Duurzame en concurrerende economie

Een sterke en veerkrachtige economie kenmerkt zich door een sterke concurrentiepositie, innovatiekracht en een goed vestigingsklimaat. Tegelijkertijd vragen onze opgaven op het gebied van een gezonde en veilige leefomgeving alsook de toenemende schaarste in grondstoffen en klimaateffecten om het verregaand verduurzamen van onze economie. Maar hoe staat onze economie er nu voor wat betreft concurrentiekracht en duurzaamheid?

WERKGELEGENHEID EN ARBEIDSMARKT

De bruto arbeidsparticipatie is een maatstaf voor het arbeidspotentieel dat beschikbaar is. Het aandeel van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking van 15 t/m 74 jaar in de bevolking van dezelfde leeftijd schommelt rond de 70% In Noord-Brabant. In vergelijking met andere provincies doet Noord-Brabant het goed. Met een bruto arbeidsparticipatie van 72,4% in 2019 scoort alleen de provincie Utrecht hoger (74%).

Bron: Regionale Monitor Brede Welvaart 2020 - CBS, data: CBS

Noord-Brabant springt er eveneens goed uit als het gaat om de netto arbeidsparticipatie ofwel het aandeel werkzame beroepsbevolking. Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking schommelde de afgelopen jaren tussen de 64,5% en 70,1% (in 2019). Hiermee staan we in 2019 op een 2e plaats t.o.v. de rest van de provincies

Bron: Regionale Monitor Brede Welvaart 2020 - CBS, data: CBS

De werkgelegenheid wordt gemeten aan de hand van het aantal werkzame personen. De grafiek geeft het aandeel van een sector in het aantal werkzame personen (uitgedrukt in arbeidsjaren, waarbij alle banen worden omgerekend naar voltijdbanen) weer. We zien dat het aandeel van een sector in de werkgelegenheid in de loop der jaren verschilt. De handel is de industrie voorbijgestreefd tussen 1998 en 2008, en is in 2018 goed als grootste sector goed voor 15% van de werkgelegenheid in Noord-Brabant. Binnen de industriële sector loopt de werkgelegenheid terug, terwijl de sectoren ‘verhuur en overige zakelijke diensten’ en ‘gezondheid- en welzijnszorg’ juist groeien. Beide sectoren zorgen elk voor 13% van de totale werkgelegenheid.

In de Regionale Monitor Brede Welvaart 2020 - CBS staat dat het totale aantal uren dat werkzame personen in Noord-Brabant werkelijk hebben gewerkt, gemiddeld rond de 27,5 uur per week ligt (in de middenmoot in vergelijking tot andere provincies).

Bron/data: CBS Statline (* cijfers nog niet definitief)

Bron: Regionale Monitor Brede Welvaart 2020 - CBS, data: CBS

Het werkloosheidspercentage is gedefinieerd als de werkloze beroepsbevolking als percentage van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking. In 2019 is het werkloosheidspercentage 3,2% in Noord-Brabant, maar wisselt nogal in de tijd, ook in vergelijking tot de andere provincies.

Bron/data: UWV (WW-uitkeringem) en CBS Statline (beroepsbevolking)

Het aantal langdurige werklozen neemt daarentegen sinds 2016 gestaag af. In 2020 had 0,5% van de beroepsbevolking meer dan 1 jaar een WW-uitkering. In 2016 was dat nog 1,6%.

De vacaturegraad meet het aantal openstaande vacatures per 1.000 banen. Sinds 2013 neemt het aantal opstaande vacatures per 1.000 banen toe in Noord-Brabant. Het betreft cijfers aan het einde van het vierde kwartaal. In vergelijking met andere provincies zit Noord-Brabant hiermee in de middenmoot (6e plaats).

Bron: Regionale Monitor Brede Welvaart 2020 - CBS, data: CBS (* voorlopige cijfers)

Opleiding vergroot de kansen van mensen op de arbeidsmarkt. In Brabant zien we dat het aantal voortijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie in het MBO op alle niveaus afneemt. Het percentage voortijdig schoolverlaters is het hoogst op MBO-niveau 1 (circa 24% in 2020 in Noord-Brabant) en dat is hoger als het Nederlands gemiddelde voortijdig schoolverlaten MBO-niveau 1 (circa 21%). Brabanders zijn gemiddeld genomen steeds hoger opgeleid. In 2020 heeft 33,5% van de bevolking van 15 t/m 74 jaar hoger onderwijs afgerond (HBO/WO-niveau). In Nederland is gemiddeld 34,2% hoogopgeleid in 2020.

