De boer en zijn coach

De zoektocht naar natuurinclusief boeren, met een goed verdienmodel

Een goed verdienmodel voor de boer is belangrijk in de omslag naar natuurinclusieve landbouw. Daarover zijn Gerard Willems (ZLTO) en melkveehouder Siebe van de Crommert het eens. Het moet niet alleen duurzaam zijn voor de bodem en de natuur, maar ook financieel duurzaam voor de boer. Daarom biedt de provincie Noord-Brabant advies van een coach en subsidie aan agrariërs die een natuurinclusief bedrijfsplan willen maken.

De kracht van een coach

De kracht van een ondernemerscoach als Gerard Willems zit volgens Van de Crommert in de schakelfunctie die hij heeft. “Gerard heeft heel veel informatie van wat er nu speelt bij de overheid. Hij vertelt waar je zelf aan moet denken als het om regelingen gaat. Hij is de schakel tussen ons en de provincie. Hij weet waar wij mee zitten en waar de provincie mee zit. Hij snapt allebei de kanten en probeert te bemiddelen. Dat is de kracht van Gerard”.

“Het kost tijd om van koers te veranderen”

Een goed verdienmodel voor de boer is belangrijk in de omslag naar natuurinclusieve landbouw. Daarover zijn Gerard Willems (ZLTO) en melkveehouder Siebe van de Crommert het eens. Het moet niet alleen duurzaam zijn voor de bodem en de natuur, maar ook financieel duurzaam voor de boer. Daarom biedt de provincie Noord-Brabant advies van een coach en subsidie aan agrariërs die een natuurinclusief bedrijfsplan willen maken.

“Eén ding staat vast: de wereld verandert voortdurend,” zegt Gerard Willems, coach natuurinclusieve landbouw en bedrijfsadviseur bij de ZLTO. “Agrarisch ondernemers moeten besluiten hoe ze met die verandering omgaan. Luister naar signalen uit je omgeving: de maatschappij, je afzetmarkt, de politiek. Of je het daar mee eens bent of niet, daar moet je iets mee”. De signalen wijzen nu op het belang van natuurinclusief boeren en kringlooplandbouw.

Willems merkt dat agrarisch ondernemers geïnteresseerd zijn om natuurinclusief te gaan boeren. “Zij zien ook de biodiversiteitsmonitor en de vraag om kringlooplandbouw. Het moet anders. Maar het is vaak financieel moeilijk voor melkveehouders om de omslag te maken. Ze hebben bijvoorbeeld pas over 15 jaar hun stal afbetaald en moeten veel eerder alweer investeren in een nieuwe richting. Het is een robuust bedrijfssysteem. Zie het als een mammoettanker: het kost tijd om de koers voor de lange termijn te veranderen”.

Een nieuwe manier van ondernemen

Siebe van de Crommert is een melkveehouder van 26 jaar en afgestudeerd aan de HAS Hogeschool op natuurinclusief en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Een omslag is misschien een investering, maar volgens de jonge boer hoeft het bedrijven van natuurinclusieve landbouw op zichzelf niet meer geld te kosten. “We gaan op een andere manier met de koeien en de grond om, we brengen waarde aan de omgeving in de vorm van verbeterde water- en bodemkwaliteit, biodiversiteit en luchtkwaliteit.

We laten ons product niet wegstromen uit het gebied, maar maken onze eigen kaas voor lokale klanten. Omdat natuurinclusief de kern van ons bedrijf vormt, heb ik het vertrouwen van mijn klanten en betalen ze net iets meer voor het product,” aldus Van de Crommert. “Je moet niet uitgaan van een nieuwe bedrijfsvoering die meer kost dan het oude. Het moet een manier van ondernemen zijn die zichzelf moet bedruipen”.

“Toch is het voor veel boeren moeilijk om van intensieve melkveehouderij om te schakelen naar extensief”, zegt Willems. “Dat betekent om te beginnen maximaal 2 grootvee eenheden (GVE) per hectare, waar dat nu vaak 5 eenheden zijn. Dan moet een boer de veestapel halveren of meer grond zien te vinden”. De provincie Noord-Brabant kan in bepaalde gevallen betaalbare erfpachtgronden aanbieden aan boeren die de omslag willen maken.

