Energietransitie

Vrijwel wekelijks komt het klimaatakkoord langs in het nieuws. In dit akkoord zijn afspraken gemaakt tussen maatschappelijke organisaties, bedrijven en overheden om de uitstoot van broeikasgassen zoals CO₂, methaan, lachgas en fluorgassen te verminderen. De Klimaatwet heeft als doel voor 2030 een reductie van 49% en als doel voor 2050 een reductie van 95% ten opzichte van de broeikasgasuitstoot in 1990. Daarmee beogen we – in lijn met de internationale inzet – de opwarming van de aarde te beperken en klimaatverandering tegen te gaan. De uitstoot van CO₂ wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door het gebruik van fossiele brandstoffen. Niet voor niets benoemt de Klimaatwet een volledig CO₂-neutrale elektriciteitsproductie als doelstelling voor 2050. In dit hoofdstuk van de Staat van Brabant gaat het om de energietransitie, het onderdeel van het klimaatbeleid dat is gericht op het beperken en verduurzamen van het energiegebruik. In het Brabantse energiebeleid is – in lijn met landelijke afspraken in het Klimaatakkoord – de ambitie opgenomen om in 2030 50% en in 2050 100% hernieuwbare energie te gebruiken. Tevens willen we een reductie van de CO₂-uitstoot bereiken van 50% in 2030 en van 90% in 2050 ten opzichte van 1990 (energietransitie als onderdeel van breder klimaatbeleid). Naast deze ambities uit de Brabantse Energieagenda 2019-2030 staat in de bredere klimaatambitie uit de Brabantse Omgevingsvisie dat in 2030 50% reductie van de broeikasgasuitstoot ten opzichte van de uitstoot in 1990 wordt gerealiseerd (Klimaatakkoord en klimaatwet: 49%). Om deze ambities te realiseren wordt ingezet op het efficiënter gebruik van fossiele brandstoffen (als tussendoel), de omschakeling naar hernieuwbare bronnen en het beperken van het gebruik van energie door verduurzaming (onder andere door isolatie van woningen). Maar wat is de stand van zaken in Brabant nu als het gaat om de uitstoot van CO₂ als gevolg van energiegebruik, de opwekking van duurzame energie, het energieverbruik en de mate van verduurzaming van woningen? Een belangrijke informatiebron met cijfers over energie is de Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat.

EMISSIE

De CO₂-uitstoot berekenen voor een land is ingewikkeld, en het is nog lastiger om de uitstoot per provincie te berekenen. Immers, de uitstoot van een energiecentrale kan op een andere plaats zijn dan het gebruik van de opgewekte energie. Samen met andere provincies zijn er inmiddels afspraken gemaakt over de vaste te hanteren kengetallen:

  • Het absolute getal voor CO₂-uitstoot volgens de gebruiksbenadering, waarbij de uitstoot wordt toegerekend aan de gebruiker;
  • Vermeden CO₂-uitstoot door bekende hernieuwbare energie.

Beide indicatoren laten zien in hoeverre het energiegebruik efficiënter en doelmatiger is (ervan uitgaande dat er ‘normaal’ een positief verband bestaat tussen economische groei en CO₂-uitstoot). De totaal bekende CO₂-uitstoot laat sinds 2015 een dalende lijn zien in Noord-Brabant. Tegelijkertijd neemt de vermeden CO₂-uitstoot door bekende hernieuwbare energie toe.

Bron: Klimaatmonitor, data: Emissieregistratie

Bron: Klimaatmonitor, data: berekening Rijkswaterstaat

HERNIEUWBARE ENERGIEOPWEKKING

De uitstoot van CO₂ kan worden teruggebracht door geen fossiele brandstoffen meer te gebruiken, maar door in de energiebehoefte te voorzien met behulp van hernieuwbare energie. Dat is energie afkomstig uit bronnen die worden hernieuwd en daardoor oneindig beschikbaar zijn. Deze bronnen zijn onder andere zon, wind, bodemenergie, buitenlucht en water. Bij de laatste drie bronnen gaat het in Nederland voornamelijk om warmte. Biomassa is in veelgebruikte definities een hernieuwbare energiebron, maar wordt mede door wijzigende inzichten niet meer in alle voorkomende vormen als een geschikte bron gezien. Dit betreft met name het laagwaardige gebruik van biomassa. De totale hoeveelheid opgewekte hernieuwbare energie in Noord-Brabant laat een stijgende lijn zien sinds 2010, net als het aandeel hernieuwbare energie als aandeel van de totale energievraag.

