Brabant is groter dan je denkt (deel 7)

In de 19e eeuw zijn de provincies Noord-Brabant in Nederland en Antwerpen en (Zuid-) Brabant in België de erfgenamen van het roemrijke Hertogdom Brabant. Waar de provincies Antwerpen en Noord-Brabant centraal lagen in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, komen ze nu meer perifeer te liggen. De rijksgrens tussen beide provincies is vrijwel dezelfde als die in 1648 (het einde van de 80-jarige oorlog). In de 19e eeuw evolueert de agrarische sector en krijgen de Brabantse provincies te maken met de industrialisatie. Door Philip Peeters.

Afbeelding hierboven: Vincent van Gogh's 'De aardappeleters'. Het beeld van de arme boerenbevolking die met veel mensen in kleine donkere huisjes leefde, is tekenend voor de provincie.

Foto: de basiliek van Oudenbosch is het symbool van de heropleving van de kerk in Noord-Brabant. Het is een geslaagde compilatie van 2 kerken in Rome; de Sint-Jan van de Lateranen (voorgevel) en de Sint-Pietersbasiliek (koepel).

Noord-Brabant is bufferzone

Als grensprovincie werd Noord-Brabant weer de bufferzone tussen Holland en de Zuidelijke Nederlanden zoals ze die ook al had als Generaliteitsland. Garnizoenssteden Bergen op Zoom, 's-Hertogenbosch, Breda, Heusden en Grave en zelfs de geïmproviseerde legerkampen zoals bij Gilze-Rijen zaten tot de nok vol met gewapende soldaten van boven de rivieren. Brabanders zelf mochten hun dienstplicht niet in hun eigen provincie vervullen. Ze zouden weleens de kant van de Belgen kunnen kiezen! De Prins van Oranje verbleef een groot deel van het jaar in Tilburg, zijn officieuze Koninklijke Residentie. Hij onderhield goede contacten met katholieke leiders als Zwijsen. Zo wist Willem II het vertrouwen te winnen van de Katholieke Brabanders. Dat was blijkbaar wederzijds, althans toch bij de voetballende Tilburgers van Willem II, opgericht in 1896! Als in 1853 de bisschoppelijke hiërarchie wordt hersteld, schieten de kloosters en kerken als paddenstoelen uit de grond. De Katholieke Kerk manifesteerde zich sterk in Noord-Brabant en richtte zich op de ziekenzorg en het onderwijs en bereikte daarin een dominante positie. Ze weet zich in veel maatschappelijke organisaties een positie te verwerven en kan die positie vasthouden tot ver in de 20e eeuw.

Armoedige streek

Economisch en op het vlak van welvaart bleef Noord-Brabant ten opzichte van de andere Nederlandse provincies achter. In de 19e eeuw was deze overwegend agrarische provincie zonder enige twijfel een armoedige streek. Vincent van Gogh heeft dat als geen ander met het schilderij 'de aardappeleters' weten te vereeuwigen. Het beeld van de arme boerenbevolking die met veel mensen in kleine donkere huisjes leefde,is tekenend voor de provincie. Met de schrale opbrengsten van hun klein boerdenbedrijfje konden ze amper overleven. Het was een spiraal van armoede. Pas rond het begin van de 20e eeuw kwam daar verandering in. Pater van den Elsen liet boeren samenwerken in coöperaties. Samen met de introductie van de kunstmest veranderde het boerenbedrijf drastisch. Er werden coöperaties opgericht waarin boeren samen gingen werken en de bedrijfsvoering werd professioneler waardoor de keten van armoede werd onderbroken. Pater van den Elsen richtte de NCB (Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond) op, onder meer gekend van de mengvoerders te Veghel. Tegen het begin van de 20e eeuw bestaat het Brabantse boerenbedrijf uit een gemengd bedrijf dat de achterstand heeft weten weg te werken. Op de kleigronden van West-Brabant zijn de suikerbieten een vaste waarde geworden. In begin van de 19e eeuw was er wat kleinschalige huisnijverheid die vervlochten was met de streekgebonden agrarische activiteiten. Van de koeien in de uiterwaarden van de Maas werd de huid gebruikt in de leerlooierijen en in schoenmakerijen in de Langstraat. De schapen die al eeuwenlang op de heiden liepen, waren de toeleverancier voor wol voor de textielindustrie. De introductie van de stoommachine in de textielnijverheid gaf deze tak een enorme vlucht. Tilburg was de enige stad met een significantie vorm van industrie. Tegen het einde van de19e eeuw kwam de industrialisering echt op gang en werden stoommachines ingezet en ontstonden steeds grotere bedrijven. Eerst in het westen met de suikerbietenindustrie en later ook in het oosten als Philips zich vanaf 1891 te Eindhoven gaat vestigen. In 1914 zal de gloeilampenfabriek het zogenaamde 'Natlab' oprichten, een laboratorium waar in de 20e eeuw innovaties worden uitgedacht. Ook in andere steden van Noord-Brabant ontstaan diverse vormen van industrie, voeding, machines, textiel, leer en grootwinkelbedrijven om enkelen te noemen. De aanwezigheid van een arme bevolking die op zoek was naar werk, veel grondstoffen en veel ruimte, gaf de mogelijkheid voor veel bedrijven om zich hier te vestigen en enorm te groeien.

