Genieten van wat er echt to(e) do(et)

Moerasdraak

Door Laetitia Schilperoort


To do lists. Meestal zijn ze nuttig. Soms transformeren ze tot draken. Grote groene gevaarlijke gruwels met scherpe klauwen en stekelige staarten.

Ik heb ook zo’n draak af en toe. Zorgvuldig houdt hij zich schuil in zijn zompige moeras, wachtend op het juiste moment om mij, zijn prooi, met huid en haar te verslinden. Precies als ik het niet verwacht springt hij tevoorschijn. Dan kan ik de vonken van zijn vuurspuwende koppen maar nauwelijks ontwijken, en overal om mij heen landen naar zwavel stinkende spetters moeras op de vloer. Mijn draak is levensgevaarlijk, zijn geur misselijkmakend. En toch raak ik langzaam aan hem gehecht. Hij is namelijk wel míjn moerasdraak. Ik heb hem zelfs een naam gegeven; Todo heet hij, en zijn kronkelende koppen staan symbool voor de brullende taken op mijn doe-lijst. Dat Todo een moerasdraak is, is geen toeval. Hij woont immers in Den Bosch, de stad die moerasdraak lang als bijnaam had. Vanwege de vele moerasgronden leek Den Bosch tijdens de 80-jarige oorlog onneembaar. Totdat Frederik Hendrik van Oranje voorbijkwam, en de boel in1629 helemaal droog liet leggen. Ik vraag me af, mijn moerasdraak Todo, zou díe zo onneembaar zijn als hij eruitziet? In Den Bosch heeft Todo familieleden in verschillende gedaanten. De bekendste moerasdraak staat te schitteren op de fontein bij het station. En in de Bossche broek, voormalig moerasgebied, kun je op een moerasdraak varen: een veerpontje waarop je naar de overkant kunt. Twee jaar geleden nam ik dat pontje voor het laatst, toen ik op de provinciale sportdag een lange stadswandeling maakte met Marcia. Marcia voer, ik maakte een foto. Twee (na-)zomers later is Marcia er niet meer. Na haar oneerlijke strijd blijven collega’s naast het grote missen, achter met een sterke behoefte tot relativeren. To do lists, veelkoppige draken. Ze zijn niet belangrijk. We moeten ons niet druk maken en genieten van wat er echt to(e) do(et). En dus ben ik vastbesloten. Ik moet mijn to do list ontdoen van de taken die eigenlijk futiliteiten zijn, mijn draak temmen. Zijn koppen reduceren tot moerasbabydrakenkopjes, ze stilletjes in slaap sussen met… Ja, met wát eigenlijk? Wat dóe ik aan mijn dreigende draak, die steeds opnieuw onheilspellend de meervoudige kop opsteekt? Uit dat misselijkmakende moeras van moetjes. The question is: how to train my dragon? How to tame Todo in the name of Marcia? Zodra je druk voelt, zegt Tony Crabbé in zijn boek ‘Nooit meer te druk’, treedt er onbewust een subtiele gedragsverandering op. Voor mij persoonlijk betekent dat: vergeetachtig, verstrooid. Bang om iets te vergeten zet ik werkelijk álles op mijn to do list. Paradoxaal genoeg verandert die juist daardoor in een draak. Ik overvoer hem met acties. Futiliteiten die ik een alinea geleden nog weg relativeerde. Tussen al mijn taken door pieker ik er nog eens ‘rustig’ over door, en laat ik me ook nog afleiden door Facebook. ‘Stilte in je hoofd’ zie ik staan als kop. Nou, dat spreekt me wel aan na al dat oorverdovende gebrul van mijn draak. Wat ik lees? ‘Het druk hebben’ komt vooral voort uit een opgejaagd gevoel. Werknemers die veel werkuren maken of de zorg voor kinderen hebben, zo blijkt uit onderzoek, voelen zich even druk en opgejaagd als mensen met minder werkuren of zonder kinderen. Maar juist de mensen die vaak last hebben van een opgejaagd gevoel, die vaak in tijdnood komen, antwoorden ‘ja’ op de volgende stelling: ‘als ik met iets bezig ben, denk ik vaak aan iets anders’. Aha! Dus de oorzaak van een opgejaagd gevoel ligt niet per se in heel veel taken. Het sleutelwoord blijkt concentratie. En een gebrek daaraan de boosdoener. Als ik mijn concentratie train, train ik blijkbaar automatisch mijn draak om lekker te blijven liggen loeren in z’n moetjesmoeras. En blijft mijn to do list gewoon een haalbaar dagelijks velletje papier. Zou het echt zo simpel zijn? Ik waag het erop. Er komt nog één extra actie op mijn drakerige lijst. Ik noem hem Joris. Die hakt Todo zo in mootjes.

Laetitia Schilperoort

Fotografie: Patrick Tönjes