Bedrijfsarts Rob Moelands: ‘Verbinding zoeken zonder belangen te schaden’

Bedrijfsarts Rob Moelands werkte 14 jaar bij de provincie. In augustus 2021 gaat hij met pensioen, maar hij is in december al gestopt bij de provincie. Rob: ‘Ik werk nog een half jaar maar, het leek beter om de provincie al aan het begin van het jaar aan mijn opvolgster over te dragen.

Rob Moelands: 'Verzuimpreventie werd van onontgonnen terrein tot vast onderdeel'

Praktijkondersteuner

Rob vervolgt: 'Nieuw voor medewerkers wordt dat we gaan werken met een praktijkondersteuner. Want er is, net als in veel sectoren, krapte aan bedrijfsartsen. De eindverantwoordelijkheid blijft natuurlijk bij de bedrijfsarts, maar de ondersteuner kan bijvoorbeeld het eerste verzuimgesprek voeren, en in kaart brengen wat er speelt, zodat de bedrijfsarts al goed geïnformeerd van start kan. En, wil Rob gezegd hebben: ‘Minka Kuijken van P&O gaat deze zomer ook stoppen. Zij is in 2016 aan het Sociaal Medisch Team (SMT, red.) toegevoegd. In dat SMT moesten we het, naast de ziektegevallen, ook hebben over de meer beleidsmatige kant en dat is met de komst van Minka echt op de agenda gezet en ging het SMT een stuk beter lopen. Een aanbeveling van mij aan de directie: zoek op tijd een zeer goede opvolger.

Het begin

‘Ik ben ooit begonnen op de 1e verdieping, tussen de mensen van P&O, zoals Nicole Vissers. Daarna heb ik op meerdere plekken spreekuur gehouden. Als ik hier het parkeerterrein opkom voelt dat nog steeds als thuiskomen. Ik heb me altijd welkom en gewaardeerd gevoeld. Van directie tot en met de receptioniste: de contacten waren altijd prettig. ‘Toen ik begon, zo’n 14 jaar geleden, heetten de managers nog bureauhoofd, en Arbo en ziekteverzuim stonden nog niet zo op het netvlies. De leidinggevenden vroegen soms ‘wat moet ik in dat SMT komen doen?’ Daarin spraken we toen vooral over langdurig zieken. Die passeerden dan per bureau de revue: het verloop, de aanpak. Ik zat er om te antwoorden op vragen, maar er waren bureauhoofden voor wie het een verplicht nummer leek te zijn, of die het lastig vonden daarover in gesprek te gaan, zeg ik zonder te generaliseren. De casuïstiek stond centraal. ‘Ik heb geprobeerd die aanpak te verbreden. Bureauhoofd, hoe kan ik jou helpen, jou ondersteunen? Het vraaggestuurde SMT, het goede gesprek, hoe ga je nou om met verzuimgesprekken? En de beleidsmatige kant van ziekteverzuim vroeg ook meer aandacht. ‘ Nogmaals, Minka heeft aan dat SMT ‘nieuwe stijl’ een enorm goede impuls gegeven: het coachen van leidinggevenden, analyses uitvoeren, beleid ontwikkelen. Haar rol en de manier waarop ze het deed: consciëntieus, met cijfers over ontwikkelingen op afdelingen. 'Verzuimpreventie werd van onontgonnen terrein tot vast onderdeel. Het gesprek in het SMT werd een geliefd moment voor h-managers om te komen vertellen en te luisteren. De sfeer was zakelijk waar het moest en informeel waar het kon. We zien nu ook dat de jongere H-managers graag gecoached worden. Overigens hebben we wel enige bezorgdheid over H-managers, die ervaren soms ook een hele hoge werkdruk bleek uit interviews. Zorg dat hun span of control niet te groot wordt zodat ze hun H-taken goed kunnen uitvoeren.

'Het domein van sociale geneeskunde heeft mij altijd enorm aangesproken'

Waarom koos je ervoor bedrijfsarts te worden?

