Weginspecteur Johnny Cretier

‘We moeten zuinig zijn op onze mensen’

Snel kunnen schakelen, het overzicht bewaren en stressbestendig zijn. Voor Johnny Cretier zijn dat de belangrijkste kwaliteiten van een weginspecteur. Al 13 jaar houdt hij de veiligheid en doorstroming op de provinciale wegen in Brabant in de gaten. “Ik ben lekker de hele dag buiten en geen dag is hetzelfde”, vertelt hij. “Bij zware incidenten sta ik echt op scherp. Dat ik mijn steentje bijdraag aan de veiligheid van mensen op en langs de weg vind ik heel belangrijk.”

‘Vliegende kiep’ Johnny Cretier zette een collegiaal opvangteam op

Van het Brabantse team van 15 weginspecteurs is Johnny naar eigen zeggen de ‘vliegende kiep’. Behalve in West-Brabant kent hij zo’n beetje elke provinciale weg. “Ik ben nu voor de derde keer ingevlogen bij steunpunt Uden omdat ze hier handjes tekort kwamen”, vertelt hij. “Vanuit dit steunpunt heb ik weer een aantal wegen toebedeeld gekregen die ik dagelijks monitor. Maar vanmiddag moet ik alweer naar steunpunt Helmond vanwege een zieke, dus ik vlieg in waar ik nodig ben. Die variatie is alleen maar leuk, en die zit ook in mijn werkzaamheden. Wij zijn de oren en ogen van de weg, het aanspreekpunt van buiten naar binnen en van binnen naar buiten.”

Scheldkanonnades

Met de felgele dienstauto met rode en zilveren striping gaan we op weg naar de N264, die vanwege groot onderhoud deels is afgesloten. Dat ons voertuig een opvallende verschijning is, is niet voor niets. Door de toenemende agressie van weggebruikers is de zichtbaarheid en herkenbaarheid van de weginspecteur als hulpdienst essentieel. Ook Johnny krijgt geregeld scheldkanonnades over zich heen. “Pas nog kreeg een collega een stomp in zijn gezicht van een dronkenlap die gevaarlijk langs de provinciale weg liep. Mijn collega stopte in de berm, liep naar die man toe en sprak hem aan om hem te helpen. Nog geen tel later had hij ‘m al te pakken.

Helaas moeten wij met agressie rekening houden. Als ik aan het einde van de middag een weg afsluit vanwege een zwaar incident, maak ik me niet populair bij die man die snel naar huis moet om zijn zoontje naar het voetbal te brengen. Dan wijs ik hem op degene die op het asfalt ligt te vechten voor zijn leven. Dat werkt vaak wel.”

“Met 6 man hebben we een half uur achter die struisvogel aan gerend. Ik was kapot”

Uitgebroken struisvogel

Aan de andere kant krijgt Johnny soms ook een opgestoken duim als hij bij een pechgeval het verkeer staat te regelen. “Daar haal ik mijn energie uit. En ook uit het helpen van mensen die met hun auto zijn gestrand. Vaak zijn ze erg in paniek en niet bezig met hun eigen veiligheid. Dan zet ik mijn auto en kegels neer, probeer rust te creëren en regel dat ze veilig van die gevaarlijke plek afkomen. De opluchting, die lach die dan doorbreekt op het gezicht van die mensen, dat is echt mooi.”

Grappige meldingen zijn er ook. Bijvoorbeeld over een struisvogel die was uitgebroken van een privéterrein. Johnny kan er nog om lachen. “Dat beest liep over de provinciale weg, en hard, hè! Met 6 man hebben we een half uur achter die struisvogel aan gerend. Ik heb best een goede conditie, maar ik was kapot. De sportschool kon ik ’s avonds wel overslaan.”

Signaleren en rapporteren

We vervolgen onze weg richting de N277. Bij het tankstation ligt een parkeer- en rustplaats, die ook in gebruik is als homo-ontmoetingsplaats. Het is er druk deze ochtend. Johnny vertelt dat er de laatste tijd een paar ernstige incidenten waren. “Een aantal mannen is hier zwaar mishandeld. Samen met de politie hebben we maatregelen genomen. Wekenlang hingen hier camera’s en stonden er tekstkarren die meldden dat er cameratoezicht was. In dit geval is onze taak als weginspecteur signaleren en rapporteren. Maar we zijn over het algemeen vooral bezig met incidentmanagement: zorgen dat bij zware verstoringen op de weg de doorstroming van het verkeer zo snel mogelijk weer op gang komt.”

“Na een zwaar incident bellen we de collega die erbij was, om te kijken hoe de vlag erbij hangt”

Snel schakelen

In zo’n geval komt het aan op snel schakelen. Multidisciplinair denken, noemt Johnny het. “Je moet jezelf dan kunnen verplaatsen in de schoenen van de officier van dienst, de brandweer, de politie, de ambulancedienst, de berger én de weggebruiker die omgeleid moet worden.” Zo staat de frontale botsing in 2018 tussen een vrachtwagen en een busje, waarbij 5 doden vielen, nog steeds op zijn netvlies gebrand. “Wij rijden daarna in het holst van de nacht alleen naar huis, zonder debriefing zoals bij brandweer of politie. Dan voelt het alsof je in een heel slechte film hebt gezeten”, vertelt hij. “Tegelijkertijd, en dat klinkt misschien heel raar, zijn de zwaarste ongevallen voor ons wel de krenten in de pap. Dan komt het er echt op aan, en daar zijn we voor getraind.”

Collegiaal opvangteam

Toch zat Johnny er een paar jaar geleden compleet doorheen. In amper een paar weken tijd werd zijn vader ernstig ziek, overleed een collega en kreeg hij te maken met 2 dodelijke ongevallen. Aanleiding voor hem om samen met zijn H-manager en 2 andere weginspecteurs een collegiaal opvangteam op te zetten. “Nu bellen we na een zwaar incident de collega die erbij was, om te kijken hoe de vlag erbij hangt. Bij afwijkend gedrag – kort reageren, slecht slapen, niet te genieten – volgt soms een traject met een psycholoog of schakelen we slachtofferhulp in. Ik ben er trots op dat we dit met elkaar hebben geregeld. Vroeger was het: niet zeiken, het hoort bij je werk. Gelukkig is dat veranderd, want zulke steun is heel belangrijk. We moeten zuinig zijn op onze mensen.”

Deel deze pagina via