Clemens Krämer met groot verlof: 'Durf in het onbekende te stappen'

Clemens woont met zijn vrouw in Boxtel. Zijn twee kinderen zijn het huis uit, en ze hebben 4 kleinkinderen. Clemens ging 25 februari met pensioen, na bijna 20 jaar werken bij de provincie. Zag het levenslicht in Den Haag, maar woonde het grootste deel van zijn jeugd 'op zuid' in Den Bosch.

Clemens: 'Dat zat wel ergens in mijn achterhoofd: daar zou ik wel willen werken'

Studiejaren en het begin

Hij heeft het provinciehuis zien verrijzen. Met een ontzagwekkend groot en kaal plein ervoor. ‘Daar kwam ik als kind niet op’, vertelt hij. ’De schaduw die het provinciehuis gaf op de televisiebeelden, het was het antenne-tijdperk, was nog een vraag op mijn mondeling eindexamen. Met dank aan de provincie, het leverde mij een 9 op!' Daarna studeert hij schei- en natuurkunde in Utrecht, en verhuist naar Culemborg om les te geven. In een promotiebaan bij een grote chemiereus had hij geen trek. Na 10 jaar begon het te kriebelen en wilde hij iets anders gaan doen. Met een omscholing bij de Universiteit Twente op zak had hij weer een entrée naar een nieuwe baan. Hij werkte tijdelijk bij VROM (chemische afvalstoffen), en daarna bij de regio Utrecht als beleidsmedewerker milieu. ‘’Via dat werk bij VROM had ik al contacten bij de Provincie Noord-Brabant gehad, dat zat wel ergens in mijn achterhoofd: daar zou ik wel willen werken. En toen kwam er een baan vrij bij Water, dat was in 2001.’

Weten hoe iets werkt

’Ik begon bij bureau Grondwater, wat in een cluster zat met de bureaus Oppervlaktewater en Waterschappen. Er waren net veel mensen vertrokken naar een nieuw organisatieonderdeel (de 'reconstructie'). De achterblijvers zaten niet lekker in hun vel en er waren veel nieuwelingen. Ons bureauhoofd, Ger Zimmermann, vervolgt hij, wist de sfeer weer goed te krijgen, onder andere door de jaarlijkse tweedaagse bureau-uitjes, in low-budget behuizingen. De eerste keer was tussen asielzoekers, heel verrijkend, en met de befaamde grondwater-lunch: iedereen neemt iets mee. Later is daar de klad in gekomen. Twee dagen op pad was te luxe kennelijk, maar het was effectief bestede tijd. Sowieso hadden we destijds bij Water veel meer werkbezoeken, als ik de foto’s uit die tijd weer bekijk. Misschien iets om in ere ter herstellen, om te zien waar ons werk toe kan leiden, de moed erin te houden, enthousiasme te kweken. Weten hoe iets werkt, zien hoe het kan worden, is de basis om iets nieuws te ontwikkelen.

Ieder resultaat was goed

’Ergens in 2006 kreeg ik te horen dat er 2 weken later een delegatie uit de Krim bij de VNG in Den Haag zou komen. Wij zaten kennelijk in een samenwerking met gemeente Kampen en twee waterschappen. Oekraïne zocht toen aansluiting bij de EU, en daar moest dit project bij helpen. Wat ze precies kwamen doen en wat het moest opleveren was onbekend. Ieder resultaat was goed, als er maar een resultaat kwam. En vrije uren had ik er ook niet voor. Onder het motto 'durf in het onbekende te stappen' ben ik erop ingegaan. Achteraf leuk om er zo’n motto op te plakken, maar toen was het gewoon een opwindende nieuwe ervaring voor iemand die eigenlijk altijd eerst precies wil weten hoe iets zit. De Oekraïners waren uit op hulp bij het herstellen van een groot irrigatiesysteem. Dat gingen wij natuurlijk niet betalen. Wij konden alleen maar laten zien hoe het bij ons werkte en met ze meedenken. Van tevoren dacht ik niet dat wij er zelf een leerervaring uit zouden halen - wij waren immers de waterexperts? Uiteraard werd ik toch positief verrast. Om een ingewikkeld systeem van watervergunningen met 10 stempeltjes op 10 locaties te vereenvoudigen hadden ze maar een paar maanden en één decreet nodig. Soms heeft een 'geleide democratie' ook zijn voordelen. Of dat systeem nu functioneert vraag ik me wel af. Was er niet iets met de Krim en groene mannetjes?

