Verandering nodig, wil water vanzelfsprekendheid blijven

Het nieuwe Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022-2027 van de provincie Noord-Brabant is zowel ambitieus als hoognodig: er moet iets veranderen, willen we over veilig, schoon en voldoende water kunnen blijven beschikken.

Water is een eerste levensbehoefte. Voor mens en natuur, de landbouw en om bedrijfsprocessen in gang te houden. De vanzelfsprekendheid waarmee we over schoon water kunnen beschikken, staat echter onder druk. De waterkwaliteit moet op veel plekken nog beter en aanpassingen in stedelijk gebied zijn nodig door klimaatverandering. Die klimaatverandering, maar ook bevolkingsgroei en door de realiteit ingehaalde ideeën over ontwatering, werken droogte en verdroging in de hand.

De Brabantse bodem verdroogt. Het is een sinds de jaren 90 sluimerend proces dat, in combinatie met de hete zomers van de laatste jaren, zijn sporen nalaat. Vennen vallen droog, oogsten gaan verloren, en bepaalde soorten flora en fauna dreigen te verdwijnen uit de Brabantse natuur. Voor een vitale bodem is het cruciaal geworden om water langer vast te houden.

Droogte en verdroging

Droogte ontstaat als er meer water verdampt dan er neerslag valt. Tijdens een langdurige periode van droogte in het voorjaar en de zomer kunnen waterbeheerders als de waterschappen en provincie besluiten dat minder grondwater aan de bodem mag worden onttrokken (opgepompt), bijvoorbeeld voor beregening. Droogte is echter geen structureel probleem. Verdroging is dat wel. Dit ontstaat als grondwaterstanden jaarrond dalen. Onttrekking en aanvulling van grondwater zijn dan niet in balans. In Brabant is dat terug te zien in de ‘natte natuurparels’: natuurgebieden die meer water nodig hebben dan ze nu krijgen (zie onderstaand kader Natuurmonumenten). Maar de problematiek rond verdroging is breder. Mede door de klimaatverandering doet het zich bijvoorbeeld steeds vaker voor op landbouwgronden, die verschralen.

Water langer vasthouden

Tot nu toe losten agrariërs dit op met beregening. De grondwaterdaling die dat tot gevolg had, werd met de winterse neerslag gecompenseerd. Nu lijkt die daling echter een structureel karakter te krijgen. Een afwateringssysteem dat gericht is op een snelle ontwatering van landbouwpercelen – een erfenis van de ruilverkaveling in de jaren 50 en 60 – helpt dan ook niet mee. Weliswaar zijn regenbuien in het huidige klimaat intensiever – echter dit water wordt meteen afgevoerd en vult het grondwater niet aan. Recent is het besef ontstaan dat de focus moet liggen op het langer vasthouden van (regen)water en wordt actie ondernomen door waterschappen in samenwerking met agrariërs en terreinbeheerders.

Het nieuwe RWP streeft ook een vitale bodem na. Met name op de hoge zandgronden in Brabant verdwijnt bij droogte de sponswerking van de bodem. De provincie zet met het water- en bodemprogramma in op het herstel daarvan, in combinatie met vermindering van de ontwatering richting grote rivieren.

Alternatieve bronnen voor drinkwater

Voor de – wettelijke verplichte – levering van drinkwater aan consument en industrie pompt Brabant Water jaarlijks eveneens een forse hoeveelheid grondwater naar de oppervlakte. In het regionale water- en bodem programma van de provincie is daarom opgenomen dat moet worden gezocht naar alternatieve bronnen. Hiervoor zijn onder meer zee- en rivierwater in beeld (zie onderstaand kader Brabant Water).

Al met al vraagt het Brabantse water- en bodemsysteem momenteel om een andere benadering. De provincie is daarover in gesprek met onder meer waterschappen, waterbedrijven, kennisinstellingen, groenbeheerders, bedrijfsleven, gemeenten en agrariërs. Tegelijk wordt een appél gedaan op de Brabanders zelf. Verantwoord en zuinig omgaan met water betekent een wereld van verschil. Van alle betrokkenen wordt een flinke inspanning gevraagd om de watervoorraad op orde te krijgen en te houden. Dan blijft water, als basis voor ons leven en handelen, ook in de toekomst gegarandeerd.

