Water en bodem leidend in ruimtelijke plannen Brabant

Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027 (RWP) is het Brabantse beleidsplan voor water en een vitale bodem. In een aanvulling hierop heeft de provincie dit voorjaar onder meer het principe Water en Bodem Sturend uitgewerkt. Dat betekent nogal wat voor andere overheden, inwoners en (agrarische) ondernemers.

Noord-Brabant wil in 2050 een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem hebben. Dat is belangrijk voor vele zaken: wonen, werken, landbouw, natuur, gezondheid en economie. In het RWP staat wat de provincie doet om genoeg en schoon water te behouden, de bodem gezond te houden, overstromingen te voorkomen en voorbereid te zijn op de gevolgen van klimaatverandering.

Aanvulling is uitzonderlijk

Normaal gesproken worden wijzigingen hierop pas meegenomen in een volgend beleidsplan. Dit jaar is hierop echter een uitzondering gemaakt. Een belangrijke aanleiding was dat er op landelijk niveau werd gevraagd om het nieuwe principe Water en Bodem Sturend (WBS) veel meer in beleid vast te leggen: water- en bodemcondities zijn voortaan leidend bij keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling.

Dat zegt Niels Aten, bij de provincie strategisch adviseur water en bodem. Een tweede aanleiding was volgens hem de ernst van de droogteproblematiek, een derde de ‘bouwsteen Water en Bodem Sturend’ die de waterschappen aandroegen. “Wij hebben toen die zaken samengepakt en gezegd dat dit hét moment was voor een grotere beleidsaanpassing via een aanvulling op het RWP.”

Niels Aten

Genoemde bouwsteen helpt de provincie bij het ontwikkelen van maatregelen voor het herstel van het water- en bodemsysteem in Brabant, gebaseerd op de unieke landschapsstructuur. Het richt zich op water vasthouden op de hoge zandruggen, vertraagde afvoer op de flanken en ruimte maken voor water in beekdalen. Zo worden verdroging en wateroverlast beter tegengegaan en een robuust systeem gecreëerd.

”Er moet meer gebruik worden gemaakt van de kennis over het water- en bodemsysteem.”

‘Weersextremen worden groter’

Het idee van volledige maakbaarheid wordt hiermee verlaten, legt Aten uit: “In Nederland zijn we gewend om water- en bodemsystemen waar mogelijk met technische maatregelen aan te passen voor functies als bouwen en agrarisch grondgebruik. Dit maakbare systeem kost echter enorm veel tijd en geld. Klimaatverandering toont aan dat die aanpak niet langer houdbaar is. We zien in de praktijk dat we niet overal goede antwoorden hebben op te droge en te natte omstandigheden en deze extremen worden in de toekomst alleen maar groter.”

De aanvulling – officieel ‘addendum’ – op het RWP is het resultaat van overleg met allerlei belanghebbende partijen. Er is ook een ontwikkelperspectief in opgenomen.

Bijvoorbeeld in de vorm van te nemen maatregelen op de hoge ruggen, flanken en in beekdalen. Vervolgens is het met name een taak voor de waterbeheerders en gemeenten om daar invulling aan te geven, aldus Aten.

“De provincie heeft hieraan gekoppeld dat bij een ruimtelijke ontwikkeling heel goed moet worden bekeken wat wel en niet kan op een locatie. En dat daarbij veel meer gebruik moet worden gemaakt van de kennis over het water- en bodemsysteem.” Hier is ook een aantal hulpmiddelen voor, zoals de watersignaleringskaart die aangeeft waar kan worden gebouwd. Deze wordt nog aangevuld met een bodemkaart.

‘Bouwen in beekdalen beperken’

Wat gaan stakeholders hiervan merken? Enerzijds zullen water- en bodemsysteemherstel een nog belangrijkere rol gaan spelen in het beleid van waterschappen en in ruimtelijke plannen van gemeenten, stelt Aten. Anderzijds gaat de provincie de eigen regels hier en daar aanpassen.

