De Omgevingsverordening:

Wat vinden bestuurders daarvan?

‘Alleen door van elkaar te leren en samen te werken komen we verder’

De Tour de Brabant heeft ontzettend veel inzichten opgeleverd, maar wat vinden de bestuurders van gemeenten, waterschappen en belangenorganisaties nu belangrijk als de Omgevingswet straks van kracht is? Op 13 en 14 januari gingen we in gesprek met zo’n 40 bestuurders over maatschappelijke opgaven, omgevingskwaliteit en samenwerking.

Van input naar spanningsvelden

Het invoeren van de Omgevingswet is een flinke klus en heeft vooral voor gemeenten een behoorlijke impact. Zij zijn immers de eerste overheid waar initiatiefnemers aan zullen kloppen. De Omgevingsverordening zorgt ervoor dat gemeenten regels kunnen toepassen bij het beoordelen van initiatieven. Als bestuurder is het daarom goed om op de hoogte te zijn van de recente veranderingen. Tijdens de sessies werd de input uit de eerste twee etappes van de Tour de Brabant aan de bestuurders gepresenteerd. Bij het analyseren van deze input kwam al snel naar voren dat er een aantal spanningsvelden bestaan rondom de Brabantse Omgevingsverordening. Bij het introduceren van twee van die spanningsvelden, kwam het gesprek al gauw op gang.

Maatschappelijke opgaven en omgevingskwaliteit

Circulaire economie, het klimaat bestendig maken en fossiele brandstoffen verminderen. Als overheid hebben je een flinke kluif aan al die opgaven. Maar ook de kwaliteit van de omgeving beschermen en ontwikkelen is belangrijk. Wat heeft voorrang? En hoe behoud je de juiste balans tussen eenvoud en maatwerk?

Tijdens de sessie kwam er een tekenend voorbeeld ter tafel, de bescherming van drinkwater en de aanleg van bodemenergiesystemen. Energietransitie is een belangrijk onderwerp waar we vooruitgang in willen boeken. Met bodemenergiesystemen kunnen we die vooruitgang snel boeken, maar het doorboren van kleilagen zorgt tegelijkertijd voor vervuiling van drinkwater. Een dilemma dus waarbij de oplossing nog niet zomaar is gegeven.

Ook zagen bestuurders verschillen tussen gemeenten wat betreft kennis, kunde, capaciteit en bereidheid. Dat maakt het lastig om het iedereen naar de zin te maken; waar de ene gemeente vraagt om veel mogelijkheden voor maatwerk, vraagt een andere gemeente juist om allerlei voorwaarden in regels uit te werken zodat ze precies weten waarmee ze rekening moeten houden. Is het dan niet een kwestie van alles aan de voorkant spik en span krijgen? Dat kan een oplossing zijn, maar dat vraagt wel om voldoende capaciteit en afstemming tussen overheden. Hoe geef je op een praktische manier ruimte aan maatwerk? Bestuurders concludeerden dat de omgevingsvisies van de gemeenten scherp moeten zijn. Samen streven naar een helder toekomstbeeld zorgt ervoor dat je samen aan opgaven kunt werken en ook samen kunt sturen op omgevingskwaliteit.

Samenwerken als 1 overheid

Samen streven naar een helder toekomstbeeld is dus het motto. Ook voor de initiatiefnemer is dit belangrijk, zodat er snel ‘ja’ of ‘nee’ kan worden gezegd. Maar samenwerken als 1 overheid is soms makkelijker gezegd dan gedaan. Er zijn gemeenten die dit al heel goed doen, maar er zijn ook gemeenten die hier nog weinig ervaringen mee hebben. Er wordt gevreesd voor capaciteitsproblemen.

Kunnen we capaciteit dan niet verdelen onder elkaar binnen de eigen regio? Uiteindelijk zal die extra inspanning aan de voorkant de vruchten namelijk afwerpen. Op de lange termijn bespaart het tijd, capaciteit en geld. Toch is capaciteit verdelen niet voor elke gemeente vanzelfsprekend. Sommige gemeenten hebben de mogelijkheid om de passende kennis en kunde in huis te halen, maar die kennis delen met andere gemeenten komt vaak bovenop het werk wat al op het bureau ligt. Ondanks dat het capaciteitsvraagstuk een belangrijk punt is, kijken veel bestuurders positief naar de toekomst. Alleen door van elkaar te leren en samen te werken komen we verder. Dit betekent dat overheden elkaar op moeten zoeken in regionaal verband om vaker samen tot een oplossing te komen.

Deel op social media