Huisfotografen John&Monique Claassen maken ergens een foto. Enige eisen: het moet in Brabant zijn, en iets van de huidige tijd weerspiegelen. Tekstschrijver der provincie Eddie Besselsen verwoordt daar vervolgens zijn ideeën en gevoelens bij.

Van oude kastanjes en dingen die voorbijgaan*

Een treurig beeld, deze zojuist gevelde kastanjes aan de Parade van Den Bosch. Alles heeft zijn tijd en een plek onder de zon, zegt het boek Prediker. Daar liggen ze uitgeteld op het plaveisel, zomaar, plots en onverwacht. Ze hadden een letale ziekte, zo hoorde ik van een collega met wie ik dit slagveld bezocht.

Er verschenen mannen met kettingzagen, die in opdracht deze reuzen ten val brachten. Een oneerlijk gevecht was het. De laatste twee wachten gelaten op hun lot. Jarenlang tooiden zij zich in het voorjaar met hun kaarsen. Kroonluchters die in mei ontstoken werden en het plein feeëriek verlichtten. Het plein voor de St. Jan sneeuwde vervolgens onder, soms al voor de IJsheiligen de stad bezochten.

Daarna begon het grote ruisen van hun kruinen. Een zomerse dromerige zang die het plein iets sacraals gaven. In de herfst ritselden hun van ouderdom bruin geworden handvormige bladeren, en ploften hun bolsters op de bestrating. Glanzende paardenogen die, vanwege hun schoonheid, door vele generaties geraapt werden. Februari is het. Het voorjaar staat in de steigers, evenals de toren van de kathedraal op de achtergrond. Rechts op de foto is het theater te zien dat volledig wordt gerenoveerd. Er moet eerst worden gesloopt om tot iets nieuws te komen. De foto, waarop de kaalslag op het plein de overgang naar iets wat de kijker nog niet bevroeden kan, laat zien, staat in schril contrast met het voorjaar dat aanstaande is. Verval en vallen, en het restauratiegevecht daartegen zijn op de prent pontificaal in beeld gebracht. De toren staat voor de zoveelste keer in de steigers. Instandhouding van het leven, en wat zij voortbrengt is een wet van Meden en Perzen. Nog even en het leven ontploft en tooit zich van groen tot vermiljoen en in alle kleuren daartussen. Het voorjaar is er de kraamkamer van. Alles wordt uit de kast gehaald om het leven voort te zetten. Van oude kastanjes en de dingen die voorbijgaan, heet dit stukje. Een variant op een van de bekendste romans van Louis Couperus, waarin twee oude mensen, die, sinds hun verblijf in Nederlands-Indië, een vreselijk geheim met zich meedroegen. Maar tegen het einde van het verhaal in staat bleken, hun traumatisch verleden achter zich te laten zodat zijn hun laatste dagen in vrede konden slijten. Vallen, ondergaan en opnieuw beginnen is de enige constante in onze levenscyclus. Dat is een troostrijke en opbeurende gedachte. Elk jaar weer overwint het leven de dood. Vaak vanuit een verslagen positie. Dor begon januari. Maar richting maart zwollen de knoppen aan de takken van de bomen, die ogenschijnlijk stil en naakt, als waren zij dood, er uitgeblust bijstonden. Deze kastanjes op het plein hebben echter de carrousel van het leven verlaten. Voor hen viel het doek. Er hangt een zweem van voorjaar in de lucht. Ik hoor merels werken aan hun repertoire. Kijk naar het park, aan de overkant van de bushalte, waar wilgen zijn gepenseeld in een waterig groen.

Voorjaar wordt het. En ik verbaas me over de dingen, de mensen, de bomen en ook over de bus die de hoek om slaat. Ik word me op een religieuze manier bewust van mijn aanwezigheid te midden van de dingen. Ervaar een diepte die geen diepgang is. Er overvalt me een onbestemd gevoel van verwondering. Ondoorgrondelijk en niet te verklaren is het bestaan. Euforisch stap ik de bus op. Laat mijn vervoersbewijs aan de bestuurder zien. Hij knikt minzaam. Een reiziger ben ik, onderweg van niets naar niets. Een tocht die in schoonheid niet te evenaren is.

Eddie Besselsen

Foto: John&Monique Claassen