Voer je koe, niet je mestput

Van stinkend probleem naar waardevolle grondstof

“Goede mest stinkt niet.” Het klinkt bijna te simpel om waar te zijn. Toch is dit precies waar het volgens landbouwadviseur Peter Vanhoof om draait. En waarom steeds meer boeren zijn verhaal willen horen. Want waar mest jarenlang vooral als probleem werd gezien, ziet Vanhoof iets anders: een kans.

Door te metingen op honderden bedrijven zag Vanhoof wat werkte en wat niet. Dat groeide uit tot een bredere blik op landbouwsystemen: “Dan ga je patronen zien.” Die patronen vormen de basis van TOPMEST: een methode om mestkwaliteit te meten en te begrijpen. Niet als afval of restproduct, maar als spiegel van wat er op het bedrijf gebeurt.

Gas geven met de handrem erop

De kern van zijn verhaal is verrassend praktisch: “Voer je koe en niet je put. Veel boeren sturen op maximale melkproductie. Maar veel liters zeggen niet alles. Als een koe haar voer niet goed verteert, ben je in feite je mestput aan het voeren”, zegt Vanhoof.

Slechte mest ontstaat bijvoorbeeld bij snelle rantsoenen gericht op hoge productie. Dan belandt voer onvoldoende verteerd in de put. Bacteriën in de mestput nemen het over, er ontstaan schadelijke stoffen door rotting. Na bemesting valt de groei van het gras hierdoor niet echt mee. “Het is alsof je gas geeft met de handrem erop.” Goede mest ontstaat als een koe haar voer écht benut. “Voer een koe als herkauwer: met gras als basis en verder alles in de juiste verhoudingen. Die mest fermenteert, ruikt nauwelijks en voedt het bodemleven.”

Geen grote revolutie, wel zichtbaar effect

Kleine, slimme aanpassingen kunnen al een groot verschil maken. Bijvoorbeeld in het rantsoen of het maaimoment. Vaak zonder grote ingrepen op het bedrijf. Steeds meer boeren sluiten zich daarom aan bij het TOPMEST-onderzoek. Wat het oplevert? Gezondere dieren, lagere kosten en een betere bodem. “Geen grote revolutie dus”, aldus Vanhoof, “maar wel zichtbaar effect.”

Ook voor akkerbouwers maakt mestkwaliteit het verschil. Goede mest voedt de bodem. Slechte mest kan die juist uit balans brengen. Daarmee raakt het direct aan een grotere vraag: wat is mest eigenlijk waard? Volgens Vanhoof wordt die vraag nog te weinig gesteld. “Jarenlang is gestuurd op productie en intensivering. Nu zien we dat dat systeem grenzen heeft. Maar de oplossing zit niet in nóg meer regels.” Zijn boodschap is helder: werk mét de natuur, niet ertegenin.

Wie mag deze sessie niet missen?

“Elke boer die boer wil blijven. Of je nu veehouder bent of akkerbouwer, intensief werkt of extensief. Voor akkerbouwers betekent goede mest: een bodem die écht gevoed wordt. Voor veehouders: gezondere dieren, lagere kosten en meer grip. En misschien wel het belangrijkste: het maakt boeren weer leuk.” Ook voor beleidsmakers heeft Vanhoof verhelderende inzichten: “Minder sturen op systemen en meer ruimte geven aan vakmanschap en praktijkervaring. Dat kan het verschil maken.”

Peter Vanhoof is landbouwadviseur en de drijvende kracht achter TOPMEST. Hij groeide op in Vlaanderen, werkte in het landbouwonderwijs en woont sinds eind jaren negentig in Polen. Vanuit zijn fascinatie voor natuurlijke processen en bodembiologie ontwikkelde hij een eigen meetmethode voor mestkwaliteit. Inmiddels adviseert hij boeren in meerdere Europese landen en is hij een veelgevraagd spreker over kringlooplandbouw, bodemgezondheid en de rol van mest daarin.

Inspiratiesessie TOPMEST

Ben je benieuwd naar de inspiratiesessie van Peter Vanhoof?

Meld je aan voor het symposium en kies inspiratiesessie 9.

Aanmelden symposium 'Mest het bruine goud'

Deel deze pagina via