Tijd voor een nieuwe jaartelling

Door Laetitia Schilperoort


Bij de letters AD denk ik de laatste tijd meteen aan het Algemeen Dagblad, tot de nok toe gevuld met coronaberichten. Vroeger, toen ik P.C. (pre-corona) nog weleens op vakantie ging, had ik die associatie helemaal niet. Toen zag ik A.D. vaak op oude gebouwen staan met een reeks Romeinse cijfers erachter; MDCCCLXXVII ofzo. Ook deed ik nog weleens een buitenlands museum aan, waar informatiebordjes spraken van B.C., Before Christ.

Het tijdperk en de herinneringen, ze zijn allebei mijlenver verwijderd van ons bizarre lockdownleven anno nu. Lente 2020, schrikbeelden uit Italië op tv, nare verhalen in kranten als het AD… Wanneer het virus ook in Brabant steviger om zich heen grijpt manoeuvreer ik mij zo behoedzaam mogelijk door de anderhalvemeter-samenleving, mijzelf ondertussen focussend op de eigen gezinsbubbel. School en kinderopvang gaan natuurlijk door. Althans, meestal. Soms eigenlijk. Vooral op de opvang mogen de kleintjes blijven snotteren dat het een lieve lust is. Living on the edge, want iedere snottebel vindt zijn weg naar een nieuw slachtoffer. In ons gezin leidt dat tot menig tripje naar de teststraat. Ruim een jaar lang gaat dat goed; onze snotneuzen testen altijd negatief. Tot de dag dat het meivakantie wordt. De landelijke status op dat moment: toename van vaccinaties, afname van besmettingen, langzaam komt de klad in de anderhalve meter. Nederland is wel zo’n beetje klaar met corona. En precies die meivakantie weet het virus onze bubbel alsnog binnen te dringen. Zonder ook maar een druppie snot overigens. Want het beste vriendje van de oudste had wel corona, maar zero klachten. En zo stranden we in het zicht van de haven op het eiland ‘doffe ellende’. Een subtropisch quarantaine eiland met een driewekelijks survivalverblijf voor vier bewoners: twee lamlendige koortsige ouders, twee kerngezonde rond stuiterende kinderen. De ouders in bed of op de bank. De kinderen druk met een snelcursus zelfstandigheid. Zij blijken de liefdevolle verwaarlozing achteraf wonderwel te hebben overleefd. Wij ook. En nu voelt het als ontwaken uit een winterslaap. Alles voelt en proeft fijner, lekkerder, lichter, luchtiger dan vroeger. Zoals met alles als je het een tijd niet hebt gehad. De eerste zonnestraal in de lente. Vakantie na een tijd hard werken. Niet meer bang zijn, na al die maanden tenenlopen. Het grote inhalen kan beginnen. Rijp twee dagen uit quarantaine trekken we als gezin naar ons allereerste terras sinds maanden. Zonnetje, drankje, hamburger, gezinsgeluk. Het toppunt van idylle en romantiek. In de praktijk zitten we bij McDonalds, te midden van de uitlaatgassen bij de McDrive… maar het kan me helemaal niets schelen. Ik heb dit zo gemist! En we blijven gaan. Het strand, uit eten, lekker winkelen met mijn dochter. Ook zij heeft in al die tijd een transformatie ondergaan. P.C. ken ik haar als een dwarse dreumes, die zich het liefst gillend in willekeurige gangpaden stort. Nu ben ik ineens met een gezellige bijna-kleuter op pad. Eentje die luistert. Tijdens één van onze inhaaluitjes blijkt dat ook zij iets heeft gemist de laatste tijd. Als we een doodgewone parkeergarage binnen rijden begint ze luid te roepen van enthousiasme: ‘wow, wat mooi! Dit is de móóiste dag van de wereld!” Het nieuwe leven. Voor mij en mijn dochter een hele verandering. Beide bewegen we ons langzaam weer in het nieuwe normaal, ook al weet niemand nog wat dat is. Mijn dochter kent niet eens het oude. Ik ben er ook zó klaar mee, dat hele onbekende normaal. Of het nou nieuw of oud is, persoonlijk ben ik toe aan een heel nieuw tijdperk. En daarom start ik hoogstpersoonlijk een nieuwe jaartelling. Het liefst noem ik mijn tijdperk After Corona, ook wel A.C., maar dat zal te ambitieus zijn, met al die varianten. Doe dan maar After Delta. Wie gaat er mee naar het terras? Ik vertrek A.D. vanmiddag nog.

Laetitia Schilperoort

Fotografie: Patrick Tönjes