Rob: ‘Ik heb onder andere gewerkt voor de Bloedbank in Den Bosch. In die tijd werden de donoren eerst nog nader medisch onderzocht, dat was vaak een extra motivatie om bloed te komen geven. Daarna ben ik in de ‘verzuim en ARBO-tak’ terecht gekomen. Eigenlijk via mijn schoonvader zaliger die mijn interesse aanwakkerde en mij in allerlei gesprekken aspecten van het vak bijbracht. ‘Als bedrijfsarts wordt je ontzettend breed ingezet op het sociaal-medisch vlak. Je bekijkt de mens holistisch, werkt aan de privé-werkbalans. Het domein van sociale geneeskunde heeft mij altijd enorm aangesproken. Je bent op allerlei fronten bezig en je werkt aan preventie. En vermeldenswaard: in bepaalde gevallen kunnen wij sneller een (medische) interventie inzetten of doorverwijzen en wachtlijsten bekorten. Bijvoorbeeld voor bepaalde, mildere psychische aandoeningen kennen verzekeraar geen vergoeding, zoals een burnout of overspannenheid. Dat heet dan niet-verzekerde zorg. Als de werkgever – in wederzijds belang – eraan meewerkt is de patiënt sneller geholpen, bijvoorbeeld met een verwijzing naar een psycholoog, en worden de kosten vaak vergoed. Ook de huisartsen kennen die verkorte weg intussen.

Ben je wel eens in conflict gekomen tussen persoonlijk- en bedrijfsbelang?

Rob: ‘Niet persoonlijk, eh… maar wel leuk om te vermelden, de eerste vraag toen ik kennismaakte met Minka in 2016 was: ‘Als bedrijfsarts, zit je er dan niet meer in het belang van de werkgever?’ Minka zei later, en schreef het in mijn afscheidsboek, dat ze merkte dat ik enorm geprikkeld was. Het is echt eén van mijn stokpaardjes: als bedrijfsarts moet je absoluut professioneel, objectief en neutraal blijven, je mag nooit het werkgeversbelang daarboven uit laten stijgen. In mijn overtuiging heb ik altijd mijn best gedaan een goede bedrijfsarts voor de medewerkers, en een goed adviseur voor de werkgever te zijn. Door die verbinding te zoeken zonder een belang te schaden kom je verder, je moet je rug recht houden. Die belangen zijn zelden of nooit tegenstrijdig. ‘De uitzonderingen, gelukkig op de vingers van 1 hand te tellen, zijn de echte arbeidsconflicten. Die leiden vaak tot spanningen, emoties, agressie zelfs… je voelt je niet lekker, je meldt je ziek. Maar het is wel de vraag of je ziek bent als je een arbeidsconflict hebt. De klachten zijn vaak reëel, maar er is geen sprake van een medische stoornis. Er is binnen onze beroepsgroep voor dit soort situaties ook een ‘werkwijzer’ ontwikkeld die aanspoort het conflict te de-medicaliseren en een (niet medische) oplossing voor het conflict te zoeken.

Hoe gezond is de organisatie?

‘Medewerkers moeten veel ballen in de lucht houden: opgroeiende kinderen, soms mantelzorg verlenen en dat combineren met een baan. Als je dan onder druk wordt gezet door je werkgever is dat lastig te managen’. ‘Ik heb de provincie leren kennen als een organisatie waar het gelukkig goed geregeld is. Er zijn diverse regelingen, mensen krijgen kansen zich te ontwikkelen, ze kunnen gecoached worden. Er is aandacht voor vitaliteit. Als dat allemaal wordt geboden is kan je een hoop hebben, dat zie ik ook bij andere organisaties. Door mogelijkheden te bieden – zoals flexibel te roosteren, thuiswerken, ook al vóór corona – kun je mensen in balans houden’. Wat niet wil zeggen dat er geen hoge psychische werkdruk ervaren wordt – net als bij veel andere overheids- of zorgorganisaties. ‘Naast de genoemde maatschappelijke ontwikkelingen zijn we een vergrijzende organisatie. Oudere medewerkers melden zich niet vaker ziek maar zijn vaak wel langduriger ziek. Bij een vergrijzende populatie zie je toename van bepaalde leeftijdgebonden aandoeningen. En je ziet daarbij ook een toename van ernstige aandoeningen, zoals bijvoorbeeld medewerkers met de diagnose kanker. Ik heb er helaas een behoorlijk aantal wat meegemaakt, dat is één van de mindere kanten van mijn beroep. Een ander groep waar ik de aandacht op zou willen vestigen zijn de vrouwelijke medewerkers in de overgang. Dat is volgens mij een onderbelicht item in ARBO- en verzuimland. Hierbij een aanbeveling voor mijn opvolgster om extra aandacht te schenken aan overgangs-gerelateerde klachten. Klachten die vaak niet als zodanig herkend worden, ook niet bij huisartsen. Die klachten geven extra druk, vaak opgeteld bij de levensfase waar deze vrouwen in zitten – met opgroeiende pubers of waar juist de kinderen het huis uit gaan, of mantelzorg erbij.

