INTERVIEWS


04 Netwerk.

We brengen onze kennis en ervaring vanuit Brabant ook verder. EV-experts nemen deel aan diverse landelijke overleggen. Omgekeerd halen deze experts daar kennis op die ze delen met de veiligheidspartners in Brabant. Over netwerk(en) en het delen van kennis en ervaringen gingen we in gesprek met een aantal personen. Als eerste Lilian Weeda, werkzaam bij de OMWB en voorzitter van het Landelijk Platform Veilige Leefomgeving (LPVL). Lilian deelt inhoudelijke informatie vanuit het LPVL met het Brabantse netwerk en andersom brengt ze ook kennis en ervaring vanuit Brabant in het LPVL. Ook gingen we in gesprek met de gemeenten Eindhoven en Tilburg: hoe kijken zij tegen de samenwerking en het netwerk aan in Brabant. En als laatste lees je meer over Bianca van Kooij. Bianca was jarenlang werkzaam als EV-specialist bij de ODBN en maakte in 2019 de overstap naar de Omgevingsdienst Achterhoek. Hoe kijkt zij terug op het werken in Brabant?


Landelijk Platform Veilige Leefomgeving (LPVL)

Lilian Weeda, werkzaam bij de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB), is sinds 2015 voorzitter van de toenmalige Werkgroep Omgevingsveiligheid. Eind 2018 heeft deze een nieuwe naam gekregen: het Landelijk Platform Veilige Leefomgeving (LPVL).

Lilian licht kort de geschiedenis van het ontstaan van het platform toe: “LPVL bestaat al lang. Het platform is in de jaren 80 gestart als IPO werkgroep EV. De vuurwerkramp in Enschede in 2000 heeft ervoor gezorgd dat er wetgeving voor EV kwam. Dat, plus de programmafinanciering, hebben eraan bijgedragen dat de toenmalige werkgroep omgevingsveiligheid, is uitgegroeid tot het huidige platform, nu LPVL genaamd. Sinds 2015 is het platform gekoppeld aan het IOV-programma, deelprogramma 3.” Het LPVL bestaat uit EV-experts, afkomstig van provincies, gemeenten, omgevingsdiensten, veiligheidsregio’s, het RIVM, Rijkswaterstaat (InfoMil) en het ministerie van IenW. Lilian vertelt dat het platform de laatste jaren sterk is gegroeid: “In het platform is de vertegenwoordiging vanuit met name gemeenten en de relatie met de VNG de laatste jaren sterker geworden.” Als voorzitter zorgt ze dat de juiste zaken worden besproken tijdens de overleggen. Lilian: “Er staan veel inhoudelijke onderwerpen op de agenda. Alle thema’s waarvoor het platform actief is worden besproken. De laatste 5 jaar hebben met name de ontwikkelingen vanuit Modernisering Omgevingsveiligheid (MOV) gespeeld; dat stond, en staat nog steeds, hoog op onze agenda.”

Resultaten

Lilian noemt 2 resultaten waar ze als voorzitter van LPVL trots op is: “Als eerste de notitie EV in de Omgevingswet die het LPVL heeft opgesteld in 2020. Daarnaast ben ik blij dat we een aantal jaren geleden onze naam hebben veranderd in LPVL met een herkenbaar beeldmerk. Het LPVL heeft meer naamsbekendheid gekregen en er wordt goed en actief deelgenomen aan het platform.”

Zie voor meer informatie: Relevant - LPVL

Schakelpunten

In opdracht van het ministerie van I&W en onder regie van de VNG is in 2020 binnen het programma IOV (deelprogramma 3) een visie kennisinfrastructuur Omgevingsveiligheid opgesteld. Met deze visie willen de gezamenlijke stakeholders binnen het domein omgevingsveiligheid richting geven aan een toekomstgerichte kennisinfrastructuur omgevingsveiligheid. De uitgangspunten voor deze gewenste kennisinfrastructuur zijn onder meer afkomstig van het Veluweberaad. Lilian: “Het Veluweberaad werkt aan 4 thema’s. Binnen het thema ‘veiligheid en gezondheid in de leefomgeving’ krijgt omgevingsveiligheid een plek.”

