Klimaatadaptatieproject met Design Thinking leert:

‘Er is niemand die geen fijne woonplek wil’

Klimaatadaptatie, hittestress, piekbelasting. Begrijpelijke taal voor ambtenaren, niet voor het gros van de mensen. Ze dan ook nog meekrijgen in het aanpassingsproces dat klimaatverandering vereist, is lastig. Een groep enthousiaste ambtenaren van Brabantse en Limburgse gemeenten, waterschappen en provincies gingen op zoek naar de menselijke maat in deze maatschappelijke opgave.

Luisteren naar bewoners

Samen met designers voerden deze groep ambtenaren tientallen gesprekken met bewoners. “Dan gaat het niet over objectieve feiten, maar over hun beleving en drijfveren. Als je als oudere niet meer het huis uit komt vanwege de hitte, wie doet dan de boodschappen?” Overheden zijn goed in het maken van plannen. Maar het betrekken van mensen bij klimaatadaptatie vraagt om meer. Dan moet er worden geluisterd. Vanuit die gedachte startten de provincie Noord-Brabant en de Brabantse waterschappen in 2017 een project met behulp van Design Thinking. Een mensgerichte, onderzoekende en co-creatieve aanpak die uitnodigt tot actie. “Met Design Thinking vertrek je vanuit de mens en de menselijke maat”, vertelt Karla Niggebrugge van de provincie. “Niet de beleidsagenda van de overheid staat centraal, maar de leefwereld van mensen. Vanuit overheden zijn we geneigd te denken dat mensen wel in actie komen als we maar genoeg informatie geven. Daar is veel meer voor nodig, maar wat dan?”

‘Je moet de tegels voor de badkamer kiezen, de kleur van de muren. Waarom niet ook meteen nadenken over de tuin?"

Karla Niggebrugge I provincie Noord-Brabant

Complex verhaal

Wat begon als een vraag vanuit het waterdomein, werd al snel een complex verhaal. ‘In no time’ ging het volgens Niggebrugge over biodiversiteit, vergroening, sociale veerkracht, mobiliteit. “Dat maakt het superingewikkeld en tegelijk mega interessant, want zo zijn we als overheden niet gebouwd. Maar op het niveau van iemands woning, de straat of de wijk zit het ook niet in hokjes, daar loopt alles door elkaar. Precies daarom zijn we met veel verschillende mensen open gesprekken aangegaan. Niet om onze boodschap te zenden, maar om te luisteren en te begrijpen hoe mensen kijken naar deze thema’s. Het waren dus eerder monologen van bewoners dan dialogen.”

Dat leverde een bom aan informatie op. Hieruit zijn vier nieuwe manieren van kijken naar klimaatadaptatie ontstaan. Bijvoorbeeld door aan te sluiten bij wat mensen leuk en belangrijk vinden. Of door het mensen gemakkelijk te maken. Met die verschillende brillen op gingen sociaal ontwerpers aan de slag in vijf wijken in Brabant en Limburg. Samen met de bewoners ontwikkelden ze integrale concepten die werden getest in de straat. Een aantal van deze prototypen krijgt nu een vervolg.

Grazende auto's

Zoals het project ‘Grazende auto’s’ in Eindhoven. Hoe kun je in een versteende wijk waar parkeren een probleem is, vergroenen en tegelijkertijd bewoners de verantwoordelijkheid geven voor het onderhoud? Niggebrugge: “Het idee is dat als je als bewoner zorgt voor het groen op je parkeerplek, je omgeving het jou gunt dat je daar je auto parkeert. De gemeente Eindhoven bekijkt nu of het in de praktijk ook echt zo werkt.”

