Saneren vervuilde bodem vraagt om maatwerk in Brabant

Van vervuilde bospercelen tot verontreinigde woonwijken: bodemsaneringen in Noord-Brabant zijn er in alle soorten en maten. De provincie speelt een cruciale rol bij de complexe gevallen, waarbij de aanpak én impact in landelijk en stedelijk gebied sterk verschillen. Hoe komt dat?

Een verontreinigd perceel waarvan de bodem moet worden schoongemaakt, daarvan kijken we in Brabant niet meer zo snel op. De provincie zelf voert per jaar zo’n 20 tot 30 bodemsaneringen uit. Daartussen zitten ook langlopende grondwatersaneringen. Maar soms zijn de bodemvervuilingen zó bijzonder, dat ze zelfs de landelijke pers halen.

Neem bijvoorbeeld de put vol met drugsproductieafval, die in 2021 in het buitengebied bij Halsteren werd ontdekt. Momenteel wordt daar het grondwater gereinigd in een bodemvolume van ruim 6000 kubieke meter. Eerder werd al een enorme hoeveelheid sterk vervuilde grond afgegraven.

En wat te denken van de huidige sanering tussen twee straten in Gerwen, binnen de gemeente Nuenen c.a. Daar is de bodem in de Tweede Wereldoorlog vervuild door een lek in een kerosinepijpleiding, aangelegd door de geallieerden. Voor de schoonmaakklus zijn acht tuinen en drie garages met de grond gelijkgemaakt. Drie huishoudens zijn tijdelijk verhuisd. De grond wordt tot 4,5 meter diep ontgraven.

“Bij complexe gevallen in Brabant zijn de provincie of een van de vijf grote steden het bevoegd gezag.”

André Verstappen, projectleider bodemsanering provincie Noord-Brabant

Spoedeisende locaties

Het zijn voorbeelden van een sanering op spoedeisende locaties in landelijk en in stedelijk gebied. Alle twee kunnen ze op het bordje komen van Jos Hegmans en André Verstappen. Beiden zijn projectleider bodemsanering van de provincie Noord-Brabant. Het is maar net wie er ruimte voor heeft in zijn agenda. De ‘drugslocaties’ zijn echter voor Verstappen, vanwege zijn ervaring daarmee.

Van een spoedeisende locatie is volgens Hegmans sprake als er direct risico bestaat voor de mens, ecologie of op verspreiding. “Kunnen mensen in contact komen met de verontreiniging? Bedreigt die de ecologie; het bodemleven met dieren, planten en wat daar nog meer in zit?”

André Verstappen, projectleider bodemsanering provincie Noord-Brabant

Jos Hegmans, projectleider bodemsanering provincie Noord-Brabant

Binnen vier jaar saneren

Als derde risico noemt hij de kans op verspreiding van de verontreiniging naar een kwetsbaar object in de buurt, zoals een drinkwaterwinning of grondwaterbeschermingsgebied. Wordt aan deze criteria voldaan én overschrijdt de vervuiling de interventiewaarden voor grond en grondwater, dan schrijft de wet spoed voor: binnen vier jaar een plan opstellen voor de sanering, en daarmee starten.

Die wet is trouwens de voormalige Wet bodembescherming (Wbb). Sinds vorig jaar geldt namelijk de Omgevingswet. Hegmans: “Daarin is bepaald dat de grond en bodem onder gemeenten vallen (zie kader). Bij alle eerder lopende zaken is echter nog de Wbb van toepassing. Bij complexe gevallen in Brabant, zoals in Halsteren en Gerwen, zijn dan de provincie of een van de vijf grote steden het bevoegd gezag.”

‘In stedelijk gebied moeilijker’

Voor een drugslocatie geldt ook een zorgplicht, weet André Verstappen. “Die verplicht je om een verontreiniging zoveel mogelijk weg te halen. Dat vraagt om een heel andere werkwijze dan risicogestuurd saneren. Dan heb je maximaal 30 jaar de tijd om een stabiele eindsituatie te krijgen.” De verontreiniging is nog wel aanwezig, maar krimpt langzaamaan.

Verstappen durft de bewering wel aan dat een bodemsanering in landelijk gebied makkelijker is dan binnenstedelijk. “Als het tenminste vergelijkbare verontreinigingen zijn.” In het buitengebied heb je volgens hem met veel minder mensen en partijen te maken. Dat verkleint de kans op discussies (over bijvoorbeeld vergoedingen), bezwarenprocedures en rechtszaken.

