Brabant bouwt aan erkenning: een behandelcentrum voor Q-koorts, QVS en post-COVID
In Brabant hoor je al jaren hetzelfde verhaal: mensen met aanhoudende klachten door een Q-koorts of Covid-besmetting (oftewel QVS en post-COVID) lopen vast. Niet omdat ze geen zorg zoeken, maar omdat ze nergens terecht kunnen. Brabant is zwaar getroffen door zowel de Q-koortsepidemie als de COVID-19-pandemie, daarom kiest de provincie nu voor een duidelijke stap vooruit: de ontwikkeling van een regionaal behandelcentrum voor postinfectieuze aandoeningen.
Gezondheid boven groei
Gedeputeerde Saskia Boelema is helder over de motivatie:
“Gezondheid moet boven groei staan. We nemen verantwoordelijkheid voor mensen die onvoldoende erkenning en passende zorg kregen.”
Het is een stap die niet uit de lucht komt vallen. Eerdere pogingen om landelijk steun te organiseren, zoals een bidbook voor Bernhoven en intensieve lobby, kregen geen vervolg vanuit het Rijk. Maar Brabant besluit niet af te wachten, maar om door te zetten.
Een andere kijk op ziekte en zorg
QVS en post-COVID passen niet makkelijk in bestaande zorgstructuren. De aandoeningen zijn complex en nog te weinig onderzocht, waardoor patiënten vaak niet goed geholpen worden. Onder zorgprofessionals bestaat handelingsverlegenheid; huisartsen weten soms niet waar te beginnen en specialisten missen de generalistische blik, tijd en een duidelijke plek om deze patiënten verder te helpen.
Een nieuw behandelcentrum in Brabant moet dat doorbreken. Het wordt een centrale plek waar medische kennis, wetenschappelijk onderzoek, revalidatie en praktische ondersteuning samenkomen. Geen versnippering over verschillende zorglijnen, maar een geïntegreerde aanpak.
Het zijn verhalen zoals die van QVS-patiënten Elin en Jur die de noozaak van deze nieuwe koers onderstrepen en die tegelijk ook richting geven aan de Brabantse aanpak.
Elin: “Je wereld wordt kleiner, maar de klachten worden groter. Je wil vooral dat iemand zegt: ‘Ik zie je.’ Dat geeft al lucht.”
Levenslang perspectief
Ook Jur illustreert het probleem vanuit een levenslang perspectief:
“Op 13-jarige leeftijd kampte ik plotseling met ernstige vermoeidheidsklachten. Die werden weggewuifd onder het mom van ‘de stap naar de middelbare school valt zwaar’. Mijn ouders waren overtuigd dat er meer aan de hand was. Na vele doktersbezoeken werd Q-koorts vastgesteld. Uiteindelijk heb ik ziekenhuizen door heel Nederland bezocht. Telkens een nieuwe behandeling die vroegtijdig werd gestopt, omdat het niet bij mij aansloot of gaandeweg te weinig resultaat opleverde. Op mijn 25ste kreeg ik eindelijk de behandeling die mij significant heeft geholpen. Alsnog word ik elke dag vermoeid wakker en speelt Q-koorts op de achtergrond een rol, maar gelukkig dicteert het niet meer mijn hele leven. Toentertijd was niet alle kennis er. Maar nu die kennis er wel is, is het enorm belangrijk dat er een kenniscentrum komt waar je als patiënt niet van hot naar her gestuurd wordt en direct de zorg krijgt die je nodig hebt.”
Samen bouwen aan iets dat werkt
Wat opvalt is de breedte van de coalitie die meewerkt aan het beoogde behandelcentrum. Patiëntenorganisaties, artsen en adviseurs, onderzoekers, gemeenten, zorgverzekeraars, Bernhoven én de provincie: iedereen schuift aan. De beweging wordt bovendien nog versterkt door een nieuw gezicht: de Q-koortsambassadeur Cathalijne Dortmans.
Ondertussen werkt een werkgroep aan concrete vervolgstappen: startfinanciering, duurzame bekostiging en een organisatorisch fundament voor een behandelcentrum in Brabant. Het doel is helder: een centrum dat regionaal verankerd is, laagdrempelig toegankelijk en deskundig.
Cathalijne: “Niet óver maar mét patiënten praten. Dat is de basis. Hun stem moet centraal staan in beleid én praktijk.”
Een toekomst met perspectief
Het beoogde behandelcentrum moet bieden iets wat voor veel patiënten lange tijd ontbrak: perspectief. Vanuit de provincie, gemeenten, zorgorganisaties en patiënten klinkt een eensgezinde boodschap: dit centrum móét er komen. Brabant kiest daarmee voor erkenning, samenwerking en actie. De provincie Noord-Brabant en haar partners zetten zich vol overtuiging in om het behandelcentrum werkelijkheid te maken.
Deel deze pagina via