Droogte is dé vijand van natuurkwaliteit

‘Helaas zet aanhoudende droogte een rem op de goede effecten van de maatregelen.’

Allerlei Brabantse natuurherstelprojecten dragen bij aan de beoogde natuurkwaliteit. Jos van de Staaij houdt zich bij Provincie Noord-Brabant bezig met monitoring. Hoe kijkt hij aan tegen de ontwikkelingen rondom biodiversiteit in Noord-Brabant?

Jos van de Staaij, beleidsmedewerker monitoring & evaluatie natuurbeleid bij Provincie Noord-Brabant, begint zijn verhaal positief. ‘De Natura 2000-herstelmaatregelen zoals die in onze provincie worden voorbereid en uitgevoerd, leveren een belangrijke bijdrage aan de natuurkwaliteit.’ Maar hij voegt er direct een somberder stemmende mededeling aan toe: ‘Helaas hebben we de afgelopen jaren te maken met aanhoudende droogte en dat zet een rem op de goede effecten van de maatregelen.’

Hebt u een voorbeeld van een project dat lijdt onder de droogte?

‘Een voorbeeld is de Brabantse Wal, een prachtig gebied met vennen. Dat lijdt al jaren onder watertekorten. Een sprekend voorbeeld daarvan is het Groot Meer, een van de grootste vennen. We hadden met België afgesproken dat vanaf hun aangrenzende landbouwgebied Steertse Heide overtollig water wordt afgevoerd naar ons Groot Meer. Dat water wordt eerst gezuiverd van stikstof en fosfaat en zo kan het water prima bijdragen aan de vernatting van het Groot Meer.

‘Maar door de grote droogte leveren de waterpijplijn en de zuivering helaas nauwelijks iets op, want ook in België hebben ze te lijden onder de droogte. Dat is best wel frustrerend. De jaren 2018, 2019 en voorjaar 2020 waren heel droog. Dat heeft ertoe geleid dat de natuur in dit gebied sterker aan het verdrogen is. Daar kunnen we zelfs met de genoemde tijdelijke maatregelen helaas weinig aan veranderen. Normaliter hebben ze water over in België, want hun landbouwgrond wordt uiteraard gedraineerd. Prachtig idee, maar als er geen water is, dan houdt het op.’

Ziet u ook projecten die wél uit de verf komen zoals ze bedoeld zijn?

‘Jazeker, er zijn lichtpuntjes. Verdroging was bijvoorbeeld ook een probleem in het Vlijmens Ven, een Natura 2000-gebied bij ‘s-Hertogenbosch. Ook daar hebben we allerlei maatregelen getroffen om de hydrologie en de bodem te verbeteren. Het landbouwkundig gebruik eromheen is aangepast, zodat het water minder omlaag hoeft. Boeren verhuisden, polders werden afgegraven, sloten zijn gegraven of juist gedempt. Daar is de natuur zich ondanks de droogte goed aan het herstellen. Het is nog niet optimaal, maar de belangrijke soorten overleven. Als je dus op gebiedsniveau werkt aan hydrologie en te voedselrijke bodems, kun je veel bereiken, en het Vlijmens Ven was daarvan in 2019 een mooi voorbeeld.

Ook veel heideterreinen zijn de afgelopen jaren flink aangepakt. Met maatwerkbeheer kun je veel bereiken. Dus bijvoorbeeld niet stoppen na het maaien, maar aansluitend zorgen voor begrazing zodat de gemaaide boomstronken afgegraasd worden door schapen, om te voorkomen dat ze opnieuw uitlopen en de hele hei dichtloopt met berken en andere bomen. Al met al liggen veel heideterreinen er weer aardig bij.’

Vindt u ondanks de lichtpuntjes dat droogte hét thema is als het gaat om natuurherstel en natuurkwaliteit?

‘Ja, omdat het speelt in bijna alle gebieden. Er is vrijwel overal schade opgetreden aan de natuur en die is op de ene plek beter hersteld dan op de andere. Het heeft er ook toe geleid dat allerlei projecten worden opgezet om te kijken hoe het beter kan met de waterretentie. Waterschappen zijn druk bezig om te onderzoeken of het anders kan. En voor alle hogere zandprovincies is de laatste anderhalf jaar een studie gedaan naar hoe het zit met die droogte: Waar is de meeste verdroging? Wat is ertegen te doen om water vast te houden? En hoe doe je dat dan? Hopelijk levert dat nieuwe inzichten op.

