Treintje gemist

Door Laetitia Schilperoort


Ons team miste de trein. Of beter: de contactmomenten in de trein. Nog beter: het treintje op verdieping 7, óns treintje, bestaande uit een lange rij losse werkplekken langs het raam aan de Shellkant van het gebouw. Het treintje was voor team Subsidies inmiddels een gevleugeld begrip.

In ons treintje werd gewoonlijk hard gewerkt, maar het was altijd mogelijk je even om te draaien met een vraag of een opmerking. Of zomaar een losse frustratie. Onze trein heeft een geweldige akoestiek. En daardoor kun je op normale toon iets vragen, en een x aantal werkplekken verder aan het eind van de wagon nog álles horen wat gezegd wordt. Heel handig, want dan reageert er altijd wel iemand. Als iedereen kan meedenken zijn er altijd goede oplossingen voorhanden. Maar dat was allemaal vóór Corona dus en nu misten we onze dagelijkse trein. Een trein die overigens allerminst stuurloos was. Want als je het spoor echt even bijster raakte, waagde je gewoon de korte oversteek langs de liften, over het balkon naar de locomotief, vertrouwenwekkend bestuurd door onze machinist, bijgestaan door een heuse conducteur, bijna gepensioneerd en bijzonder behulpzaam en vriendelijk. In de locomotief vond je eigenlijk altijd wel een wijze oplossing. En hoewel de locomotief nu tijdelijk vanuit huis bestuurd wordt, kwam er ook deze keer een bijzonder goed idee vandaan, een veelbelovend voorstel voor ons grote gemis. Bij wijze van proef verschenen er in onze teams-agenda allerlei virtuele middagen. Bedoeld als een soort zoete inval ter digitale vervanging van prettige oude treinmomentjes. Ze zijn zonder enige verplichting, geschikt voor wie wanneer maar wil, en zelfs voorzien van serieuze break out rooms; een soort kletscoupé ’s waarin je uitgebreid met elkaar kunt sparren. Positief nieuwsgierig als ik ben stap ik die eerste middag in onze virtuele trein. Eerst voelt het een beetje gek, zo met z’n zessen in een Teams vergadering, iedereen muisstil. Allemaal geconcentreerde blikken, alleen het vaag getik van collega passagiers op een toetsenbord. O ja, zo was het inderdaad, op de werkvloer. Toch voelt het onwennig. Ik besluit mijn beeld en microfoon uit te zetten, maar wel gewoon nog mee te luisteren. Na een tijdje stelt iemand een vraag. Collega A zou ergens vanaf weten, maar die heeft geen idee waar het over gaat. Bij mij doet het echter wel een belletje rinkelen, ik heb laatst zoiets aan de hand gehad. Een minuutje later kan ik mijn collega’s helpen met een casenummer als voorbeeld. Een uurtje later lossen we weer een probleem op samen. Het voorkomt eindeloos bellen en mailen, op zoek naar de juiste persoon. Wauw, een positieve vibe siddert door onze vergadering. Dit werkt! En naarmate onze middag in het treintje voortschrijdt, voel ik hoe mijn zolderkamer met iedere stop groter wordt. Al dagdromend staar ik naar buiten door het raam. Soms razen we langs stations waarvan ik de namen niet kan lezen, soms houden we halt op een perron. In Berlicum kopen we kaartjes bij het subsidieloket, vertraging hebben we in Lelystad, alwaar we het raam open zetten en koolmezen horen zingen. In de verte zien we een toevallige passant spontaan het dak van een caravan repareren. In Arnhem zwaaien sommigen nog even naar Vitesse, en door heel Brabant draaien we behoedzaam de raampjes van onze boemel open. Dan droppen we zorgvuldig grote zakken met geld op de perrons. Subsidie! Het is een prachtige toer, ik word er melancholisch van. Denk aan de tijd dat alles licht en luchtig was en Corona alleen nog maar een biertje. Als we in Utrecht overstappen op de sneltrein, lees ik de tekst die ik al zó vaak las: ‘En hoe verder hij ging, des te langer was zijn terugweg’. Die zin zet altijd aan het denken. Het fluitsignaal klinkt, de sneltrein vertrekt. Het klopt niet meer. We zijn ver gegaan, maar onze terugreis wordt korter. Dit ís namelijk de terugweg. Nog even volhouden, dan stappen we uit bij station Onbezorgde Zomer. Met uitzicht op de Zuiderplas.

Laetitia Schilperoort

Fotografie: Patrick Tönjes