Helma van Oosterhout: 'Het blijft me boeien'

Helma van Oosterhout- de Bok, in haar laatste functie H-manager Strategie en Projecten, ging 26 juni met pensioen. ‘Na 48 jaar gewerkt te hebben, waarvan 20 bij de provincie’. Ze is een enthousiast en goedlachs verteller, en heeft, zo blijkt, de provincie zeker nog niet losgelaten.

De slag naar samenwerking

Helma: ‘Ook de laatste begrotingsbehandeling heb ik nog bekeken, ik kijk nog regelmatig op Brabant.nl wat er allemaal speelt, en wat er rond Thierry Baudet allemaal gebeurt… de provincie en de politiek blijven me boeien.’ Helma heeft eerst 20 jaar bij Nationaal Park De Biesbosch gewerkt, en deed ’s avonds de Nationale Hogeschool voor Toerisme en verkeer, de toeristisch-recreatieve kant. ‘Toen ik bij de provincie bij Verkeer en Vervoer terechtkwam had ik dus 2 linkerhanden. Jan Taks heeft me aangenomen, in 3 gesprekken! Ik werkte met Paul Veelenturf, later Herman Dijk Joost van Gils, en Wobine Buijs. ‘Toen werd je nog aangenomen op je inhoudelijke kennis, nu zijn we professionals met ruimte, en veel zelfstandiger. In het begin lag die nadruk op de beleids- en uitvoering, later kwam er meer aandacht voor de adviseurs- en proceskant. 'Bij de Biesbosch was ik financieel verantwoordelijk, zelfs hoofdelijk aansprakelijk. Als het niet goed was had je een stevig gesprek! Heb ik niet meegemaakt hoor. En toen kwam ik bij de provincie, waar ik, platgezegd, kon uitgeven wat ik wilde. Ik wist niet wat ik meemaakte! Dat was de begintijd, zeg rond 2000. Dat is gelukkig drastisch veranderd: ook als programmamanager moet je je budget kunnen verantwoorden. Gelukkig kwam er een in-company-opleiding Verkeer en Vervoer, zo kreeg ik er gevoel bij. Want je werd inhoudelijk overbluft door experts, en er zaten stevige bij hoor, nou nou. Als procesmens versterkt inhoudelijke kennis je positie, want je moest knokken voor aandacht voor het ‘hoe’. En we maakten de slag naar samenwerking in plaats van vertellen aan de partners hoe het allemaal moet.

Die samenwerking is nu logisch, maar toen zeker niet, en dat is nog maar 20 jaar geleden. Wij waren de experts, en die kleinere gemeenten konden niet echt mee. Zo wist de provincie het al snel beter dan hen. Bij de grote was het wél goed hoor, zeker bij Brabantstad. Dat deed ik van 2005 tot 2014 - niet fulltime - als secretaris Verkeer. Het liep het beste toen ik de proceskant deed, en beleidsmedewerker Ludger Schrauwen de inhoud. Toen hebben we meters kunnen maken. We wisten de Brabantstad-gemeenten op 1 lijn krijgen, met een gezamenlijke prioritering voor investeringen in vervoer en infrastructur bij de Ministeries, nu het MIRT. Dat heeft ook in die organisaties iets losgemaakt. En als er 1 gemeente uit de bocht vloog dan ging onze gedeputeerde wel bellen hoor!

‘Wij gingen ook met de Brabantstad-bestuurders naar Duitsland, dan kozen we een regio die net zo ver weg was dat ze ’s avonds niet terug konden rijden. We konden er leren én ongestoord werken aan de relatie. Op het provinciehuis werd zoiets gezien als snoepreisje, maar heet had dus echt een doel. Nu met videobellen en al die telefoons zou dat niet meer werken, er is teveel ruis op de lijn. Denk ik hoor…

'In 2014 werd ik hoofd bureau OV. Daar hoorde zeker wel budgetverantwoordelijkheid bij, dat was niet niks, zo’n € 90 miljoen per jaar. Met Michèle als directeur, Ruud van Heugten gedeputeerde, later Christophe van der Maat. Een fijne tijd, een fijne club om mee te werken. Behalve die periode rond die busovervallen. Dat raakte me echt, het kwam dichtbij.

'Nu met videobellen en al die telefoons zou dat niet meer werken, er is teveel ruis op de lijn.'

'Het werd niet geteld'

'In 2014 moest mijn bureau terug van 22 mensen naar 14, een aantal mensen had niet de functie gekregen die ze wilden, en daar kwamen nog 5 medewerkers van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven bij, want dat werd opgeheven. Die SRE’ers hadden niet allemaal een positieve mening over de provincie, en vice versa, dat maakte het extra lastig daar 1 club van te maken. Een turbulente tijd, waarin ik aan Michèle Vlug een heel fijne directeur had, ik kon haar dag en nacht bellen met vragen. Zo ben ik eigenlijk begonnen met het H-managerswerk. 'Ik zag dat die inhoud, gestuurd door de directeur en bestuurders bijna altijd voorging. Het H-werk moest erbij, ’s avonds en in het weekend. Dat werd ook niet geteld he. Want de inhoudelijke dossiers moesten maandagmorgen besproken worden, dat masseerwerk met die mensen moest daartussen gebeuren… ik wil maar zeggen: die H-en O-Scheiding is echt een goede stap.