‘Heel ander kostenplaatje’

“Ruimtegebrek maakt een stedelijk gebied saneren ook erg lastig. Als er een depot nodig is voor de opslag van grond, of als je een grondwateronttrekkingssysteem eigenlijk niet kwijt kunt in de straat, dan moet je creatief zijn. Soms moet je daarvoor een woning slopen. Dat kost geld. Als je er niet goed bij kunt, krijg je uiteindelijk de bodemverontreiniging niet stabiel.”

Hegmans voegt daaraan toe geneigd te zijn om voor bewoners zoveel mogelijk hinder te voorkomen. “Dat maakt het kostenplaatje heel anders, zeker als ze tijdelijk hun huis uit moeten. Voor hen moet je andere voorzieningen regelen.”

"We willen het liefst met groot materieel werken. Binnenstedelijk gaat dat gewoon niet.”

Maatregelen en beperkingen

Daarnaast zijn in een bewoonde omgeving veel meer omgevingsmaatregelen nodig dan in landelijk gebied. Denk aan de toegankelijkheid voor hulpdiensten en veilige aan- en afvoerroutes voor zwaar materieel. Ook krijgt een opdrachtgever te maken met archeologisch onderzoek, het ruimen van explosieven uit de oorlog en onderzoek naar flora en fauna (zoals vleermuizen).

“We willen het liefst met groot materieel werken … grote kranen, graafmachines, vrachtwagens. Binnenstedelijk gaat dat gewoon niet. Ook mag je er minder geluid produceren. Dat heeft gevolgen voor het type zuiveringsinstallatie dat je kunt gebruiken. In Gerwen moesten we bovendien een ander soort zuivering toepassen omdat de stikstofuitstoot anders te hoog werd.”

‘Ook de impact verschilt’

Volgens André Verstappen zijn er echter ook zaken die júíst in het landelijk gebied spelen. Als daar de natuur verstoord wordt door een sanering, moet er elders compensatie plaatsvinden. “Ook kan de impact van maatregelen verschillen. Als je 400 bomen moet kappen, sla je echt een gat in het bos. Toch is dat een ander soort impact dan mensen die voor een sanering tijdelijk hun huis uit moeten.”

“Wij moeten vaak kennis inwinnen bij de vakspecialisten van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.”

Nancy Dekkers, beleidsmedewerker Milieu gemeente Nuenen

Gemeenten: extra taken, hopen op extra geld

De nieuwe Omgevingswet (Ow) die nu ruim een jaar van kracht is, heeft gemeenten verantwoordelijk gemaakt voor bodemtaken die voorheen bij de provincie lagen. Zo is de gemeente bevoegd gezag geworden bij het saneren van bodemverontreinigingen en het graven in verontreinigde bodem. Ook komen alle bodemtaken rondom oude en/of gesloten stortplaatsen op het bordje van de gemeente.

“Nuenen heeft als kleine gemeente zelf geen bodemspecialist in dienst”, vertelt Nancy Dekkers, beleidsmedewerker Milieu bij deze gemeente. “Hiervoor moeten wij vaak kennis inwinnen bij de vakspecialisten van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.”

Nuenen raamt daarom in de gemeentebegroting hogere kosten voor het werkprogramma van de omgevingsdienst, maar krijgt daarvoor geen extra geld van het Rijk. Er is enkel geld beschikbaar gesteld voor de invoeringskosten van de Ow. Ook loopt de gemeente nu meer financieel risico bij onverwachte verontreinigingen, de zogenoemde toevalsvondsten. Nuenen heeft daar geen budget voor gereserveerd en hoopt in dergelijke gevallen op steun van het Rijk.

Bij grondwaterverontreinigingen is de provincie bevoegd gezag gebleven. “Maar omdat alle gemeentelijke bodemprocedures via de omgevingsdienst lopen, is het contact tussen provincie en gemeente minimaal geworden”, aldus Dekkers.

“We krijgen nu wel meer vragen van, bijvoorbeeld, aannemers die willen weten wat zij moeten doen en over de wetgeving rond sanering. Hier besteden we dan ook meer tijd aan dan voorheen.”