“Graag een provincie die intensief schakelt met omgevingsdiensten en het bedrijfsleven”

Waldo Maaskant - Projectmanager Biobased Economy (provincie Noord-Brabant) Waldo Maaskant is programmastrateeg biobased economy en circulaire economie bij de Provincie Noord-Brabant. Volgens hem zijn omgevingsdiensten een belangrijke schakel in het behalen van milieudoelstellingen.

“De provincie stimuleert en adviseert bedrijven om circulair te werken. Omgevingsdiensten zitten aan de andere kant: zij houden toezicht, toetsen en kunnen bedrijven verplichten hun processen anders in te richten. Het is handig als dat gebeurt op basis van wet- en regelgeving. Maar ook op basis van goede informatie en een goed gesprek met bedrijven is veel te bereiken. Het is ook een samenspel, waar het nodig is dat alle partijen nieuwe ontwikkelingen en technologieën in de gaten houden”, vertelt Maaskant.

De afgelopen periode is voor nieuwe ontwikkelingen een eyeopener geweest

“We kregen plots te maken met grondstoftekorten en ook werd onze afhankelijkheid van andere landen zichtbaar.” In Europa beseffen niet alleen regeringen dit, maar ook steeds meer industrieën. Je ziet dat tekorten zorgen voor andere oplossingen. Een wasmachinefabrikant verkoopt bijvoorbeeld geen wasmachines meer, maar wasbeurten. De fabrikant houdt de machines in bezit, zodat de materialen die erin zitten van hem blijven. En eenvoudiger worden hergebruikt of ergens anders in de kringloop gebruikt kunnen worden. Zaken als verleasen en recht op terugkoop worden een belangrijk nieuw businessmodel.”

Hoe krijgen omgevingsdiensten met deze ontwikkelingen te maken? “Omgevingsdiensten kunnen bijvoorbeeld nu al vergunningen verlenen en toezicht houden op energiebesparende maatregelen van bedrijven die ze pas over vijf jaar terugverdienen. Dit gaat zowel over simpele verlichting als complexe energie-installaties. Het is ook belangrijk dat omgevingsdiensten betrokken worden bij pilots met nieuwe technologieën.”

Van plastic terug naar olie

Een van die pilots gaat over ingezameld plastic. Veel ingezameld plastic is te vervuild om er nieuwe producten van te maken. Met de pyrolyse-techniek wordt ingezameld plastic tot 500 graden verhit zodat het weer olie wordt. “Dat is een circulair systeem. De technologie is in Brabant onder andere te vinden op Moerdijk en bij de Green Chemistry Campus in Bergen op Zoom. Maar nog niet alles rond deze techniek is bekend, bijvoorbeeld rond emissies. We voeren gesprekken met omgevingsdiensten om toch proeven te kunnen doen en vergunningen te verlenen aan pilot-installaties.”

Ander belangrijk thema is de vergroening van chemie

In Zuid-Nederland is de chemische sector groot met bedrijven in Geleen, Moerdijk, Terneuzen en Rotterdam. “In een coalitie werken we samen aan vergroening. Omgevingsdiensten spelen in deze sector een grote rol. Zij voeren gesprekken met de bedrijven om te handhaven. Dan is kennis van de processen en ontwikkelingen die er plaatsvinden belangrijk.”

Te weinig regels voor circulair werken

Volgens Maaskant komt daar snel verandering in. Onderdeel van de Green Deal van de Europese Unie is het Circulair European Actionplan. Daaruit komt nieuwe wetgeving voort, zoals het recht op reparatie en de plicht om circulair plastic te gebruiken. “Recht op reparatie betekent dat men producten uit elkaar kan halen en de mogelijkheid hebben om onderdelen te vervangen als dat nodig is. Als Philips een nieuwe Senseo ontwikkelt, moeten ze daarmee rekening houden. Dit is een zo’n voorbeeld van circulair ontwerpen (hergebruiken zonder extra grondstoffen toe te voegen). En een belangrijke schakel naar een circulaire economie.” In de Green Deal komt veel geld beschikbaar om ontwikkelingen te versnellen. De provincie wil deze subsidiestromen optimaal benutten. “Fondsen leiden tot nieuwe initiatieven. Het is van groot belang dat projectleiders vanuit de provincie intensief met de omgevingsdiensten en het bedrijfsleven blijven schakelen. Het effect is volgens mij dat dat ze hierdoor veel nieuwe aanvragen krijgen voor vergunningen of voor proefnemingen. Zoeken naar kansen en oplossingen, doe je tenslotte samen.”

In 2008 viel de term ‘biobased economie’ voor het eerst in het provinciehuis

“Eerst wist niemand wat dat was. Gebruik van biomassa als grondstof voor producten en materialen was nieuw. Olie is de belangrijkste fossiele grondstof voor de meeste producten. Vanwege de beschikbaarheid en het klimaat is het vinden van een vervanger noodzakelijk. In een biobased economie worden grondstoffen en producten gemaakt uit biologische reststromen, bijvoorbeeld uit de agro- en foodsector.” In 2016 kwam daar een nieuwe ontwikkeling bij: circulaire economie. “Biobased is een onderdeel van de circulaire economie. In een sluitende kringloop gebruik je niet alleen biologische grondstoffen, maar hergebruik je ook fossiele grondstoffen.”