Veluweberaad – samenwerking overheden Overheden en kennisinstellingen werken in het Veluweberaad samen aan kennisdeling over de fysieke leefomgeving. Veel kennis van nationale kennisinstellingen komt onvoldoende terecht bij regionale overheden. En andersom geldt hetzelfde: regionale kennis bereikt ook niet altijd de nationale kennisinstellingen. Het Veluweberaad werkt daarom aan een verbeterde kennisinfrastructuur. Daarvoor worden zogenaamde regionale ‘schakelpunten’ ingericht, met kennismakelaars. Die kennismakelaars moeten ervoor zorgen dat kennis wordt ontwikkeld en voor iedereen vindbaar, toegankelijk en beschikbaar is. Deze kennisinfrastructuur bouwt voort op bestaande netwerken en websites, helpdesks, data- en kennisbanken.

Lilian: “Naar mijn mening is het LPVL heel geschikt om binnen de regionale schakelpunten te functioneren in de toekomst. Er is veel behoefte aan het delen van kennis. Dat doen we al actief binnen het LPVL, maar dat zouden we nog verder kunnen uitbouwen, met name richting de lokale overheden.” En dan de toekomst. Hoe ziet LPVL er uit na 2020? Dat is een lastige vraag geeft Lilian aan: “Het LPVL heeft zeker bestaansrecht, zeker gezien het feit dat EV-deskundigen slechts beperkt in aantal zijn. We moeten blijven investeren in het delen van kennis en ervaring op het gebied van EV. Ook moet er geïnvesteerd worden in het opleiden van jonge mensen op het gebied van omgevingsveiligheid. Hopelijk kunnen wij daar vanuit het LPVL ook in de toekomst een bijdrage aan leveren.”

INTERVIEW


Gemeenten Tilburg en Eindhoven: ‘Een netwerk zoals in Brabant vind je nergens in Nederland’

Henri van der Velden, beleidsmedewerker milieu bij de gemeente Eindhoven (foto rechts) en Hans Iserief, beleidsadviseur EV bij de gemeente Tilburg (foto links) draaien beiden al heel wat jaren mee in het werkveld van externe veiligheid.

Hans heeft voordat hij bij de gemeente Tilburg werkte op vele andere plekken door het land gewerkt. “Ik denk dat ik bijna alle provincies wel heb meegemaakt, maar er gaat echt niets boven Brabant. Zo’n netwerk vind je buiten Brabant niet. En dan overdrijf ik niet. Het netwerk en de samenwerking in Brabant hebben een structurele basis. We blijven in overleg en in gesprek met elkaar over die dingen die ons samen bezighouden. Ik denk dat veel provincies daar een voorbeeld aan kunnen nemen.”

Henri licht toe dat het opbouwen en versterken van het netwerk, is gestart tijdens de programmafinancieringsperiode, in 2005. “Toen was er nog relatief veel onbekend over EV. We zochten toen al naar manieren om kennis te delen. In die tijd is er in Brabant gewerkt aan een gemeenschappelijke opgave. Vanaf het begin werden gemeenten, veiligheidsregio’s en de toenmalige milieudiensten actief betrokken bij het opbouwen van dit netwerk. Dat heeft veel tijd gekost. Ook is in die tijd stevig ingezet, o.a. door het draaien van projecten, om de kennis bij alle betrokken partijen op een zelfde soort niveau te krijgen. Dit alles heeft geleid tot het sterke netwerk dat Brabant nu heeft.”

“Kennis en netwerk vergen onderhoud”

Verbreding netwerk

Een verbreding van het netwerk is volgens beiden wel noodzakelijk, mede door de komst van de Omgevingswet. Hans geeft zijn persoonlijke mening: “Als ik terugkijk naar de vele bijeenkomsten die de laatste jaren hebben plaatsgevonden en waar ik ben geweest, dan waren daar met name EV-specialisten die elkaar tot 4 cijfers achter de komma konden bezighouden. Dat netwerk weet elkaar echt goed te vinden in Brabant. Maar omdat EV ook een belangrijk onderdeel is in de Omgevingswet en omdat het nu een plek heeft in het omgevingsplan, kunnen we - in nauw overleg met de stedenbouwkundigen en ruimtelijke plannenmakers - als EV-specialist wat meer concrete eisen stellen.

Vergeet echter niet dat werken onder de Omgevingswet echt integraal moet, dus met ‘sectoraal roepen’ ga je het niet redden. Dat betekent dus verbreden van ons netwerk. Gemeente Tilburg heeft verzoeken gekregen van RO teams van drie andere gemeenten in onze regio om te komen praten over externe veiligheid in een omgevingsplan. Dan zie je wat het netwerk oplevert. Goed om elkaar verder te helpen.”

