‘De gebiedsgerichte aanpak is fantastisch, maar geen toverwoord’

Van bijen in de Biesbosch, naar een energietransitie in de stad, tot de toekomst van de landbouw. Gespreksstof genoeg als je bij Erik van Herk aanschuift. Het typeert zijn bevlogenheid. Als programmamanager Natuur en coördinerend programmamanager voor de gebiedsgerichte aanpak van de groene en blauwe opgaven, verbindt hij opgaven aan mensen, en ambities aan doelen. ‘We zijn aangekomen in de 2e fase van natuurherstel, een fase die vraagt om een verandering in denken en cultuur.’

Vanaf zijn koffietafel verklapt een zongebruinde Erik dat hij zelfs in zijn vakantie in Noorwegen het onderwerp niet helemaal kon loslaten. ‘Ik las een boek over de veranderingen van het landschap tussen 1850 en 1940. Een tijd waarin de industriële ontwikkeling zo exponentieel ging, dat ze genoodzaakt waren landbouwontginningen, wegen- en waternetwerken en natuurbehoud tegelijkertijd aan te pakken om de vooruitgang in stand te houden. Die blik op het totale, die blik hebben wij nu ook. Maar uiteraard met een ander resultaat voor ogen!’

Een andere aanpak = een goede conditie

‘Uit zo’n voorbeeld zie je dat de gebiedsgerichte aanpak niet hip is, maar komt en gaat, als een golfbeweging. Op dit moment is het sectorale denken er helemaal uit. Niet langer komt een ecoloog een gebied binnen, vinkt zijn taak af en stiefelt weer richting het provinciehuis. De ogen zijn nu ook gespitst op het gebied eromheen. Is het hier een zonneveld nodig om inkomsten te generen? Is afstemming met Rijkswaterstaat nodig om de weg om dit gebied te verleggen? Welke vorm van boeren komt hier de natuur ten goede? Zo’n brede blik vraagt om grote longinhoud van collega’s, inwoners en zelfs ons bestuur.’

Laten we voorkomen dat de gebiedsgerichte aanpak een modewoord is

‘De aanloop is langer’, reageert Erik resoluut op de vraag waarom het extra longinhoud kost. ‘Er zijn nu meer partijen, met uiteenlopende belangen waar het belangrijk is dat die het eens zijn. Toch ben ik overtuigd van deze manier van werken. We komen alleen tot verbetering van de biodiversiteit als we ook de verdroging en de stikstofneerslag aanpakken. Om daarin de landbouw mee te krijgen, is het nodig dat we agrariërs toekomstperspectief bieden. Daarom is denken vanuit samenhang belangrijk en aandacht om deze aanpak vast te houden. Zo voorkomen we dat de gebiedsgericht aanpak slechts een modewoord is.’

Vooruitgang lukt bij een hoopvol toekomstperspectief

‘Samen zoeken naar een oplossing die de natuur versterkt en toekomstperspectief biedt, dat maken op dit moment ook de gesprekken met bestuurders interessant. Een bestuurder wordt afgerekend wat hij of zij presteert. Terwijl sommige vraagstukken langer duren dan de vier jaar die voor een bestuursperiode staan. Ook hier komt dat toekomstperspectief om de hoek kijken. Waar doen we het uiteindelijk voor? Dat doel is bestuursperiode overstijgend.’

Doe mee, werk samen, maak Brabant mooier

Een lach verschijnt op zijn gelaat als ik vraag hoe het eigenlijk met zijn longinhoud zit. ‘Loesje heeft toch zo’n uitspraak? Alleen ga je sneller, samen kom je verder. Die instelling en gedrevenheid, dat is mijn drijfveer. Gelukkig zie ik dat ook terug bij mijn collega’s. Dat is broodnodig. Het lukt alleen als we het samen doen. En dat hoeft niet direct heel groot te zijn. Een gebiedsgerichte aanpak kan ook beginnen met een gemeenteambtenaar die ons vindt en vraagt hoe we wederzijdse doelen samen kunnen oppakken. Tegen die ambtenaar en natuurlijk tegen alle boeren, bestuurders en bewoners doe ik graag de oproep: “Doe mee. Werk samen, alleen zo maken we Brabant mooier.’

De gebiedsgerichte aanpak groen blauw moet ons op weg helpen naar een Brabant waarin zowel de condities voor de natuur (voldoende water, gezonde bodem, minder stikstof) als de landbouw goed zijn. Provincie, waterschappen, terreinbeherende organisaties, agrarische sector, gemeenten en andere belanghebbenden zoeken in maar vooral ook rondom natuurgebieden naar oplossingen, die de brug slaan tussen natuur, water, landbouw en ruimtelijke ontwikkelingen.