Opgave & Omgeving

Inleiding en uitleg

Ieder participatieproces begint met een analyse van de opgave en omgeving. Voor deze analyse worden vragen gesteld die het best met verschillende collega’s beantwoord kunnen worden. Want pas als de antwoorden voor alle betrokken collega’s helder zijn, kan nagedacht worden over het vervolg.

Volg deze vier stappen:

1. Beschrijf eerst de beleidsopgave van de provincie, en het maatschappelijk vraagstuk dat we willen oplossen. 2. Beschrijf vervolgens de opgave van de participatie. Dit kan heel anders zijn, bijvoorbeeld het doel van de provincie of de rol van de belanghebbenden. Deze participatieopgave is vanaf nu het uitgangspunt voor het invullen van het kompas. 3. Beantwoord de overige vragen over de belanghebbenden van de participatieopgave. 4. Beantwoord de overige vragen over de omgeving van de participatieopgave.

Wat is de opgave?

Hoofdvragen:

• Wat is de beleidsopgave? o Welk maatschappelijk probleem of vraagstuk willen we aanpakken? • Wat is de participatieopgave? o Wat moet het participatietraject opleveren voor de provincie? o Wat moet het participatietraject opleveren bij/voor belanghebbenden?

Deze participatieopgave is vanaf nu het uitgangspunt voor het invullen van het participatiekompas.

Ondersteunende vragen:

• In welke fase van beleidsontwikkeling speelt de opgave? o Plan en proces bepalen o Keuzes maken o Realiseren o Leren en evalueren • Gaat het om beleid, de uitvoering van beleid, wetgeving of een samenwerking met anderen? • Is het een opgave die onder de Omgevingswet valt? o Verwijzing naar hoofdstuk participatie en ruimtelijke omgeving • Hoelang speelt de opgave?

Hoe ziet de omgeving eruit?

Hoofdvragen:

• Wie zijn de belanghebbenden? • Zijn het beïnvloeders, besluitvormers, uitvoerders of afnemers van beleid? • Moeten de belanghebbenden meeweten, meedenken, meewerken of meebepalen?


Ondersteunende vragen over de omgeving:

• Wat is de maatschappelijke impact op Brabant? o Verwijzing naar Brabantse en nationale onderzoeken • Welke politieke sentimenten spelen er? • Zijn er participatietrajecten geweest, gaande of gepland? En door wie? o Verwijzing naar participatievoorbeelden

Ondersteunende vragen over belanghebbenden:

• Hoeveel personen of organisaties nemen deel? • Zijn ze georganiseerd of ongeorganiseerd? • Zijn het bekende relaties of nieuwe contacten? • Zijn het wettelijk vastgelegde of vaste gesprekspartners? o Verwijzing nodig naar wettelijk vastgelegde gesprekspartners • Welke netwerken zijn actief? o Verwijzing naar stakeholderanalyses en -onderzoeken • Welke belangen hebben zij? o Verwijzing naar stakeholderanalyses • Hoe complex is de opgave voor de belanghebbenden?

Stakeholdersanalyse en -onderzoeken