voordelen voor landschap
Koopmans ziet dat natuur vaak hoger gewaardeerd wordt dan landschap, terwijl dat onderscheid er vaak nauwelijks is. “We investeren veel in natuurontwikkeling, maar er is te weinig geld om het landschap beter te maken. Met aanleg van heggen, lanen en landschapselementen kan de waardering worden vergroot. Dan volgt vanzelf het economisch element, zoals recreatie en horeca. En met fiscale voordelen voor vergroening zouden we echt meters kunnen maken. Dan wordt Brabant nóg mooier!

Bert Groenewoudt
Toekomstbestendig buitengebied
Bert Groenewoudt (67), hoogleraar ecologische landschapsgeschiedenis, reflecteert op de toekomst van het landschap. “Landschap ervaren we allemaal anders. Voor een agrariër is het landschap in de eerste plaats gebruiksruimte. Hij kijkt of het gras er goed bijstaat en hoe het land optimaal benut kan worden. Een militair let op plekken om dekking te zoeken, terwijl een ecoloog juist oog heeft voor bloemen, insecten en vogels. Deze verschillende perspectieven leiden vaak tot misverstanden, simpelweg omdat iedereen het landschap met andere ogen bekijkt. Steeds vaker is het nodig om functies te combineren. Energie, wonen, recreatie, voedselproductie en ecologie moeten op veel plekken samenkomen. Natuurlijk kan dat niet altijd overal. Sommige gebieden wil je juist in hun huidige toestand bewaren, maar dan moeten we daar bewust keuzes in maken. Tegelijk moeten we accepteren dat het landschap in beweging is. Brabant zal blijven veranderen. Respecteer de historie, maar niet alles hoeft te worden hersteld om er betekenis aan te geven. Het gaat om het aanhaken bij wat er al is en van daaruit nieuwe kwaliteiten te ontwikkelen. Zo houd je landschap beleefbaar én toekomstbestendig.”
Deel deze pagina via