Het andere Brabant

De provincie Antwerpen en Zuid-Brabant maken deel uit van het onafhankelijke België. Zuid-Brabant werd voortaan kortweg 'Brabant' genoemd. De situatie van de agrarische sector was op de arme gronden vergelijkbaar met die in Noord-Brabant. Keuterboeren die vaak geen of hoogstens één koe bezaten probeerden rond te komen door ook allerhande seizoensarbeid te verrichten. De herenboeren op de vruchtbare gronden, zoals in Haspengouw, bezaten vaak tientallen hectare landbouwgrond. Op deze akkers werd het Brabantse trekpaard ingezet totdat halverwege de 20e eeuw de mechanisering het dier naar de achtergrond verdrong. Tuinbouw werd tegen het einde van de 19e eeuw een belangrijke bron van inkomsten en ontwikkelde zich rond de steden Antwerpen, Brussel, Mechelen, Leuven. Brusselse spruitjes en het 'Witte goud van Brabant' (witlof) werden bekend tot ver buiten de landsgrenzen. De streek rond Tienen stond bekend voor haar suikerbietenteelt. Nijverheid ging voorbij aan deze Brabantse provincies. Die lag in Wallonië. Dat neemt niet weg dat er net als in Noord-Brabant in de verschillende steden bedrijvigheid ontstond. Dankzij hun centrale ligging konden beide provincies zich ontwikkelden als doorvoergebied van grondstoffen en afgewerkte producten. Antwerpen zorgde voor extra tewerkstelling in de haven. De industrialisatie veranderde het landschap. Er werden spoorlijnen aangelegd, kanalen gegraven, wegen en bruggen gebouwd. Na het afkopen van de Scheldetol in 1863 zou de groei enkel nog maar toenemen. De haven zou uitgroeien tot één van de grootste van Europa en het economisch hart van België worden. Brussel werd het politiek, administratieve en financiële centrum en richtte zich op de dienstensector.

Vestingsteden groeien

Voor de Brabantse provincies kwam door de industrialisatie en de welvaart die dat met zich mee bracht een grote bevolkingsgroei tot stand. De opheffing van de vestingswet in Nederland zorgde ervoor dat vestingsteden als 's-Hertogenbosch, Bergen op Zoom en Breda konden groeien. Hetzelfde gebeurde met Antwerpen. De stad overschreed in het begin van de 19e eeuw voor het eerst sinds 1585 de kaap van 100.000 inwoners en in1863 werden de Spaanse Wallen afgebroken omdat de oude stad uit haar voegen barstte. In Brussel werden in navolging van Parijs boulevards en avenues aangelegd. In het begin van de twintigste eeuw lijken de drie Brabantse provincies klaar voor de grote sprong voorwaarts maar twee wereldoorlogen steken daar een stokje voor. Dat bekijken we in de volgende en laatste aflevering van de reeks ‘Brabant is groter dan je denkt’.

Philip Peeters

Het Philipsfabriekje in Eindhoven. In dit fabriekje richtte Gerard Philips in 1891 een gloeilampenfabriek op. Philips zou uitgroeien tot een wereldwijd elektronicaconcern.