‘Innoveren zonder uit te breiden’


BEDRIJFSPROFIEL Stefan en Gea Thelosen hebben in Someren een kalverbedrijf met 1800 dieren. Het is een echt gezinsbedrijf waarbij hun vier kinderen regelmatig meewerken. Een paar kinderen zijn geïnteresseerd om het bedrijf straks over te nemen.

STALSYSTEEM: stalinnovaties voor kalveren

Agrariër Stefan Thelosen stak al heel vroeg zijn vinger op omdat hij nieuwe stalsystemen wilde testen. Op bezoek in Someren, waar ook projectleider Will van Hoof aanschuift. ‘Stefan wil investeren in een stalsysteem dat de emissie van ammoniak, methaan, geur en fijnstof vermindert én bijdraagt aan financieel rendement.’

Historische datum

Stefan Thelosen kan zich de historische datum nog precies herinneren: op 7 juli 2017 besloot Provinciale Staten van Provincie Noord-Brabant dat investeringen in emissiereductie naar voren moesten worden gehaald, van 2028 naar 2022 respectievelijk 2024. ‘Toen moest er dus echt wat gebeuren,’ zegt Thelosen. Zelf stak hij als een van de eersten zijn vinger op om te gaan experimenteren met nieuwe stalsystemen. Waarom? ‘We willen onze stallen uit de jaren tachtig vervangen door een emissiearme variant. Omdat de stallen bestaan uit kleine afdelingen, is het een interessante stal om onderzoek te doen. Ik had de hakken in het zand kunnen zetten en zeggen “We doen er niks aan”. Maar verduurzaming is een must, we moeten meeveren met de maatschappij en het draagvlak. Ik probeer dat zo in te vullen dat het voor iedereen te behappen is en iedereen normaal zijn werk kan blijven doen. Mijn vrouw en ik runnen samen dit bedrijf. Op termijn is het doel dat een van mijn kinderen het bedrijf overneemt. Ook daarom wil ik het bedrijf bij de tijd houden.’

Niet alleen

Stefan Thelosen staat er niet alleen voor. Hij wordt ondersteund door de Taskforce Toekomstbestendige Stallen (bestaande uit FME, BAJK, ZLTO, VNO-NCW, HAS en provincie). Er is ook een projectgroep en een klankbordgroep. ‘En daar fiets ik als projectleider doorheen,’ zegt Will van Hoof van adviesbureau Keigroen. Van Hoof werkt sinds de start van dit vernieuwingsproject – drie jaar geleden – samen met Thelosen, zodat hij aardig kan inschatten wat de agrariër in huis heeft: ‘Stefan heeft technisch inzicht en hij houdt van pionieren,’ zegt Van Hoof. ‘En wat mij heel erg opvalt, Stefan, is dat jij vanaf het begin al een visie had: “Daar wil ik naartoe”.’ Stefan Thelosen: ‘Je kunt uit meerdere systemen rendement halen, maar meestal moet je daarvoor je aantal dieren fors uitbreiden. Maar ik wil niet méér kalveren, ik wil ook niet meer personeel.’ Will van Hoof: ‘Ook dat is het nieuwe denken. Stefan wil binnen zijn bestaande bedrijf een rendabele investering doen.’

Verschillende systemen

Het eerste wat opvalt in Someren, is dat hier niet één innovatief stalsysteem voor de kalversector wordt getest, maar dat het er wel zes zijn, en zowel in ondiepe kelders met riolering als in diepe kelders met langdurige mestopslag. ‘We scheiden dunne en dikke fractie bij de bron,’ zegt Will van Hoof. ‘De dunne fractie is bijvoorbeeld in te zetten als kunstmestvervanger, de dikke fractie als mestkorrel die geld opbrengt. Stefan wil dus investeringen doen om de emissies te beperken, maar ook meststromen creëren die geld opleveren.’ Dit zijn de stalsystemen die getest worden: dagontmesting via urine doorlatende mestband en urineafvoer via rioolsysteem; opvangen van mest in ammoniakarme vloeistof; mest koelen in ondiepe kelder met rioolsysteem; mest koelen in permanente mestopslag; goed doorlatend rooster in combinatie met ondiepe kelder met rioolsysteem; een mestschuif in een afdeling waar de urine apart afstroomt en dikke fractie met de schuif buiten de stal wordt gebracht.