'Ik had ontzag voor gezag, maar wilde mijn argumenten wel kwijt'

'Ik denk van allebei wat'

'Sinds mijn beginjaren is er is veel meer ruimte gekomen voor de medewerkers om vrij en zelfstandig hun werk te doen. Het was vroeger veel meer hiërarchisch. Het bureauhoofd of de directeur voerde de belangrijke gesprekken en bepaalde de richting. Misschien kwam dat ook wel door de aard van de mensen op die posities, maar het is natuurlijk ook een keuze van de organisatie. Dat is nu anders. Wij hebben nu heel veel vrijheid om zelf de toon te zetten, dingen te onderzoeken en te ontwikkelen. Of komt dat doordat ik zelf veel vrijer en zelfbewuster ben geworden? Ik denk van allebei wat, maar er is nu zeker veel meer aandacht voor. Denk alleen al aan de training Persoonlijk leiderschap voor adviseurs die heel veel mensen cadeau gekregen hebben. De organisatie wíl dat wij mondiger worden. Dat zie je ook in de verandering van de functioneringsgesprekken. Daar had ik zo’n hekel aan: steeds maar weer getoetst worden aan eigenschappen die horen bij 'jouw' functieprofiel, verbeteracties verzinnen voor competenties die juist nìet op je lijf geschreven zijn. Een beetje prikkelen is best, maar dit was te vaak een worsteling, stress. Al met al werd ik best handig in het tactisch formuleren van acties waar de baas tevreden mee zou zijn. Maar of dat nou de bedoeling was? Het 'Goede gesprek' van nu is een grote vooruitgang, dat prikkelt om te verbeteren waar je talenten juist wel liggen.

Houd je innerlijke overtuiging vast

’Toen ik begon als ambtenaar, 30 jaar geleden, vertelt hij, dacht ik dat ik in een politieke omgeving compromissen zou moeten sluiten met mijn persoonlijke overtuiging. Ik had 'ontzag voor gezag, maar wilde mijn argumenten wel kwijt. Kennelijk niet zo handig, ze vonden mij lastig. Door vragen te stellen en kennis in te zetten gaat dat nu veel soepeler, dat had ik graag eerder geleerd. De nieuwe manier van GS-dossiers schrijven, al ruim 10 jaar, schat ik, helpt ook enorm: wij zetten er de argumenten vóór in, maar ook de kanttekeningen. Daar kun je je persoonlijke overtuiging kwijt, als je dat weglaat is het dossier niet compleet. Dat wil ik ook aan mijn collega’s meegeven: houd je innerlijke overtuiging vast, ook als het tegen de politieke wind in gaat. En zoek je eigen stijl om dat soepel te doen, zodat je gehoord wordt. En daarna is het aan de politiek. 'Het werd op de valreep nog best spannend, nu dit college kiest voor kernenergie. Ik ben daar bepaald geen fan van. Het is echt geen snelle en gemakkelijke oplossing voor duurzame energie of CO2-besparing. Ik heb vooral ontzag voor de erfenis van radioactief afval die we achterlaten. Of het nu voor 300 of 300.000 jaar is, je moet het zó beheren dat het geen kwaad kan, ook als de maatschappij niet stabiel is. Of het risico van een melt-down, wat de laatste 40 jaar al 3 keer gebeurd is. Kunnen wij het ons veroorloven om een gebied ter grootte van een provincie voor 30 of 300 jaar prijs te geven? De politiek mag het zeggen, of dat 'kleine' risico opweegt tegen de voordelen. Moet iedereen echt 3x per jaar een vliegreis maken en ieder jaar een nieuwe garderobe? Dus misschien hebben we helemaal geen kernenergie nodig.

Alles draait om CO2- besparing

‘Ik heb de kans gekregen om college te geven aan 2 gedeputeerden, de belangrijkste basisbeginselen uit te leggen én de risico’s uitvoerig te belichten. En er werd geluisterd, vragen gesteld, gediscussieerd, we zijn het niet eens geworden… Maar dat ik dat kon doen, en dat ik daar ook nog eens van mag vertellen in de PIB, is het mooiste bewijs dat er wat is veranderd bij de provincie!’’ 'Toen ik in 2014 begon bij energie lag het accent volkomen op innovatie en de kansen van duurzame energie voor economische ontwikkeling. Voor het grootschalig energie besparen was weinig aandacht en vrijwel geen budget, vervolgt hij. Dat is nu helemaal anders. Alles draait nu om grootschalige CO2-besparing en opwekken van duurzame energie, waar innovatie natuurlijk ook onmisbaar voor is. Het gaat nu veel meer om het effect op het klimaat. Zeker in mijn begintijd bij energie was dat zoeken, en daar heb ik ook volop de ruimte voor gekregen.’’

