Brabant als proeftuin van de wereld
Mest moeten we niet langer behandelen als afvalstroom, maar als waardevolle grondstof, zeggen gedeputeerde Marc Oudenhoven en landbouwdeskundige Martin Scholten, strategisch adviseur van de Uitvoeringsagenda Mest. Dat is één van de uitvoeringsagenda’s die voortvloeien uit het Beleidskader Landbouw en Voedsel.
Hoe verhoudt de Uitvoeringsagenda Mest zich tot de Brabantse visie op mestbewerking uit 2017?
Marc Oudenhoven: ‘De Uitvoeringsagenda Mest is onze stap van praten naar doen. In 2017 hebben we samen een visie gemaakt: mestbewerking dicht bij de bron, minder emissies en meer waarde uit mest. Nu zetten we dat om in actie. We werken langs drie sporen: drijfmest uitfaseren, mest slim verwerken op boerderijen of verzamelpunten, en mest verwaarden tot producten zoals biogas en kunstmestvervangers. Daarmee koppelen we mest aan stikstof-, klimaat- en wateropgaven. Innovatie en samenwerking staan centraal. Zo maken we van mest niet het probleem, maar een kans voor een circulaire landbouw en een gezonde leefomgeving in Brabant.’
Wat is het verschil tussen mest zoals we er nu als samenleving naar kijken en mest in kringloopperspectief?
Martin Scholten: ‘Zoals we mest nu kennen en beleven, is het een afvalproduct van de veehouderij, een vies product waar we overlast en hinder van ondervinden. Er is een mestoverschot, de veehouder moet betalen om ervan af te komen, akkerbouwers krijgen geld als ze het over hun land uitrijden, burgers associëren mest met stankoverlast. Mest barst van de negatieve bijklank’. ‘Als je mest in kringloopperspectief wilt plaatsen, moet je compleet omdenken. Dan zie je waardevolle mineralen en organische stoffen in mest zitten, die goed zijn voor een vitale bodem en natuurlijke bemesting. Dan is mest de hoeksteen van de kringlooplandbouw. Met een vraag naar goede meststoffen vanuit de akker- en tuinbouw waar de veehouderij een aanbod voor heeft.’
“Zoals we mest nu kennen en beleven, is het een afvalproduct van de veehouderij.” - Martin Scholten, landbouwdeskundige
Welke stappen kent de mestkringloopketen?
Martin Scholten: ‘Het gaat erom dat je de mest zo oogst dat het waarde heeft, door urine en poep direct in de stal te scheiden. In urine zitten veel mineralen, in feces ofwel poep zitten vezels en andere organische stoffen. Dat zijn dus de waardevolle grondstoffen. Je kunt deze gescheiden mest lokaal gebruiken, in plaats van het minderwaardige drijfmest of chemische kunstmest. Maar je kunt het ook als een halffabrikaat in de biobased procesindustrie laten “opwerken” tot bemestingsproducten waar nationaal én internationaal een markt voor is.’ Je kunt de vezels ook opwerken tot een scala van biomaterialen. Op deze wijze is mest een kringloopgrondstof met substantieel minder emissies van methaan, ammoniak, nitraat of stank.’

Wat is er nodig voor de gewenste omslag?
Martin Scholten: ‘Het vergt een stevige omslag van alle betrokkenen. Boerderijen worden een producent van groene grondstoffen uit mest. In Oost-Brabant met zijn veehouderijen is volop ruimte voor afzetgerichte mestverwerking; in West-Brabant met zijn akkerbouw en biobased industrie is vraag naar kwalitatief goed gescheiden mest. De samenleving en de politiek moeten ruimte en vertrouwen geven aan boeren die deze stappen gaan zetten. Banken moeten kredieten durven verstrekken aan boeren die de standaard businessmodellen gebaseerd op drijfmest afschaffen. En de provincie Noord-Brabant kan maatwerk in kringloopbemesting stimuleren: “Brabant Bemest Beter”. Ze heeft de plicht om net iets voor de muziek uit te lopen, want nergens wordt zoveel mest geproduceerd, nergens is zoveel maatschappelijke discussie, nergens zijn zoveel kansen om mest goed te verwaarden. Brabant kan laten zien dat mest geen probleem hoeft te zijn. Brabant mag zijn hand opsteken om daarin een experimentele proeftuin te worden, voor Nederland, en misschien wel de rest van de wereld.’
Deel deze pagina via