This video has been disabled until you accept marketing cookies.Manage your preferences here or directly accept targeting cookies

Uniek

De metingen die op de onderzoekslocatie in Someren worden gedaan, zijn ‘case/control’. Dit houdt in dat de metingen van de emissiereducerende systemen binnen hetzelfde bedrijf worden vergeleken met controleafdelingen zonder deze systemen. Will van Hoof: ‘We vergelijken hoe het vroeger was met hoe het kan worden. De aantallen kalveren en hun leeftijden zijn identiek in zowel de proef- als de controleafdelingen. Dat is uniek.’ Maar wat ze hier vooral doen, is verbeteren. Want innoveren is verbeteren. Steeds weer. Of zoals Stefan Thelosen het zegt: ‘Alles wat bij innoveren hoort, maken we hier mee: vallen en weer opstaan, maar wel steeds vooruitgang boeken.’ De ene keer ben je het systeem emissietechnisch aan het verbeteren, dan weer producttechnisch, zegt Will van Hoof: ‘We hebben met mestbanden gewerkt die te licht waren en daardoor kapot gingen. We hebben meegemaakt dat urine zich ophoopte, terwijl het doel juist is dat het versneld de stal uit gaat. En in de warme zomer van 2019 bleek dat in de afdelingen waar de mest gekoeld werd de koelcapaciteit onvoldoende was. Allemaal onvolkomenheden die we gaandeweg oplossen. De samenwerking met leveranciers is goed, met hun kennis kunnen we de stalsystemen verbeteren.’

Beter goed dan snel

En soms, bekent Stefan Thelosen, willen hijzelf en Will van Hoof te snel richting een oplossing. Een voorbeeld. ‘Op een gegeven moment zeiden wij tegen een leverancier: “Als je naspoelt met water, dan heb je veel sneller je emissiereductie bereikt.” Maar de leverancier wilde een zo zuiver mogelijk restproduct overhouden in beide reststromen zonder naspoeling met water.’ Lachend: ‘Gelukkig was deze leverancier eigenwijs.’ Will: ‘Zo zie je dat iedereen vanuit zijn eigen kracht aan de gang is. Uiteindelijk hebben we iets gevonden dat zelfs zonder water werkt. Wij wilden snel, want we krijgen subsidie en willen daarvoor iets goeds leveren. Maar tegelijkertijd is het goed om te werken aan de juiste innovaties.’

Innoveren kost tijd

Dat innoveren tijdrovend is, heeft nog een tweede reden, vertelt Stefan Thelosen: verbeteringen doorvoeren kan pas als de dieren de stal uit zijn ofwel als ze naar het slachthuis gaan. Thelosen: ‘Ik wil de dieren niet storen, ik laat ze met rust. Dus tot ze de stal uit gaan, moeten we geduld uitoefenen en eerst de nieuwe onderdelen installeren.’ Van Hoof: ‘Soms ben je dus zeven of acht maanden verder voordat je kunt ombouwen. Dan moeten wij gas geven om de stallen aan te passen. Sommige boeren haken daardoor af: het is een intensief proces.’ Stefan Thelosen vult aan: ‘Er zaten hier vaak meer dan tien man aan tafel tijdens zo’n ombouw van een stal. Ik laat die jongens echt niet buiten zitten of in een keet.’

Ondersteuning

Het testen van nieuwe stalsystemen is mogelijk gemaakt dankzij ondersteuning van de provincie en de Taskforce Toekomstbestendige Stallen. ‘De Taskforce speelt een goede rol,’ zegt Stefan Thelosen. Will van Hoof: ‘Het verminderen van de emissie in de stal is maar de helft van de oplossing. Vervolgens moeten we ervoor zorgen dat we de meststromen die hieruit voortvloeien tot waarde brengen.’ Thelosen: ‘Bij het stuk in de stal ondersteunt de Taskforce ons prima. De uitdaging voor de Taskforce is om ook aandacht te besteden aan het stuk vanaf de stal naar perceelbemesting: hoe kun je daar emissie reduceren? Ik ben daarom aangesloten bij het project Brabant Bemest Beter, waar mestverwaarding getest en onderzocht wordt.’

Geitenhouderij

Vanwege zijn ervaring met het vleeskalverenproject in Someren werd Will van Hoof door de Taskforce gevraagd om te bekijken of er ook oplossingen bedacht kunnen worden voor de geitensector. Die is met landelijk zo’n vierhonderd bedrijven geen grote emissiebron, maar ze levert wel een bijdrage. Van Hoof: ‘Daar wilde ik natuurlijk best over meedenken. Eind 2019 heb ik een ronde gemaakt langs leveranciers en geitenhouders om de belangstelling te peilen om combinaties van systemen te testen die de emissies beperken. Er was enthousiasme en de Taskforce steunde het van harte. De initiatieven worden nu verder ontwikkeld. Aanvankelijk wilde de provincie dat hetzelfde subsidiëren als bij de kalveren, maar inmiddels valt het project onder de landelijke ‘Subsidiemodules brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen’ (Sbv).