Feiten en kennis als basis

Een ieder van ons ontmoet collega’s die die niet snel vergeten zullen worden. 'Mijn grote voorbeeld was Ad Mol, bij water (met pensioen in 2012, red.). Hij was een autoriteit op het gebied van water en natuur. Zo iemand die onmisbaar is voor de afdeling, en waar je heel veel van kunt leren. Hij liet zien hoe je beleid en besluiten kunt baseren op grondige wetenschappelijk kennis van watersystemen, planten en dieren. Feiten en kennis als basis, dat spreekt mij enorm aan, als tegenhanger van, of aanvulling op, politieke wensen en impulsen. En hij wist ook nog eens prima dossiers te maken, zodat die besluiten ook genomen werden op basis van feiten en kennis.’’ Een leuke anekdote wil hij nog wel vermelden: Wij kwamen samen aan bij een congres, Ad stond niet op de deelnemerslijst en mocht er niet in. 'Maar ik moet spreken'. Wie bent u dan? 'Ad Mol'. En dan de verbaasde vraag: 'Dé Ad Mol?' Zo’n iemand dus. Ik heb veel complimenten gekregen bij mijn afscheid, maar ik denk niet dat ik dat stadium bereikt heb… Zoiets moet je ook niet nastreven. Het gaat er om te doen waar je goed in bent. Niemand is onmisbaar, ieder moet het op zijn eigen manier doen.’

En nu...

'Ik heb jarenlang samen met mijn vrouw in koren gezongen. Klassieke muziek, van renaissance tot heel modern. Dat ligt nu al weer een paar jaar stil, je kunt niet alles tegelijk. Ik was ook voorzanger in online kerkdiensten, maar dat is gestopt, het risico is te groot. Als ik ben ingeënt wil ik weer een koor zoeken. We hebben hier veel grond bij het huis. Er lopen twee geiten, lekker eigenzinnige beesten, die houden het gras kort. Maaien is toch simpeler. In onze tuin is heel veel eetbaars, ja voor de geiten dus! Het geluid van de snoeischaar is de trigger voor luid gemekker. Onze moestuin ligt al een paar jaar braak, ik heb eigenlijk veel te veel hobby’s. Van de collega’s heb ik zaden gekregen van 'vergeten groenten', een mooie stimulans om die weer om te spitten. Op geitenmest groeit het goed!

'Dit is ook nog eens CO2 opslag'

Geen verplichtingen

Clemens gaat de eerste 2 maanden helemaal niets doen. ’Ik wil me nog nergens aan binden, ervaren hoe het is om geen verplichtingen te hebben, zien wat er op me af komt. Het is zonde om de vaardigheden die ik heb ontwikkeld niet meer te gebruiken. Ik zoek weer iets waar ik helemaal in kan duiken, iets nieuws te leren, me inzetten om iets goeds te bereiken, mijn ervaring gebruiken. En daarnaast krijg ik veel tijd voor hobby’s, kinderen en kleinkinderen.' 'Ik heb hier een zware, oerdegelijke houtdraaibank staan uit een oude meubelfabriek. Ik had dat iemand zien doen, en dacht 'dat wil ik ook, na mijn pensioen'. Dat was al weer 10 jaar geleden, en ik kreeg er al snel een aangeboden. Ik heb een paar cursussen gevolgd bij Joost Kramer in Utrecht, geen familie trouwens. Een ruwe tak of stronk wordt een mooie kandelaar of schaal. Je moet goed observeren, letten op de structuur, vorm, nerf. Uiteindelijk is het hout leidend, geen twee kandelaars zijn hetzelfde. Mensen weten niet wat voor moois ze in de vuurkorf gooien; dit is ook nog eens CO2-opslag!'

Desgevraagd wil hij nog wel wat kwijt. ’Tja, ik blijf altijd de leraar. Dus wil ik nog wel een paar 'wijze lessen' meegeven, die zitten eigenlijk al grotendeels in het verhaal. Volg je innerlijke overtuiging en zoek daarvoor een aangename eigen stijl. Vraag door totdat je het echt begrijpt, want dan kun je alles heel simpel aan een ander uitleggen. Vertrouw op je intuïtie, want die is gebaseerd op al je ervaring. En durf in het onbekende te stappen, want met de bagage die je hebt kom je er altijd uit.'

Redactie: Eddie Besselsen

Fotografie: Elles van Pinxteren