Bron: Regionale Monitor Brede Welvaart 2020 - CBS, data: CBS

Betaald werk is voor veel mensen de belangrijkste bron van inkomsten en daarmee bestaanszekerheid. In Brabant zien we dat het mediaan besteedbaar inkomen per huishouden sinds 2013 toeneemt. Dat is het middelste inkomen wanneer alle inkomens van laag naar hoog worden gesorteerd. Het mediaan vermogen van huishoudens en de gemiddelde schuld per huishouden zijn ook opgenomen in de Regionale Monitor Brede Welvaart 2020 - CBS. Het saldo van bezittingen en schulden (middelste waarde) neemt af in Noord-Brabant van 2011 tot 2014 en neemt daarna weer toe tot ongeveer het niveau van 2011 in 2018. Met een mediaan vermogen van 59.100 euro in 2018 scoort Noord-Brabant relatief hoog (alleen de provincie Zeeland komt hoger uit). De gemiddelde schuld bedraagt 117.300 euro per huishouden in Noord-Brabant in 2018, en dat is relatief hoog. Alleen Flevoland en Utrecht hebben een hogere gemiddelde schuld per huishouden in 2018.

Bron: Regionale Monitor Brede Welvaart 2020 - CBS, data: CBS

CONCURRENTIEKRACHT/-POSITIE

Het bruto binnenlands product (BBP) is een maat voor de omvang van de economie. Dit BBP groeit in Noord-Brabant al decennia tot €43.900,- per inwoner in 2019 (in constante prijzen 2015). Hiermee neemt Noord-Brabant een derde plaats in ten opzichte van de twaalf provincies.

Als we de Brabantse concurrentiekracht meten aan de hand van het aantal snelgroeiende bedrijven dat zich hier vestigt, alsook het concurrentievermogen, dan zien we dat het aantal snelgroeiende bedrijven tussen 2015 en 2018 is gestegen, maar in 2019 licht afneemt. Het concurrentievermogen van Noord-Brabant – ofwel het vermogen om een aantrekkelijke en duurzame omgeving te bieden voor bedrijven en inwoners om in te wonen en te werken – neemt eveneens geleidelijk af, maar ligt nog altijd boven het Europese gemiddelde. In 2019 staat Brabant samen met Gelderland op een gedeelde vierde plek binnen Nederland.

INNOVATIEKRACHT

Onze innovatiekracht vormt een belangrijke pijler onder onze duurzame en concurrerende economie. In de grafiek staan de scores van de Regional innovation Scoreboard. De bovenste lijn laat zien dat Noord-Brabant – behalve in het coronajaar – zijn innovatiekracht elk jaar verbetert; de andere lijn voor Noord- Brabant laat zien dat de voorsprong op het EU-gemiddelde weliswaar nog groot is, maar wel kleiner wordt.

Bron: Regional Innovation Scoreboard 2019, data: EU Open Data Portal

Bron: Regional Innovation Scoreboard 2019, data: EU Open Data Portal

De hoogte van de Research & Development (R&D) -uitgaven, zowel privaat als publiek, zeggen iets over de inspanningen die in onze provincie verricht worden om nieuwe dingen te ontwikkelen. Noord-Brabant kent de hoogste R&D-uitgaven in vergelijking met de andere provincies, omdat de private R&D-uitgaven in Noord-Brabant aanzienlijk hoger liggen dan in andere provincies. De publieke R&D-investeringen daarentegen liggen lager dan de in de meeste andere provincies; alleen Zeeland, Friesland en Drenthe scoren nog lager.

Bron/data: European Patent Office

Noord-Brabant is eveneens koploper in Nederland als het gaat om het aantal octrooiaanvragen.