‘Een tweede probleem is het teveel aan stikstof dat op natuurgebieden neerslaat. Dat speelt al jaren. Daarom worden er niet alleen hydrologische maatregelen uitgevoerd, er wordt ook extra begraasd en gemaaid en waar nodig worden ‘vermeste’ bodems afgegraven.’

In de Westelijke Langstraat werden in 2019 voorbereidingen getroffen om eventueel grondeigenaren te onteigenen. Is het gebied zo waardevol qua natuurkwaliteit?

‘Het heeft inderdaad veel bijzondere waarden. Het gaat hier niet om zandgrond, maar gebied op de zogenoemde “naad van Brabant”, waar duizenden jaren geleden veen ontstond. Het diepe en “oude” grondwater is een belangrijke factor die zorgt voor unieke natuurwaarden. De Westelijke Langstraat is een gebied met grote potentie, die het best benut kan worden als we de beschikking hebben over zo veel mogelijk percelen.’

‘Het heeft inderdaad veel bijzondere waarden. Het gaat hier niet om zandgrond, maar gebied op de zogenoemde “naad van Brabant”, waar duizenden jaren geleden veen ontstond. Het diepe en “oude” grondwater is een belangrijke factor die zorgt voor unieke natuurwaarden. De Westelijke Langstraat is een gebied met grote potentie, die het best benut kan worden als we de beschikking hebben over zo veel mogelijk percelen.’

Volume is dus belangrijk voor natuurkwaliteit?

‘Ja. Soms is volume onhaalbaar omdat de gebieden zelf klein zijn. Maar robuustere natuur heeft volume nodig. Dat kun je soms ook realiseren door een ecologische verbindingszone ofwel EVZ te leggen tussen twee gebieden. Dan bied je de natuur meer kans om zich in geval van bijvoorbeeld extreme droogte te handhaven op een paar vochtige plekken. En na de droogte kunnen de overlevenden zich onder andere via de EVZ’s weer verspreiden.

‘De Kraggeloop in Bergen op Zoom is een mooi voorbeeld van een trend die ik waarneem, namelijk dat we goede vorderingen beginnen te maken op het gebied van EVZ’s. We zetten daar behoorlijk op in, omdat ze echt helpen in het robuuster maken van de natuur. Er zijn er tientallen in Brabant, van grote werken zoals ecoducten of kleinere zoals dassentunnels onder wegen door of rasters langs de wegen om te zorgen dat er geen dieren de weg op lopen. Het is daarbij wel heel belangrijk om EVZ’s goed te onderhouden. Aanleggen is één ding, maar daarna moet je regelmatig checken of het hek nog recht staat en de tunnel niet is volgelopen met water. Gelukkig wordt ook aan het bijhouden hard gewerkt.’

In de landelijke Zesde Voortgangsrapportage Natuur staat: ‘Hoewel onze inspanningen zichtbaar positieve effecten opleveren in natuurgebieden, gaat het met de algehele natuurkwaliteit in Nederland nog niet goed. De trend van soorten in natuurgebieden stabiliseert, maar in de stad en het agrarisch gebied is nog steeds sprake van een afname.’

Herkent u dat in Noord-Brabant?

‘Het lijkt er inderdaad op dat in de Brabantse natuurgebieden de grote achteruitgang qua soorten gestopt is. Wel is in veel agrarische gebieden ruimte voor verbetering als het gaat om de soorten. Tegelijkertijd is er een steeds grotere groep agrariërs die zich met succes bezighouden met agrarisch natuurbeheer.’

Wat moet er gebeuren?

‘Er moet nog veel gebeuren om de algemene natuurkwaliteit te verbeteren. Het vraagt denk ik om meer fundamentele veranderingen qua waterbeheer, landbouwkundig gebruik en uitstoot door industrie en verkeer. Wat wij daarnaast kunnen doen, is zorgen voor zoveel mogelijk bloeiende planten. Dat is met name voor bijen en hommels van belang, zodat ze nectar kunnen vinden. Het betekent dat we onze bermen zó moeten beheren dat bloeiende planten behouden blijven. Verder proberen we in de natuurgebieden te zorgen voor voldoende variatie in flora en fauna, zodat het ook daar voor insecten aantrekkelijk is om te foerageren. Met name ogenschijnlijk onbeduidende stukjes natuur kunnen van groot belang zijn voor insecten. Denk aan wegbermen. En bij bossen proberen we ervoor te zorgen dat de bosrand geen harde overgang is van bijvoorbeeld hei naar bomen, maar dat een overgang met bosjes en struikgewas. Dat is dan weer een extra leefgebied voor insecten. Met goed beheer kunnen we dus een heleboel goed maken. Voor een totaaloplossing is echter meer nodig.’

Deel op social media