Column: ode aan de ouder

De zesjarige kleuter heeft vandaag vijf schoolopdrachten verdeeld over 3 websites. De tweejarige peuter is pas zindelijk en vraagt een hoop aandacht. Zelf heb ik vandaag 4 overleggen. Het is kortom een ordinaire thuiswerkdag.

Ik heb sinds kort ook een nieuwe collega, hij woont in hetzelfde huis. Ik noem hem ook wel ‘man’. Man zit standaard de hele dag in calls. Voor mijn eerste overleg moet ik een stuk lezen, en misschien kan ik ook alvast die brief schrijven? Naast mijn werkplek improviseer ik een tafeltje, daar zet ik kleuter. Peuter geef ik een stel stiften en wat papier uit de printer. Ik hoop dat ze inmiddels snapt dat die stiften alleen voor het papier bedoeld zijn. Ik begin te lezen. "Mamaaaa, ik wil ook werken”. Peuterdochter pakt het vers bezorgde toetsenbord van de provincie. ‘Doe maar niet’, waarschuw ik meteen. Ik begin de laatste zin opnieuw. Maar ze is twee en eigenwijs, dus waarom zou ze luisteren? Ze houdt het toetsenbord tegen haar oor en begint een fictief telefoongesprek met oma. Ik doe net of ik niets hoor. En begin alweer opnieuw. Kleuter moet als opdracht spulletjes verzamelen die beginnen met een ‘t’ en op een foto naar de juf sturen. ‘Samen met hem’ bedenk ik het woord ‘tekening’. Slim vind ik het. Als hij die nou even ijverig gaat maken, kan ik misschien nog wel… “ “Mamaaaa…ik kan niet tekenen. Dus wil jij dan even een vogel maken? Dat is zo klaar.” Ik stuur de wijsneus naar beneden: “Op de kast in de keuken ligt nog een tekening, vraag maar even aan papa.” Ik heb zowaar even tijd om een mailtje te typen. Dan komt zoonlief alweer weer naar boven. “En heb je de tekening gevonden?” vraag ik. “Nee, papa riep alleen maar ssssttt.” Ik geef papa geen ongelijk. Wekenlang zette Brabant kanjers in het licht. Een rood hart op het provinciehuis voor de via Social Media verkozen helden van Brabant. Zorghelden, schoonmaakhelden, onderwijshelden, kinderopvanghelden. Mensen die respect en bewondering verdienen, speciaal in deze tijd. Ik heb natuurlijk ook mijn helden: zorghelden, schoonmaakhelden. Zo belandde ik twee griepseizoenen geleden plotseling in het ziekenhuis. Ineens lag ik daar, jonge dertiger, kwetsbaar met een pittige longontsteking. Twee vaste verpleegsters renden de longen uit hun lijf, maar bij mij waren ze altijd kalm, zorgzaam en begripvol. Het hart op het provinciehuis had toen al moeten bestaan.

Ook voor de praatgrage schoonmaakster trouwens, die elke dag langs kwam en dan oprecht vroeg hoe het ging. Op een dag trof ze me op een slecht moment. Voor de zoveelste dag had ik hoge koorts, en ik miste mijn kinderen vreselijk maar mocht ze niet zien. Alle bezoekers moesten mondkapjes dragen, ondoenlijk bij een kleuter en een kleine baby natuurlijk. Mijn schoonmaakheldin luisterde aandachtig en gaf me een bemoedigende peptalk.

Tijdens mijn ziekenhuis-achtdaagse had ik welgeteld twee bezoekers. Held man kwam trouw iedere lunchpauze op en neer gefietst. Mijn andere bezoekster was Sylvia. Sylvia poetste tot voor kort ons huis. Om die reden alleen al mijn heldin. En omdat ze kwam natuurlijk. Pas geleden had ik haar aan de telefoon. Ik legde zo’n beetje uit hoe het nu ging bij ons thuis. Dat thuiswerken aan de ene kant best fijn is, maar dat werken met kinderen erbij niet altijd goed is voor humeur en concentratie. En zoals alleen schoonmaakhelden dat kunnen fleurde ook zij mijn dag helemaal op. Ze zei: “Ze hebben het overal maar over helden hè? Zorghelden en de juffen en meesters enzo… Maar weet je wie nou de echte helden zijn? De ouders! Die doen alles tegelijk en ze gaan altijd door. Dat is pas hard werken.” Wauw! Dankzij mijn persoonlijke schoonmaakheld waande ik mijzelf ook eventjes held. Ik wil die boodschap doorgeven. Ouders, weliswaar geen hart op het provinciehuis, maar wel een hart onder de riem. Jullie zijn kanjers!

Laetitia Schilperoort