Sterke groei aantal appartementen

Aan het begin van 2025 staan er in Noord‑Brabant ruim 1,2 miljoen woningen. Daarvan is bijna driekwart (74%) een grondgebonden woning en ruim een kwart (26%) een appartement. In 2000 was dit nog 85% grondgebonden en 15% appartementen. Vooral vanaf 2010 is het aandeel appartementen sterk gestegen. In de periode 2010–2025 bestond iets meer dan de helft van de voorraadgroei (50,3%) uit appartementen.

* De ontwikkeling van de woningvoorraad wordt niet alleen bepaald door nieuwbouwwoningen (bruto groei). Er verdwijnen ook woningen door sloop of doordat ze een andere functie krijgen. Andersom kunnen gebouwen zonder woonfunctie, zoals winkels of kantoren, worden omgebouwd tot woningen. Samen bepalen nieuwbouw, sloop en functieverandering de netto groei van de woningvoorraad.

Eengezinswoningen zijn grondgebonden woningen die één volledig pand vormen. Hieronder vallen vrijstaande woningen, twee‑onder‑één‑kapwoningen, hoekwoningen en tussenwoningen.

Meergezinswoningen zijn woningen in panden met twee of meer woonunits. Hieronder vallen appartementen, flats, galerijwoningen, portiekwoningen, beneden‑ en bovenwoningen en woningen met bedrijfsruimte, zolang er een aparte toegangsdeur buiten de bedrijfsruimte is.

De cijfers zijn inclusief woningen waarvan de eigendomssituatie (huur of koop) niet bekend is.

Bronnen: CBS‑StatLine en Woningmarktmonitor ABF Research | bewerking: Provincie Noord‑Brabant.

Hoewel het aandeel appartementen in Brabant sinds 2000 duidelijk is toegenomen, ligt dit met 26% nog altijd duidelijk onder het landelijk gemiddelde van 37%. In Noord‑ en Zuid‑Holland vinden we de hoogste percentages appartementen, rond de 52%.

Grondgebonden woningen en appartementen op de kaart van Brabant

Binnen Brabant zijn er aanzienlijke verschillen tussen regio’s en gemeenten. In 2025 is het aandeel appartementen in stedelijke gebieden 30,5%, twee keer zo hoog als in landelijke gebieden (15,3%). Net als bij de verhouding tussen huur- en koopwoningen (zie beeld 20), volgt ook de verdeling tussen grondgebonden woningen en appartementen grotendeels de mate van verstedelijking: hoe stedelijker, hoe meer appartementen.

In de grote steden is het aandeel appartementen het hoogst. In Eindhoven (41,8%), ’s‑Hertogenbosch (40,9%), Breda (40,5%) en Tilburg (38,1%) is ongeveer vier op de tien woningen een appartement. Ook Bergen op Zoom, Helmond, Oosterhout en Boxtel liggen met aandelen tussen 26,5% en 30% boven het Brabantse gemiddelde van 26%.

In vrijwel alle overige gemeenten ligt het aandeel appartementen onder het provinciale gemiddelde. De laagste percentages vinden we in Rucphen (8,8%) en in Cranendonck, Heeze‑Leende, Alphen‑Chaam, Laarbeek en Bernheze (10% tot 12,5%).

Het kaartbeeld met grondgebonden woningen laat het omgekeerde patroon zien. Rucphen heeft met 91,2% het hoogste aandeel grondgebonden woningen, terwijl Eindhoven met 58,2% het laagste aandeel heeft.

Deel deze pagina via