Wind en zon worden steeds meer gebruikt als energiebron. Met name de hoeveelheid energie die wordt opgewekt met behulp van zon neemt sterk toe, zowel op dak als op land. Waar in 2010 het geplaatst vermogen nog verwaarloosbaar was, is het in 2019 gegroeid naar ruim 1300 Mega Watt (MW). Veruit het grootste deel van de zonnepanelen ligt op bedrijfsdaken. Tegenover iedere geplaatste MW zon op land, staat bijna 12 MW zon op dak. In de laatste bekende jaren is een groei van tientallen procenten per jaar zichtbaar. Maar ook de hoeveelheid windenergie neemt toe. De laatste jaren vooral als gevolg van ‘repowering’; het vergroten van het vermogen van bestaande windturbines. Dat is ook terug te zien in het opgesteld vermogen van wind.

* hernieuwbare warmte, biobrandstoffen (transport), overige duurzame elektriciteit

Bron: Klimaatmonitor, data: berekening Rijkswaterstaat

Bron: Klimaatmonitor, data: berekening Rijkswaterstaat

ENERGIEVERBRUIK

Naast het gebruik van hernieuwbare energie, is ook het verminderen van het energieverbruik een manier om de uitstoot van CO₂ terug te dringen. Kijkend naar het huidige energiegebruik, dan is zichtbaar dat de hoofdsectoren ‘Gebouwde Omgeving’, ‘Verkeer en vervoer’ en ‘Industrie, Energie, Afval en Water’ een groot deel van het energieverbruik in Noord-Brabant voor hun rekening nemen. In een tijd waarin de economie groeit (zie opgave ‘duurzame en concurrerende economie’), meer reizigerskilometers worden gemaakt (zie opgave ‘duurzame verstedelijking, vitaal platteland en mobiliteit') en het aantal gebouwen toeneemt (zie opgave ‘duurzame verstedelijking, vitaal platteland en mobiliteit'), daalt het energieverbruik. Per saldo is dus sprake van besparing. Wanneer verschillende hoofdsectoren nader worden bekeken, is ook zichtbaar waar een procentuele besparing het makkelijkst kan leiden tot een vermindering van het energieverbruik; woningen en vervoer. Bijvoorbeeld door het isoleren van woningen (zie hieronder) of het gebruik van andere vervoersmodaliteiten of elektrische voertuigen (zie opgave ‘duurzame verstedelijking, vitaal platteland en mobiliteit').

Bron: Klimaatmonitor, data: berekening Rijkswaterstaat

Bron: Klimaatmonitor, data: berekening Rijkswaterstaat

Bron: Klimaatmonitor, data: berekening Rijkswaterstaat

VERDUURZAMING WONINGEN

Onder het motto, ‘wat je niet verbruikt, hoef je ook niet op te wekken’, is verduurzaming verstandig. De inzet op het verduurzamen van woningen is daarnaast ook wenselijk om de kwaliteit van de woning te verbeteren. Bijna de helft van de woningen met een geldig energielabel heeft een energielabel B of hoger in 2020. Bij een dergelijk energielabel is het - in het algemeen - mogelijk om woningen rendabel te verwarmen met een andere energiebron dan aardgas. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van een lage temperatuur warmtenet, warmte-koudeopslag of ‘all electric’-oplossingen. Verder zien we ook dat het gebruik van zonne-energie bij particulieren toeneemt. Het aantal woningen met geregistreerde zonnepanelen bedraagt in 2019 12% volgens de Regionale Monitor Brede Welvaart van het CBS.

Bron: Klimaatmonitor, data: RVO - Registratisysteem voor energielabels van gebouwen