Verhouding koop/huur verandert nauwelijks, wel verschuivingen binnen de huursector
In 2025 bestaat 61% van de Brabantse woningvoorraad uit koopwoningen en 39% uit huurwoningen. Deze verhouding is bijna gelijk aan die aan begin deze eeuw (60% koop en 40% huur).

* De ontwikkeling van de woningvoorraad wordt bepaald door meerdere factoren. Het gaat niet alleen om het aantal nieuwbouwwoningen (bruto groei). Er worden ook woningen gesloopt of krijgen een andere functie. Andersom kunnen gebouwen zonder woonfunctie, zoals winkels of kantoren, worden omgebouwd tot woningen. Samen bepalen nieuwbouw, sloop en functieverandering de netto groei van de woningvoorraad.
Sociale verhuurder: huurwoningen in eigendom van toegelaten instellingen voor volkshuisvesting, zoals woningbouwverenigingen, woningstichtingen en woningcorporaties. Particuliere verhuurder: huurwoningen in eigendom van onder andere bedrijven, particuliere verhuurders en institutionele beleggers.
De cijfers zijn exclusief woningen waarvan niet bekend is of het huur- of koopwoningen zijn.
Bronnen: CBS‑StatLine en Woningmarktmonitor ABF Research | bewerking: Provincie Noord‑Brabant.
Binnen de huursector zijn wel duidelijke verschuivingen zichtbaar. Het aandeel sociale huurwoningen – woningen van woningcorporaties en andere toegelaten instellingen – daalde van 32% naar 27%. Het aandeel particuliere huurwoningen nam juist toe van 8% naar 12%.
Koopwoningen op de kaart van Brabant
Koop- en huurwoningen zijn niet gelijk verdeeld over de provincie. In suburbane en landelijke gemeenten staan naar verhouding meer koopwoningen, terwijl in grote en middelgrote steden juist meer huurwoningen staan. In het landelijk gebied bestaat iets meer dan 70% van de woningvoorraad uit koopwoningen. In het ‘overig stedelijk gebied’ (de suburbane randgemeenten) ligt dit aandeel met bijna 68% ook ruim boven het provinciale gemiddelde (61,3%).
In de gezamenlijke grote steden is het aandeel koopwoningen relatief laag: 50,3% van de woningen is koop en 49,7% huur. In het algemeen geldt dat in meer stedelijke gebieden de percentages huurwoningen stijgen, en in minder stedelijke gebieden de percentages koopwoningen hoger zijn. Dit patroon geldt voor alle typen: koop, sociale huur en particuliere huur.
De verschillen tussen gemeenten zijn groot. Bij koopwoningen loopt het aandeel uiteen van 78,1% in Bergeijk (de hoogste waarde in 2025) tot 44,1% in Eindhoven (de laagste waarde).

Sociale huurwoningen op de kaart van Brabant
Sociale huurwoningen komen relatief vaak voor in grote en middelgrote steden. In de grote steden bestaat bijna een derde van de woningvoorraad (32,8%) uit sociale huurwoningen. In middelgrote steden is dat 27,1%. Eindhoven heeft het hoogste aandeel sociale huur (36%), gevolgd door Helmond (35,6%). De laagste aandelen zijn te vinden in Baarle‑Nassau (11,6%) en Alphen‑Chaam (12,8%).

Particuliere huurwoningen op de kaart van Brabant
De particuliere huursector is vooral sterk vertegenwoordigd in de grote steden. In de top‑5 van gemeenten met het hoogste aandeel particuliere huur staan vier van de vijf grootste Brabantse steden: Eindhoven (19,9%), Tilburg (18,9%), Breda (16,2%) en ’s‑Hertogenbosch (14,2%). Opvallend is het hoge aandeel in Baarle‑Nassau (18,6%). Dit hangt samen met de verhuur van recreatiewoningen op parken waar permanent wonen is toegestaan.

Deel deze pagina via