Afname biodiversiteit vraagt om een integrale aanpak

‘We moeten anders gaan denken’

Klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en een toenemende verdroging en stikstofuitstoot. Ondanks positieve lokale maatregelen neemt de biodiversiteit in Brabant nog steeds af. Met name in het agrarisch gebied. Maar de provincie zit niet stil. Met het uitbreiden van natuurgebieden, het stimuleren van natuurinclusieve landbouw en diverse andere maatregelen wil de provincie Noord-Brabant het tij keren. Twee projectleiders van de provincie en een natuurinclusieve landbouwer vertellen over hun werk en de diverse maatregelen.

Het rapport ‘Toestand van de Natuur’ verschijnt eens in de vier jaar en monitort de trends op het gebied van biodiversiteit in Brabant. Onlangs is dit rapport vastgesteld door Gedeputeerde Staten. De resultaten van dit rapport neemt de provincie mee in de evaluatie van haar provinciale natuur- en landschapsbeleid ‘Brabant Uitnodigend Groen’ (2012- 2022) en bij het opstellen van een nieuw Beleidskader Natuur (2023 – 2030). Voor Elies Lemkes-Straver, gedeputeerde Natuur bij de provincie Noord-Brabant, is het duidelijk. “We zijn er nog niet in geslaagd de afname van de biodiversiteit in Brabant te stoppen en zullen alle zeilen bij moeten zetten.”

Andere mindset

Volgens Lemkes-Straver is vooral een andere mindset van belang. “We moeten anders gaan denken. Met alles dat we doen moeten we rekening houden met de invloed die dit heeft op de natuur. Dat geldt zeker voor de landbouw, maar ook voor andere sectoren, zoals bijvoorbeeld de infrastructuur waar wij als provincie zelf een rol in hebben. Bij de aanleg van nieuwe wegen door natuurgebieden zorgen we bijvoorbeeld voor faunapassages, tunnels en ecoducten. Maar ook bij het beheer van wegbermen kijken we hoe we bij het maaien ervan meer rekening kunnen houden met de natuur, zodat bloemen weer kunnen bloeien en insecten kunnen overleven. Kortom, we moeten nog meer de slag maken naar een natuurinclusief Brabant.”

Natuurnetwerk Brabant

Een belangrijke maatregel om de biodiversiteit en daarmee de natuur in Brabant een boost te geven, is de aanleg van een robuust en samenhangend natuurnetwerk: het Natuurnetwerk Brabant. Natuurnetwerk Brabant maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en verbindt bestaande en nieuwe natuurgebieden met elkaar door middel van ecologische verbindingszones. Arno Teunissen, coördinator van het rapport ‘Toestand van de Natuur’ en projectleider Biodiversiteit bij de provincie Noord-Brabant legt uit: “Door bestaande natuurgebieden uit te breiden en met elkaar en met nieuwe natuurgebieden te verbinden, krijgen planten en dieren meer ruimte om zich te verplaatsen. Hierdoor vinden zij gemakkelijker voedsel en kunnen zij zich beter voortplanten.” Om een sluitend netwerk van natuurgebieden te realiseren, stimuleert de provincie ook andere partijen om nieuwe natuur aan te leggen. De provincie stelt daarvoor via het Groen Ontwikkelfonds Brabant geld en grond ter beschikking. De ambitie is om het Natuurnetwerk Brabant in 2027 volledig af te ronden.

Hydrologische maatregelen

Door de oorzaak van de verdroging aan te pakken, hoopt de provincie de daling van de biodiversiteit verder af te remmen. Teunissen: “Door minder water aan de bodem te onttrekken en door te zorgen dat de bodem meer water vasthoudt, kunnen we verdroging tegengaan. Dit laatste willen we bereiken door een effectief beheer van het waterpeil door de Waterschappen, de aanplant van meer loofbossen en het stimuleren van duurzame landbouw. Een gezonde vruchtbare bodem met veel organische stof is namelijk niet alleen van levensbelang voor de planten- en insectenpopulatie, maar houdt ook meer water en voedingsstoffen vast.” In het nieuwe Regionaal Water en Bodemprogramma, waarvan het ontwerp inmiddels is vast gesteld, staat hoe de provincie hier de komende jaren aan wil werken. Met als ambitie dat Brabant in 2050 een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem heeft dat bestand is tegen extremen.

Natura 2000-gebieden

Dieren en planten kennen geen grenzen. Daarom vindt de bescherming van de natuur niet alleen op provinciaal en landelijk, maar ook op Europees niveau plaats. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden in Europa. Brabant telt 21 van deze gebieden. Een groot deel van de Natura 2000-gebieden kampt met een overbelasting van stikstof door intensieve veehouderij, industrie en verkeer. Via de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS) probeert de provincie deze overbelasting terug te dringen.

