Welkomstwoord Ina Adema bij Symposium Veilig Buitengebied

Uitgesproken in ’s-Hertogenbosch, woensdag 21 januari 2026

Het gesproken woord geldt

Beste mensen,

  • ‘Drugsafval in buitengebied Baarle-Nassau.’
  • ‘Drugslab in boerderij in Wouwse Plantage.’
  • ‘Jerrycans met drugsafval in Den Bosch'
  • 'Cocaïne in loods in Standdaarbuiten.’

  • Zomaar een greep uit de nieuwsberichten van de afgelopen periode. Dit zijn geen incidenten. Dit is een patroon. Een patroon waar een structureel probleem onder ligt. Onder­mijnende drugscriminaliteit is diep doorgedrongen tot ons Brabantse buitengebied.
  • Dat is een ongemakkelijke, onverteerbare en uiteindelijk onacceptabele werkelijkheid.
  • Ongemakkelijk — omdat het een paradox is. Wie door het Brabantse buitengebied wandelt, ziet ook rust en ruimte. Natuur. Erven waar hard gewerkt wordt. Gemeenschappen waar mensen elkaar kennen, soms al generaties lang wonen en boeren. Dat beeld klopt óók.
  • Maar juist diezelfde rust, ruimte en relatieve anonimiteit maken het buitengebied aantrekkelijk voor criminelen. Leegstaande schuren. Afgelegen erven. Minder toezicht. Minder pottenkijkers.
  • Tel daarbij op: onzekerheid, financiële druk en een beperkt toekomstperspectief bij sommige boeren en ondernemers — en je ziet waar nietsontziende en keiharde criminele netwerken hun kans grijpen.
  • Anders gezegd: de drugsindustrie floreert waar de overheid dun is en mensen een makkelijke prooi zijn. Dat is geen analyse op afstand. Dat is een realiteit die zich hier, in Brabant, afspeelt.
  • Daarmee kom ik bij de onverteerbare kant van deze werkelijkheid. Want achter al die krantenkoppen zitten mensen. Daders en slachtoffers. En soms een mix van allebei.
  • Nog niet zo lang geleden zat ik aan de keukentafel bij boeren in het buitengebied van Roosendaal. Zij vertelden indringende verhalen over wat zich afspeelt buiten het zicht van de buitenwereld.
  • Zij vertelden over ondernemers en gezinnen die met de rug tegen de muur staan. Over angst. Over druk. Over dreiging. Over de wurggreep waarin mensen soms onbedoeld en ongewild belanden. De scheidslijn tussen ondernemer en slachtoffer, tussen zwijgen en spreken, tussen goed en fout kan flinterdun zijn.
  • Dan besef je: hier sta ik midden tussen die krantenkoppen. Tussen mensen die klem zitten. Die nee willen - maar toch ja zeggen of doen. Omdat ze geen andere uitweg meer zien.
  • De cijfers onderstrepen de ernst van wat speelt. Een groot deel van de boeren kent wel iemand die direct of indirect te maken heeft gehad met drugscriminaliteit. Dat zijn ongekende aantallen — en een harde indicatie van hoe groot en diepgeworteld dit probleem is.
  • Wat zich in het Brabantse buitengebied afspeelt, houdt ook burgemeesters en bestuurders bezig. Zij krijgen signalen. Zij weten vaak wat er speelt. Maar signalen alleen zijn niet altijd voldoende om te kunnen handelen.
  • De problemen in het buitengebied zijn bovendien complex. Stikstof en natuurherstel. De druk op de agrarische sector. Onzekerheid over de toekomst. Afnemend vertrouwen. Angst om te melden. Eén ding is duidelijk: dit vraagstuk moeten we samen aanpakken, anders komen we nergens.
  • Zoals ik in mijn nieuwjaarstoespraak zei: een strijd win je niet met verschillen, vetes en vijandschap. Die win je schouder aan schouder. Dat geldt zeker voor de strijd tegen ondermijnende criminaliteit.
  • Mijn boodschap is helder: we mogen ons niet laten gijzelen door verdeeldheid. Niet naïef zijn. Niet wegkijken. Niet bagatelliseren. En vooral: dit niet zien als een probleem van boeren of ondernemers in het buitengebied alleen.
  • Dit is ons gezamenlijke probleem. Een maatschappelijke verantwoordelijkheid.
  • Er is al veel in gang gezet: weerbaarheidstrainingen, boerenlunches, vertrouwenspersonen, interventieteams. Dat is waardevol en noodzakelijk. Maar de krantenkoppen laten zien: het is nog niet genoeg.
  • En veiligheid in het buitengebied is geen kwestie van méér politiecapaciteit alleen. Handhaving is onmisbaar — maar het pakt de grondoorzaken niet aan.
  • Die oorzaak is ook niet altijd eenduidig. Er is dus ook niet één oplossing. Dat betekent niet, dat er geen oplossingen zijn. Die zijn er wel degelijk.
  • Wat mij betreft zit die oplossing in drie woorden: visie, verbinding en volharding. Een vitaal en veilig buitengebied vraagt om structureel beleid, persoonlijk contact, ruimte voor maatwerk en langdurige preventie.
  • Via ruimtelijke ordening, het tegengaan van leegstand, sociaaleconomische versterking, de inzet van vertrouwenspersonen en een overheid die het buitengebied écht kent. Aanwezig zijn, zichtbaar zijn en vertrouwen creëren is belangrijk.
  • Veel overheidsbeleid is de afgelopen jaren negatief geladen geweest: uitkoop, afbouwen, sluiten, verbieden. Voor veel bewoners en ondernemers voelt dat als: wij zijn het probleem — niet de moeite waard om in te investeren.
  • Het tegendeel is waar. Ons buitengebied is van cruciaal belang en biedt volop kansen en toekomstperspectief. Voor energietransitie. Voor water- en landschapsbeheer. Voor zorg, wonen én voedselproductie. Voor nieuwe gemeenschapsfuncties en verdienmodellen.
  • Laten we samen bouwen een mooie toekomst voor ons buitengebied. Aan het herstel van vertrouwen en het versterken van weerbaarheid. Juist in onze provincie moet dat kunnen. Wij zijn van samen. Wij zijn van aanpakken. Wij zijn doen-denkers. Geen doemdenkers
  • Daarom zijn we vandaag hier. Om samen te kijken waar we elkaar kunnen versterken.
  • Met de gemeenteraadsverkiezingen en nieuwe collegeakkoorden in het vooruitzicht is dit hét moment om het buitengebied structureel op de bestuurlijke agenda te zetten — met visie, verbinding en volharding. Ik hoop dat dit symposium daaraan bijdraagt.
  • Mede namens het college van Gedeputeerde Staten, en gedeputeerde Wilma Dirken in het bijzonder, én mede namens ZLTO-voorzitter Wim Bens wens ik u een waardevol, open en verbindend symposium toe. Op naar een veilig, weerbaar en toekomstbestendig Brabants platteland.
Vorige
Programma
Volgende
Colofon