Verzuim

‘Als je naar de verzuimontwikkeling bij de provincie kijkt zie je een daling van het kort-frequent verzuim, maar telt langdurig verzuim stevig door, vooral door ernstige, fysieke aandoeningen. En aan dat laatste kunnen we weinig doen. Ruwweg bestaat 30 % uit psychisch verzuim, 30 % uit klachten aan het bewegingsapparaat, zeg van nek tot tenen, en is dan de medische restgroep: oncologisch, hart en vaatziekten, etc.. Die verhoudingen zie je ook wel terug bij andere organisaties. ‘Corona-gerelateerd verzuim hebben we nog niet verwerkt in de cijfers. Bovendien kun je met corona besmet zijn zonder ziek te worden. Tot nu toe lijkt het mee te vallen bij de provincie, naar schatting enkele tientallen gevallen. ‘Als bijverschijnsel van de pandemie zie je enerzijds gewenning aan de situatie, maar anderzijds ook vermoeidheid, mensen zijn er klaar mee. Vooral als je ook nog thuisonderwijs voor je kinderen met geven is dat erg lastig. Dat is zorgwekkend. Maar voor een andere groep is het minder bezwaarlijk: ze kunnen hun werk goed indelen, maken eens wandeling, dus alleen maar negatief is het ook niet. De sociale contacten worden gemist, daar moet extra aandacht voor komen. Mijn aanbeveling: kijk in hoeverre mensen terug naar kantoor kunnen. Die verbinding is echt belangrijk, maar hanteer een goede mix: niet vaker dan nodig op locatie.

Afscheid in coronatijd, hoe was dat?

‘Ik ben niet zo van de recepties dus daar kwam ik mooi mee weg', lacht Rob, maar het prachtige afscheidsboek met persoonlijke bijdragen van diverse mensen uit de organisatie was wel de mooiste beloning die ik in mijn werkzame leven mocht bedenken, ontzettend hartverwarmend… Waar heb ik dit aan verdiend!

Rob Moelands in Schotland

En nu...

‘Ik ben in september voor het eerst opa geworden, mijn oudste dochter is bevallen van een tweeling, ik heb een zoon in Amsterdam, mijn jongste dochter zit midden in haar co-schappen in Nijmegen. Zij redden zich prima. Mijn vrouw is jeugdarts en opleider bij de GGD en zij werkt nog een poosje door. Nu ik meer vrije tijd heb kan ik thuis mooi een extra handje uit de mouwen steken. We hebben een hecht gezin en daaraan beleef ik veel plezier. ‘Verder is een van mijn passies reizen, en dat staat wel onder druk nu. Verder houd ik van tuinieren, en een balletje slaan op de golfbaan. Och, en wie weet, misschien een dag in de week advieswerk, vakantiewaarnemingen kan, mijn specialistenregistratie loopt nog door tot 2024… ik kan nog een paar jaar door! Ook bij mijn eigen werkgever, Zorg van de Zaak. Maar ik ga eerst eens een half jaartje kijken wat er op m’n pad komt.

Jan van Gompel

Fotografie: John Claassen