Bron: CBS Statline

Een innovatieve economie, tot slot, staat en valt, met de aanwezigheid en beschikbaarheid van kenniswerkers. We zien dat het percentage kenniswerkers (hoger opgeleiden) in de werkzame beroepsbevolking van Noord-Brabant nog steeds stijgt. In 2020 bedroeg het aandeel kenniswerkers in de Brabantse beroepsbevolking 31,3%. Op landelijk niveau ligt dit percentage op 32,9%.

VESTIGINGSKLIMAAT

Een goed vestigingsklimaat is essentieel om bedrijven en werknemers aan te trekken en zich in Noord-Brabant te vestigen. Naast de concurrentiepositie van een regio, gaat het dan ook om de aantrekkelijkheid en bereikbaarheid van een regio. Deze twee aspecten van het vestigingsklimaat zijn onder meer opgenomen bij de opgave ‘Duurzame verstedelijking, vitaal platteland en mobiliteit’. Op deze plaats brengen we vooral de economische kant van het vestigingsklimaat in beeld.

Bron/data: CBS Statline (* cijfers nog niet definitief)

Het aantal bedrijven dat zich vestigt in Noord-Brabant ontwikkelt zich positief. Sinds 2007 neemt het aantal vestigingen van bedrijven in Noord-Brabant toe tot ruim 253.000 in 2020. Als we kijken naar de vestigen per sector, dan zien we dat sinds 2007 het aandeel van de landbouw, de handel en de industrie in het totaalaantal vestigingen is gedaald. Dit zegt echter niets over de werkgelegenheid binnen de sector. Een sector kan een hoog percentage vestigingen hebben en toch een laag aandeel in de werkgelegenheid en omgekeerd.

Bron/data: CBS Statline (* cijfers nog niet definitief)

Voor wat de voorraad bedrijventerreinen betreft, zien we dat het aantal uitgegeven oppervlakte aan bedrijventerreinen nog licht is gestegen tot ruim 13.000 ha. In 2020 is er nog circa 1.500 ha te vergeven, waarvan 500 ha per direct. In de Regionale Ruimtelijke Overleggen wordt besproken of het aanbod per regio voldoende is om aan de vraag te kunnen voldoen.

Bron/data: IBIS

Bron: Dashboard Waar Staat Je Gemeente, data: VNG - Ondernemerspeiling (* geen scorer beschikbaar)

Bron/data: CBS Statline (* cijfers nog niet definitief)

Jaarlijks wordt er een ondernemerspeiling gehouden over het vestigingsklimaat. Noord-Brabant scoort gemiddeld tussen een 6,4 en 6,6 als het gaat om het vestigingsklimaat, met een dip in 2019. Op landelijk niveau zijn de scores min of meer gelijk. Naast de ondernemingspeiling over het vestigingsklimaat wordt onder ondernemers ook het ondernemersvertrouwen gemeten. Dit betreft een stemmingsindicator voor het bedrijfsleven, die de richting aangeeft waarin het BBP zich naar verwachting zal ontwikkelen. We zien dat in de loop der tijd het ondernemersvertrouwen wat wisselt, maar dat het tot en met het eerste kwartaal 2020 bovenal positief is. Vanaf het tweede kwartaal van 2020 (start van de Coronacrisis) is het ondernemersvertrouwen negatief. Het ondernemersvertrouwen stijgt echter wel weer.

DUURZAME ECONOMIE

Ons milieu en het klimaat, maar ook de toenemende schaarste aan grondstoffen vragen om het verduurzamen van de economie. Bij duurzaamheid draait het om het voorzien in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties (beide zowel hier als in andere delen van de wereld) in gevaar te brengen, bijvoorbeeld als gevolg van opeenhoping van giftige of gevaarlijke stoffen, biodiversiteitsverlies of klimaatverandering. Duurzaamheid omvat ook circulariteit: het besparen en zo lang mogelijk in keten houden van eindige grondstoffen en het zoveel mogelijk voorkomen van afvalstoffen. Indicatoren voor een duurzame, circulaire economie zijn bijvoorbeeld de cumulatieve CO₂-emissie, de broeikasgasvoetafdruk, de invoer van niet-vernieuwbare grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) en vrijkomende afvalstoffen. Voor deze indicatoren zijn op dit moment geen gegevens op provinciaal niveau beschikbaar.