Netwerk na IOV

Heeft het einde van IOV 2015-2020 gevolgen voor het netwerk in Brabant? Beiden denken van niet. Henri: “Ik denk dat we de afgelopen jaren hard gewerkt hebben om een goed netwerk op te zetten en te onderhouden. De discussie van nut en noodzaak en waarom doe je iets wel of niet komt bijna altijd wel. Het wordt gewoon anders. Geldstromen gaan naar de gemeentefondsen. Er komt minder financiering, maar dat is ook logisch. We hebben kennis inmiddels opgebouwd, er is een sterk netwerk en de risico’s in Brabant zijn bekend. Kennis en netwerk vergen echter onderhoud. Daar moet je goede afspraken over maken met je ketenpartners. En dat komt ook in de nieuwe structuur van samenwerken met de Omgevingswet aan de orde. Dat is de uitdaging waar we nu voor staan.”

Landelijke ontwikkelingen

Henri zou graag zien dat we vanuit Brabant nog beter aangehaakt zouden zijn bij landelijke ontwikkelingen: “Die betrokkenheid mag naar mijn mening groter, daar mogen we proactiever in zijn. Denk bijvoorbeeld aan een actieve bijdrage leveren aan de projecten van de andere deelprogramma’s van IOV. Daar worden middelen ingezet voor kennisontwikkeling. Daar zouden we in Brabant meer aan mee mogen doen, want de EV-problematiek is net zo goed in Brabant aanwezig, als in bijvoorbeeld Zuid-Holland. En ik denk dat de digitale afstand tussen Zuid-Holland, Den Haag en Brabant verkleind zou mogen worden. Daar ligt nog wel een uitdaging voor Brabant.”

Van Brabant naar de Achterhoek

Bianca van Kooij heeft 12 jaar bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) en zijn voorloper (regionale milieudienst) gewerkt, als specialist externe veiligheid. De afgelopen 5 jaar was Bianca dan ook nauw betrokken bij het IOV-programma. In 2019 heeft ze de overstap gemaakt naar de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA), nu als vergunningverlener, specialist externe veiligheid. Hoe kijkt zij nu terug naar de samenwerking in Brabant?

Bianca vertelt: “Het werken in Brabant was een hele leuke en leerzame tijd. Door de jaren heen hebben we met z’n allen het thema omgevingsveiligheid echt op de kaart gezet. Er is een goede samenwerking ontstaan tussen de Brabantse omgevingsdiensten: een groep specialisten en adviseurs die erg betrokken zijn bij het onderwerp externe veiligheid. Ik heb heel veel mogen leren in Brabant, zowel inhoudelijk als organisatorisch, en ook bestuurlijk.” Over de vraag wat haar het meest is bijgebleven van de afgelopen jaren, hoeft ze niet lang na te denken: “De goede en fijne samenwerking tussen collega’s en de provincie Noord-Brabant die zijn uiterste best doet om het onderwerp constant in de belangstelling te zetten en te krijgen. Zowel landelijk, als provinciaal en regionaal weet de provincie het onderwerp op de kaart te zetten. De samenwerking binnen Brabant is daar ontzettend belangrijk bij.”

Bianca heeft in al die jaren dat ze in Brabant werkte een groot netwerk opgebouwd, waar ze zo nu en dan nog steeds gebruik van maakt. “Kennisdelen en een goed netwerk hebben is heel belangrijk. Vooral omdat het werk binnen externe veiligheid heel divers is. Je komt steeds weer nieuwe situaties en vraagstukken tegen. Het is echt een meerwaarde als je dit kan voorleggen en kan delen met anderen. Als ik ergens over twijfel, benader ik nog steeds mijn oude netwerk, er zitten hele goede specialisten in Brabant. Overigens heeft Gelderland ook een goed kennisnetwerk waar ik terecht kan. Ik moet alleen zelf nog bekijken aan wie ik wel vraag kan stellen binnen het Gelders stelsel. In Brabant was me dat na al die jaren wel bekend. In Brabant hadden we ook wel veel netwerkmogelijkheden, mede door de inzet van de provincie Noord-Brabant. De provincie Noord-Brabant maakt heel goed gebruik van haar kennisnetwerk binnen de omgevingsdiensten."

“Ik benader soms nog steeds mijn oude netwerk.”