Natuurinclusieve landbouw

Ruim de helft van Noord-Brabant bestaat uit landbouwgrond. Op een groot deel hiervan vindt intensieve landbouw plaats. “En juist deze intensieve landbouw draagt in belangrijke mate bij aan de stikstofbelasting van bodem, water en lucht”, legt Harrie Vissers, projectleider Natuurinclusieve landbouw bij de provincie Noord-Brabant, uit. “Met het project Natuurinclusieve landbouw, dat eind 2018 van start is gegaan, wil de provincie hier verandering in brengen. Bij natuurinclusieve landbouw staat de ecologie centraal. De boer maakt zo min mogelijk gebruik van kunstmest, bestrijdingsmiddelen en medicatie. Dit draagt bij een aan betere bodem-, lucht- en waterkwaliteit en zorgt voor meer biodiversiteit.”

Veel belangstelling

Het project Natuurinclusieve landbouw richt zich op boeren die hun hoofdinkomen uit de veehouderij halen en landbouwgrond in gebruik hebben. De animo voor het project is groot. Inmiddels hebben een kleine honderd Brabantse veehouders interesse getoond en zijn ruim vijftig omschakelplannen ingediend. Zij kunnen bij dit omschakelproces volgens Vissers rekenen op alle steun van de provincie. “De provincie stelt een ondernemerscoach ter beschikking die hen helpt om de mogelijkheden en consequenties van de beoogde omschakeling in beeld te brengen. Zij krijgen subsidie voor het opstellen van een businessplan en, op verzoek, begeleiding van een marktcoach voor de opstart van het verdienmodel uit het businessplan. Ook ondersteunt de provincie hen bij het verwerven van extra percelen grond voor een extensievere bedrijfsvoering. Tot slot is er nog een belangrijke incentive. Boeren die natuurinclusief werken, en aan alle voorwaarden voldoen, kunnen in aanmerking komen voor een vrijstelling van de regels voor de ammoniakreductie vanuit stallen in het kader van de interim-Omgevingsverordening. De exacte voorwaarden hiervoor worden op korte termijn door het provinciaal bestuur vastgesteld.”

‘Veehouderij met een groen randje’

Een van de bedrijven die subsidie kreeg van de provincie voor het opstellen van een businessplan Natuurinclusieve landbouw is Wilco Peeters van melkveebedrijf Poos. Peeters woont met zijn jonge gezin in Sint Anthonis. Hij heeft in totaal zo’n honderd koeien en vijftig stuks jongvee. De koeien lopen in de zomer in de wei, de pinken tot laat in de herfst. De ‘droge’ koeien (koeien met ‘zwangerschapverlof’ en oudere koeien) staan in ruime potstallen waarin zij zich vrij kunnen bewegen. De mest uit deze stallen bevat veel organische materialen en draagt hierdoor bij aan een hoge kwaliteit van de landbouwgrond. Tachtig tot negentig procent van de mest kan Peeters op zijn eigen land kwijt.

Op dit moment bezit Peeters 50 hectare eigen grond en pacht hij 15 tot 20 hectare aan losse percelen. “Pacht is altijd onzeker. Daarom ben ik in overleg met de provincie of ik andere percelen duurzaam aan mijn bedrijf toe kan voegen. Op deze extra grond kan ik dan het restant van de mest kwijt. Met deze grond gaan we extra akkerranden inzaaien en ook granen, luzerne, kruidenrijk grasland en voederbieten telen. Deze gewassen gebruiken we weer als voer en krachtvoer voor de koeien en daarmee is de kringloop rond.” Een uitbreiding van het aantal akkerranden heeft volgens Peeters nog meer voordelen. “In het kruidenrijke gras en in de graanranden broeden veel vogels en de bloemen trekken veel insecten aan. Daarnaast fungeren deze randen als een soort vangnet. Dit voorkomt dat eventuele bestrijdingsmiddelen of meststoffen in het water van de omliggende sloten terechtkomen.”

Label Binnenkort hoopt Peeters te horen of zijn bedrijf voldoet aan de voorwaarden voor Natuurinclusieve landbouw. Hij verwacht geen obstakels. “We zijn al geruime tijd bezig met een duurzame manier van landbouw bedrijven en voldoen aan alle voorwaarden.” Het ‘label’ is voor hem echter niet alleen een erkenning, maar ook noodzakelijk. “Het geeft vrijstelling van de regels die de provincie stelt aan de uitstoot van ammoniak vanuit stallen. Zonder een vrijstelling moeten we onze huidige stallen drastisch gaan verbouwen. Dit is niet alleen enorm kostbaar maar ook onnodig, want de mest uit onze strostallen draagt juist bij aan een betere bodemkwaliteit. Bovendien leveren onze huidige strostallen een belangrijke bijdrage aan het welzijn van onze dieren.”

Passie Ondanks dat het leven van een natuurinclusieve landbouwer niet altijd over rozen gaat, is zijn werk voor Peeters ook zijn passie. “Ik noem het zelf veehouderij met een groen randje. Het is geen vetpot, maar als de marktprijs voor melk een beetje meewerkt en we kunnen de kosten voor de aankoop van krachtvoer drukken door het zelf te telen, dan komen we redelijk rond.”