Brabant Water heeft alternatieven voor grondwater al in beeld

Water vormt één van de belangrijkste pijlers voor ons volksgezondheidsbeleid. Daarom heeft drinkwaterbedrijf Brabant Water de verplichting betrouwbaar kraanwater te leveren aan 2,5 miljoen Brabanders. En dit aantal groeit. In 2020, na weer een droge zomer, moest Brabant Water voor het eerst de reservecapaciteit aanspreken. Als grondwaterbeheerder heeft de provincie op de rem getrapt: “De provincie heeft, tegen de achtergrond van verdroging en klimaatadaptatie, aangegeven dat grondwater niet onuitputtelijk is. Wij mogen er niet méér van onttrekken dan vergund”, schetst algemeen directeur Rob van Dongen van Brabant Water. “Dat begrijpen wij.”

Om drinkwater te maken, pompt Brabant Water jaarlijks 200 miljard liter grondwater op. Een deel daarvan wordt door de industrie gebruikt en ook die waterafname neemt toe door de economische groei. Het afgelopen jaar is het drinkwaterbedrijf gestart met de zoektocht naar alternatieve bronnen.

Dat kan volgens Van Dongen zeewater zijn of brak water; zout grondwater dat veel in West-Brabant voorkomt. Oppervlaktewater, zoals uit de Maas, komt eveneens in aanmerking. Of oeverfiltraat: “Water dat net achter de rivierdijk zit en al een natuurlijke filtratie heeft gehad. Al die alternatieven onderzoeken we de komende anderhalf jaar op onder andere haalbaarheid en betaalbaarheid.”

Opmerkelijk genoeg is het volgens Van Dongen eenvoudiger om zee- of brak water te ontdoen van zout, dan alle verontreiniging uit rivierwater te verwijderen. “Maar zout eruit halen kost wel veel energie en maakt dit proces duur en minder duurzaam.” Drinkwater wordt straks prijziger, de directeur draait er niet omheen.

Het is voor Brabant Water noodzakelijk om particulieren en industrie bewust te maken om geen water te verspillen. Juist ondernemingen die geen hoogwaardig drinkwater nodig hebben voor hun productieproces, moedigt Brabant Water aan tot het gebruik van alternatieve bronnen. Het watergebruik van de consument beïnvloeden, blijft lastig. Mensen blijven toch elke dag douchen of op een bloedhete zomerdag hun tuin sproeien. “Samen met onder andere de provincie, gemeenten en waterschappen proberen we toch de consument te bewegen zuiniger om te gaan met water.”

Natte natuurparels hunkeren naar grondwater

Noord-Brabant kent 97 ‘natte natuurparels’: natuurgebieden met een bijzondere ecologische waarde, sterk afhankelijk van de grondwaterstand. Dit kunnen beekdalen zijn, maar ook hoogveen of heides en vennen. De provincie werkt aan het herstel van deze, door verdroging bedreigde gebieden. Dat gebeurt met partners zoals natuurorganisaties. Zo is Corine Geujen, een van de twee hydrologen bij Natuurmonumenten, betrokken bij de bescherming van natte natuurparels. “Die verdroging werd al in de jaren 90 geconstateerd en is eigenlijk nog steeds een groot probleem. De grondwaterstanden zijn veel te laag”, constateert de waterhuishoudingsdeskundige. De voorbije droge zomers versterkten dat beeld, met droogvallende beken en vennen.

Maatregelen zorgen weliswaar voor een peilverhoging in de wintermaanden, maar die wordt in de zomer grotendeels tenietgedaan. “Bijvoorbeeld door de onttrekking van grondwater voor de drinkwaterwinning of beregening van landbouwgronden”, weet Geujen. “Ook zie je op de grens van landbouw- en natuurgebieden heel diepe sloten waarmee water wordt afgevoerd. Het schone en mineralenrijke kwelwater dat de natuur nodig heeft”.

Recent heeft Natuurmonumenten, samen met Waterschap De Dommel, de natte natuurparel rond het beekje de Beerze in de Kampina aangepakt. De Heiloop, een diepe omleiding voor piekafvoeren, is gedempt. “Die voerde ook kwelwater af, terwijl we dat juist in de zeldzame blauwgraslanden daar willen hebben. Al het water stroomt weer op natuurlijke wijze door de Beerze, die nu meer meandert en vaker buiten de oevers mag treden.” Water wordt zo langer in het gebied vastgehouden.

Om de waterhuishouding in andere natuurgebieden te verbeteren, is het niet uitgesloten dat landbouwgebieden direct grenzend aan natuur ook vernatten. Volgens Geujen vraagt dit om oplossingen zoals uitruil van gronden, verandering van teelten of minder onttrekking van grondwater. “De provincie zou daarbij de belangrijke regisseur moeten zijn. We moeten nu echt doorpakken. Als we de pijnpunten oplossen, kunnen we een grote stap maken naar een echt klimaatbestendig landschap, waar zowel de natuur als landbouw profijt van heeft.”