Geen grauwe bedoening

Ook in Boxmeer is een prototype uit het Design Thinking-traject uitvoerig getest. Gekeken is hoe bewoners van een nieuwbouwwijk gemotiveerd kunnen worden om de tuin mee te nemen in het keuzeproces. “Je moet de tegels voor de badkamer kiezen, de kleur van de muren. Waarom niet ook meteen nadenken over een groene, klimaatadaptieve tuin? Die bungelt er vaak achteraan”, zegt Niggebrugge. “Hieruit is ‘De Kwekerij’ voortgekomen, een stukje grond van de nieuwbouwlocatie afgezet als kwekerij. De planten die daar groeien kunnen de toekomstige bewoners straks adopteren voor hun tuin. Ondertussen doen ze het onderhoud, samen met andere wijkbewoners. De locatie wordt dus al tijdens de bouw een ontmoetingsplek, terwijl zo’n bouwput normaal een grauwe bedoening is.”

Open Deuren

In 2018 werd het Design Thinking-traject afgerond en de resultaten gebundeld in een boek. Sindsdien probeert Niggebrugge met het projectteam de geleerde lessen uit te dragen. “En dat zijn allemaal open deuren”, vertelt ze. “Dat je denkt: waarom hebben we dat zelf niet bedacht. Of we bedenken het wel, maar doen het structureel niet. Vanuit overheden zetten we bijvoorbeeld nog steeds in op kennisgedreven bewustwordingstrajecten. We zeggen ook vaak dat het allemaal wel goed komt, maar ondertussen willen we wel dat jij iets gaat doen. Een prachtig voorbeeld: de droogte in 2018 en 2019. We verkondigen dat er altijd genoeg drinkwater is en dat we alles onder controle hebben, maar we vragen mensen wel om even niet meer hun tuintje te sproeien. Dat is een dubbele boodschap. Als we ons als overheden kwetsbaarder durven op te stellen, snappen mensen beter dat zij ook een rol hebben in de oplossing. Mensen zijn niet dom, die kun je best het eerlijke verhaal vertellen.”

‘We verkondigen dat er genoeg drinkwater is, maar je mag niet meer je tuintje sproeien’

'Het gaat er om hoe je klimaatadaptatie aanvliegt. En dat is niet met grote woorden'

Vervolgproject

In Tilburg en Venlo krijgt het Design Thinking-gedachtegoed nu een vervolg in het IDOLS* project StraatNL. Bekeken wordt welke opgaven samenkomen in een straat, met klimaatadaptatie als vertrekpunt. Niggebrugge: “We gaan vaak op plekken aan de slag ‘waar de energie zit’. Daar krijg ik altijd een beetje jeuk van. Mensen die niet zelf het heft in eigen hand nemen, zijn vaak mensen die andere dingen aan hoofd hebben. Die blij zijn dat ze aan het einde van de maand nog te eten hebben. Of die misschien de weg niet vinden, laaggeletterd zijn. Die haken niet zomaar aan. Vinden wij klimaatadaptatie in zo’n straat dan minder belangrijk?”

In Venlo gaat het om een straat met een hechte gemeenschap van mensen die zelf al allerlei plannen hebben rondom klimaatadaptatie. In Tilburg is een ontwerper bezig met een sociaal kwetsbare straat. Die stond al op het lijstje voor onderhoud en de gemeente wilde daar klimaatadaptatie aan koppelen. “Dan wordt het interessant”, zegt Niggebrugge, “want dan kun je kijken hoe je de bewoners enthousiast krijgt om mee te denken.

Ook door corona is het nu één groot experiment geworden. De ontwerpers laten zich er niet door weerhouden en worden er juist extra creatief van. Als we het goed doen, kun je juist in zo’n straat een heleboel trots omhooghalen. Samen maken we de straat weer mooi en een fijne plek om te zijn. Dat is in feite precies waar klimaatadaptatie over gaat: ervoor zorgen dat de plek waar je woont een fijne plek is, nu en straks. Er is niemand die zegt ‘dat wil ik niet’. Het gaat er dus om hoe je klimaatadaptatie aanvliegt. En dat is niet met grote woorden. Gebruik de kinderbadjes vóór op straat als haakje om het gesprek aan te gaan over de extreme hitte. Dán verbind je de leefwereld van mensen in de straat met de grote complexe opgave klimaatadaptatie. En dan komt er beweging.”

Lees meer in de uitgave ‘Design Thinking & extreem weer’