Willems is trots op zijn cliënt. “Siebe is jong, hoogopgeleid en enthousiast. Hij heeft al een kaasmakerij en een winkel geopend. Na ons coachtraject krijgt hij nu subsidie van de provincie om een businessplan te laten maken. Daarna moet blijken of hij gebruik kan maken van het aanbod van erfpachtgrond. Door samen te werken met een andere agrariër vergroot hij zijn gebied al”. Daarnaast werkt de agrarisch ondernemer samen met Waterschap Aa en Maas, Staatsbosbeheer en de gemeente om natuur te beheren in een aangrenzend natuurgebied. “Siebe moet al die vaardigheden beheersen. Je moet alles weten over grond, koeien, kaasmaken, klantcontact en natuurbeheer. Samen werken met een andere ondernemer is gunstig,” zegt Willems. “Je kunt al die taken verdelen en elkaars kwaliteiten benutten”.

“Duurzaamheid is niet genoeg”

Van de Crommert is zeer gemotiveerd om het goede te doen voor de omgeving van de boerderij. Met ouders die naast boer ook imker zijn, heeft hij de liefde voor natuur al vroeg meegekregen. Het bedrijf van de familie van zijn moeder werd al vier generaties lang van moeder op dochter overgedragen. Nu is het de beurt aan de jonge boer om op zijn eigen manier aan een duurzame toekomst te werken.

Toen hij afstudeerde, nu vier jaar geleden, was het bedrijf van zijn ouders nog redelijk intensief met 110 koeien en twee melkrobots. Inmiddels zijn ze in de omschakeling naar het SKAL keurmerk voor biologische landbouw, dat ze naar verwachting over twee jaar krijgen. Ze zijn dan zelfvoorzienend in voerproductie, hebben 10% ruige natuur op het land en 90% landbouwgrond met natuurwaarde. Vanaf dit voorjaar gebruiken ze geen kunstmest of bestrijdingsmiddelen meer. Ze ploegen niet en proberen zoveel mogelijk te beweiden, ze telen kruidenrijk grasland, gaan hagen planten en maken gebruik van wisselteelten en groenbemesters. “We willen zo min mogelijk schade aanrichten, duurzaamheid is niet genoeg. We willen de grond, het water, de lucht en de biodiversiteit verbeteren,” vertelt hij.

Relaxte boeren

Tijdens zijn studie kwam Van de Crommert in aanraking met boeren die het anders doen. “Zij kijken niet naar hoeveel liter melk je per jaar moet produceren, maar zijn meer gericht op: wat heb ik nu als basis en hoeveel kan ik daarmee? Als je met minimale input, maximale output realiseert, heb je een andere bedrijfsvoering. De druk op je bedrijf wordt lager. Ik vond het zo leuk aan die boeren dat ze wat relaxter waren, ze leken meer tevreden te zijn”.

Voor Van de Crommert is het logisch dat ze op deze manier werken. “Ondernemer, bedrijf en omgeving moeten in balans zijn. Als er een disbalans is gaat het op termijn toch mis. Biodiversiteit, waterkwaliteit, maar ook maatschappelijke druk spelen allemaal mee”. Toch zegt hij dat natuurinclusief boeren niet voor iedereen de oplossing is. “Andere boeren moeten op hun eigen manier de balans zoeken. Ik probeer op mijn land op mijn eigen manier een verschil te maken. Er liggen voor de melkveehouderij wel veel kansen voor natuurinclusieve landbouw. Natuurbeheer is bijvoorbeeld een van de maatregelen die voor veel boeren interessant kan zijn. Kleine stappen zijn een goed begin en een ondernemerscoach zoeken ook”.

Siebe is een van de 70 boerenondernemers die met een omschakelplan wordt begeleid door een coach vanuit een regeling van de provincie.