De mens centraal

'Vanaf 2016 ben ik H-manager, bij het begin van de H- en O-Scheiding. Ondanks mijn liefde voor de inhoud. Die laatste jaren dat ik nog werkte wilde ik met medewerkers en programmamanagers bezig zijn. Die moeten maar dealen met bestuurders en directeuren, die hartstikke veeleisend zijn – en terecht. Als gewezen bureauhoofd kon ik me goed in programmamanagers verplaatsen, dat hielp zeker. 'Ik was H voor Strategie en Projecten. Een aparte club, veel ‘eigenwijze’ mensen. En daar worden ze ook voor betaald: adviseurs moeten eigenwijs zijn, ze moeten voor hun adviezen, hun keuzen staan. 'Ik was gespitst op de langdurige inzetbaarheid van mensen. Dan moest je ook zorgen dat de goeie mensen op de goeie plek zitten. Je probeert mensen weer een stap verder te brengen, met bijvoorbeeld trainingen. Daar ben je als H-manager voor! Want je kunt als programmamanager niet altijd de allerbeste mensen krijgen, dan moet die samen met de H zorgen dat er meer mensen op dat niveau komen.

'Als organisatie zoek je mensen met een bepaalde basisvaardigheden en -houding: gericht op samenwerking, het gesprek goed aan kunnen gaan, én weten waar je het over hebt. Experts moeten up to date blijven, hun vak bijhouden. 'In mijn werk speelde voor mij altijd al de mens de centrale rol, het blijft, oneerbiedig gezegd, de belangrijkste productiefactor. Als je de beste talenten naar boven kunt halen ben je als organisatie spekkoper. Dat vond ik het allerleukste om aan mee te werken, om te zien gebeuren. 'Ik heb natuurlijk ook gezien dat mensen niet pasten op hun plek. Als je een goede relatie hebt met de programmamanager, en je medewerker, kan je snel slagen maken. Dan check je: ‘Beste programmamanager, heb jij een duidelijke opdracht gegeven, heb je aangegeven waar het aan schort, de gelegenheid gegeven om te verbeteren? Zo ja, dan ga je met z’n drieën het gesprek aan. Die medewerker met z’n vragen en problemen ken je al, dus kun je naar oplossingen zoeken. Mensen moeten om te beginnen zelf zien dat ze niet op de goede plek zitten. Ik heb vaker teruggehoord dat mensen op een andere plek het echt veel beter naar hun zin hadden, dat is óók mooi om aan te werken.

Luisteren

'De allerbelangrijkste eigenschap is goed kunnen luisteren. Naar opdrachtgever, medewerkers, directie, en met een schuin oog ook de bestuurder in de gaten houden. Want zet die druk op de O-manager, dan komt die druk ook bij de H-manager. Je moet voelen hoe de belangen liggen. Bijvoorbeeld zo’n begrotings-behandeling, die luisterde ik goed om de prioriteiten in te schatten, de sfeer te voelen. En je moet een goede verhouding hebben met de O-manager waarmee je werkt, dat is een basisvoorwaarde. In het uiterste geval moet je kunnen zeggen: het gaat niet tussen ons, dan moet iemand een stap opzij zetten. Ik heb het nog niet gezien gebeuren, maar het zou wel eens moeten denk ik. De positie van de H-manager is echt verbeterd. H- en O werken nu samen in Samen-Kracht. Ik merk gewoon -ik spreek nog wel eens collega’s – dat het helpt. En er is meer tijd voor de lange termijnvisie, de basis is gelegd.

En nu...

'De bedoeling was vrijwilligerswerk te gaan doen, in schuldhulpverlening, maar de cursussen gingen niet door. Reizen naar ons geliefde Andalusië ook niet. Ik ben gaan jeu de boulen, dat vond ik toch een oude-mutsensport! Maar daar zit alles in: strategie, tactiek, hartstikke leuk. Ligt ook stil in deze tijd. Dus wandel ik veel met mijn honden, soms wel 40, 50 km per week. Veel lezen doe ik ook, de kranten, boeken. En eind januari start ik als taalcoach.

‘Mijn H-dames, naaste collega’s van Mobiliteit en Infrastructuur hebben me in de zomer nog uit eten genomen op het terras, dat was een prachtige avond. Maar ik mis de collega’s, en heb van velen geen afscheid kunnen nemen. Heb dan weer wel prachtige mails gehad, persoonlijke kaartjes, ik zou graag iets terug willen doen. Alles is doorgestreept, maar dat is het minst erge van deze tijd… hoewel ze op de Pensioen-cursus zeggen: zorg dat je goed afscheid neemt! En ze wil toch even kwijt dat ze het jammer vindt dat ze niet meer op Brain(S) kan: ‘Dat moesten ze niet zo snel afsluiten.’

Jan van Gompel