Wat werkt voor één boer, werkt niet voor iedereen
Een open en eerlijk verhaal
Waar mestverwerking eerder vooral draaide om het afvoeren van fosfaat, ligt de focus nu ergens anders. “Het doel is veranderd,” legt Inge Regelink uit. “Nu gaat het veel meer over het verminderen van emissies, zoals stikstof en methaan.” Binnen het project NitriNure onderzoekt ze hoe mestverwerking kan bijdragen aan het terugdringen van die emissies en het beter benutten van nutriënten.
Inge Regelink leidt verschillende onderzoeksprojecten bij Wageningen University & Research (WUR), waaronder NitriNure. Daarin werkt ze samen met technologiebedrijven, provincies en praktijkpartners. In haar werk zoekt ze continu naar de balans tussen techniek, praktijk en milieu. En naar wat daarin echt werkt.
Meebewegen met de praktijk
Zo’n tien jaar geleden kwam mestverwerking volop in de belangstelling. Eerst was dit vooral gericht op de export van fosfaat. Daarna groeide de aandacht voor mestverwerking en het effect op stikstof en emissies. Oorzaken? De stikstofcrisis, het wegvallen van derogatie (de toestemming om meer mest uit te rijden dan normaal volgens EU-regels) en toenemende druk op de sector. Volgens Regelink is die verschuiving van haar werk minder planmatig dan het soms lijkt. “Als onderzoekers bewegen we mee met wat er speelt. In PPS (Publiek-Private Samenwerking)-projecten, zoals NitriNure, worden de technieken ingebracht door de sector.”
Die nuchterheid typeert haar werk. Al jaren werkt Regelink op het snijvlak van techniek en milieu. Met een achtergrond op een boerenbedrijf weet ze hoe dingen landen op een bedrijf. “Daarom vind ik het belangrijk dat we eerlijk zijn over wat werkt en wat niet”, zegt ze. Dat betekent: niet meegaan in het zwart-witbeeld dat vaak in het debat ontstaat, maar kijken voor wie en wanneer een oplossing werkt. En wat het écht oplevert.
Niet elke oplossing is schaalbaar
Regelink is voorzichtig met grote beloftes. “Iets kan voor een individuele boer een oplossing zijn”, zegt ze, “maar dat betekent niet dat je het zomaar kunt opschalen naar de hele sector.” Dat maakt het vraagstuk complex. Want hoe bepaal je wat werkt, als elke situatie anders is? En hoe vertaal je dat naar beleid dat voor duizenden bedrijven moet gelden? Uiteindelijk hoopt Regelink dat met het onderzoek duidelijk wordt welke technieken wel of niet perspectief hebben binnen een duurzaam landbouwsysteem.
De huidige situatie biedt kansen. Er is aandacht, er is geld, en er wordt volop geïnvesteerd in nieuwe technieken. “Dat is positief”, zegt Regelink. “Maar veel van die technieken zitten nog in de ontwikkelfase.” Terwijl de druk om snel resultaten te boeken groot is, hebben oplossingen tijd nodig om zich te bewijzen. Voor Regelink ligt daar de kern van haar werk. Niet het aandragen van dé oplossing, wel zorgen voor openheid en helderheid. “Ik vind het vooral belangrijk dat er eerlijke informatie komt. Zodat boeren weten welke keuzes bij hen passen en niet achteraf voor verrassingen komen te staan.”
Wie mag deze sessie niet missen?
In haar inspiratiesessie gaat Inge Regelink in op de complexiteit achter mestverwerking. Want keuzes worden in de praktijk niet alleen bepaald door milieu-effecten, maar ook door kosten. “Een boer gaat pas een techniek toepassen als het economisch iets oplevert.” Juist die afweging maakt het voor beleidsmakers relevant: hoe stuur je op emissiereductie, als de uitkomst per bedrijf kan verschillen? En hoe voorkom je dat een oplossing op papier goed lijkt, maar in de praktijk anders uitpakt?
Regelink staat nadrukkelijk open voor (technologische) bedrijven met nieuwe ideeën. “Ik wil ook graag geïnspireerd worden,” zegt ze. “Want alleen door te blijven testen en vergelijken, wordt duidelijk wat werkt.”
Inge Regelink is onderzoeker bij Wageningen Environmental Research (WUR) en gespecialiseerd in meststoffen, bodemvruchtbaarheid en nutriëntenbeheer. Sinds 2011 werkt ze binnen het team Duurzaam Bodemgebruik, waar ze zich richt op onder meer mestverwerking en het sluiten van nutriëntenkringlopen.
Deel deze pagina via