Concreet betekent dit dat de zogeheten waterbergingsgebieden – die liggen vooral in de beekdalen – uitgebreid worden. En omdat het volume aan waterberging behouden moet blijven, is de consequentie dat er in die gebieden beperkingen zijn voor nieuwbouw en verharding.

”We willen oplossingsgericht meedenken. Maar het moet wel werkbaar blijven.”

Zoë Koelma

Regisseur water en bodem benoemd

“In Land van Cuijk zijn op dit moment geen woningbouw- of landbouwprojecten stopgezet vanwege het WBS-principe, maar dat krijgt wel steeds meer een plek binnen nieuwe projecten”, zegt Zoë Koelma. Bij voornoemde gemeente is zij adviseur openbare ruimte (klimaatadaptatie). “Ik denk dat er bij ons weinig knelpunten zijn omdat we het principe Water en Bodem Sturend al redelijk wat gewicht hebben gegeven.”

Deze nog jonge gemeente (2022) heeft WBS zelfs als een van de vijf sturingsprincipes opgenomen in de nog vast te stellen omgevingsvisie. Uit vooronderzoek bleek vorig jaar dat er behoefte is aan extra bodemkennis en aan de benoeming van een regisseur water en bodem. Deze strategische functie wordt per 1 augustus ingevuld. Koelma: “Dat onderstreept wel het belang dat we hieraan hechten.”

Bereidheid tot innoveren

Voorzitter Maarten Tessers van het Brabants Agrarisch Jongeren Kontakt (BAJK) zegt dat zijn organisatie tegen het addendum is: “We hebben er ook onze zienswijze op gegeven, willen oplossingsgericht meedenken. Maar het moet wel werkbaar blijven.”

Volgens hem is er behoefte aan duidelijkheid en standvastigheid bij jonge boeren. Dan pas kunnen zij investeren in een innovatie of bedrijfsstrategie. “Maar het moet niet zo zijn dat we een fors bedrag uitgeven aan een innovatie die over drie jaar wordt afgekeurd.”

Tessers snapt dat de provincie bepaalde doelen wil halen. “Maar die moeten niet worden afgedwongen. Als door Water en Bodem Sturend het grondwaterpeil wordt verhoogd, zijn bepaalde teelten namelijk niet meer mogelijk. Waar sprake is van waardevermindering of zelfs beëindiging van boerenbedrijven, is een fatsoenlijke financiële compensatie op z’n plaats.”

Voorzienbaarheid: ‘Niet alles kan overal’

Niels Aten snapt dat de schoen vooral op de korte termijn wringt: “Boeren zullen aangeven dat het niet realistisch is om van hen te verwachten dat ze over twee jaar totaal andere dingen doen op hun percelen. Ze hebben hun bedrijfsvoering soms al voor de komende 10, 15 jaar ingericht en de bedrijfswaarde is gebaseerd op het huidige grondgebruik. Ook gemeenten zullen soms voor lastige keuzes komen te staan, bijvoorbeeld door de druk om snel ruimte vrij te maken voor nieuwbouw.”

Toch zal het besef moeten indalen dat water- en bodemsysteemherstel steeds zwaarder gaat meewegen, geeft hij aan. In het addendum is daarvoor het begrip voorzienbaarheid geïntroduceerd, met 2030 als ‘omslagjaar’. “Als er planschade ontstaat, zullen we die vergoeden. Maar houd er rekening mee dat niet alles overal meer kan.”

Routekaart

De juridische kant van de voorzienbaarheid is een van de zaken op de routekaart richting 2030, die in het addendum is opgenomen. De provincie werkt dit samen met de waterschappen verder uit.

“Heel fijn dat de provincie die routekaart heeft gemaakt”, zegt Zoë Koelma van de gemeente Land van Cuijk tot besluit, “en ik hoop dat zij de gemeenten daarin de komende jaren actief meeneemt.”

Het Brabantse Regionaal Water en Bodem Programma en het addendum daarop is hier te vinden. Het is eveneens beschikbaar via DSO en Brabantviewer.