BEDRIJFSPROFIEL Varkenshouder William Meulendijks, 600 zeugen en 900 vleesvarkens, bedrijf is begonnen in 1978. STALSYSTEEM: Total Circulair Farmconcept (Kamplan)

‘In de stal moet het simpel zijn’


Hij had altijd al de ambitie om ‘iets’ te gaan doen met mestverwerking, ‘om daarvoor verantwoordelijkheid te nemen en dat goed op te lossen.’ Het Total Circulair Farmconcept biedt William Meulendijks de kans om zijn ambitie waar te maken. Dit systeem is straks uitvoerbaar in veel bestaande stallen.’

Ambitie

Hoe komt een innovatief stalsysteem tot stand? Als je William Meulendijks vraagt wat hem inspireerde om een innovatieve varkensstal te gaan ontwikkelen, hoeft hij geen seconde na te denken. ‘Dat was het besluit van Provinciale Staten in de zomer van 2017 om via een brongerichte aanpak 85 procent ammoniakreductie te realiseren.’ Zelf had Meulendijks altijd al de ambitie om ‘iets’ te gaan doen met mestverwerking, vertelt hij, ‘om daarvoor verantwoordelijkheid te nemen en dat goed op te lossen.’ Maar dat was lastig, want met zeshonderd zeugen en negenhonderd vleesvarkens is zijn bedrijf niet groot genoeg om in zijn eentje de mestverwerking om te zetten. ‘Maar ambitie had ik. Ik wist ook dat Kamplan, een bedrijf dat is gespecialiseerd in computergestuurde voersystemen en mestverwerking, een idee had en daar zelfs prijzen mee had gewonnen. Maar waar zij tegenaan liepen, was dat het goedgekeurd krijgen van een innovatief stalsysteem veel geld kost, omdat het allemaal bemeten moet worden, terwijl je er geen octrooi voor kunt krijgen.’

Krachten bundelen

Samen met WUR en DLV [agrarisch adviesbureau, red.] zocht Meulendijks naar de mogelijkheden van het Total Circulair Farmconcept, zoals het systeem heet. Tijdens dat proces was er contact met de provincie, de Taskforce Toekomstbestendige Stallen en zijn er twee andere varkenshouders aangesloten: “Kunnen we wellicht krachten bundelen?” ‘In je eentje kost het minimaal twee jaar om het systeem te ontwikkelen en te laten bemeten,’ weet William Meulendijks. ‘Dus om het tempo erin te houden, hebben we gekozen voor drie ondernemers.’ De provincie Noord-Brabant verleende een subsidie van 4,4 miljoen euro aan de drie varkenshouders Meulendijks (Deurne), Van Lamoen in Oss en Van den Brand in Hoeven. De drie ondernemers realiseren en testen het systeem op hun bedrijf met veel aandacht voor de praktische haalbaarheid en het meten van de emissiewaarden. ‘Ik vind het heel goed dat er in Brabant met meerdere innovatieve stalsystemen wordt geëxperimenteerd,’ zegt Meulendijks. ‘Zelf houd ik er niet van om heel veel bewegende techniek in de stal te hebben. In de stal moet het simpel zijn. Dit systeem is straks uitvoerbaar in veel bestaande stallen, vandaar dat ik het zo mooi vind.’

Gewoon toilet

Hoogste tijd om eens te kijken hoe het Total Circulair Farmconcept in elkaar steekt. Het werkt anders dan een regulier varkensbedrijf, waar de mest en urine van het varken worden verzameld in de mestkelder onder de stal, waardoor via chemische en biologische reacties ammoniak, methaan en geur ontstaan. De innovatie van Kamplan begint met het feit dat er permanent vloeistof in de mestkelder staat. De mest en urine belanden in deze vloeistof (net als in een gewoon toilet). De vloeistof, mest en urine worden regelmatig via een geautomatiseerd pompsysteem naar een installatie gebracht op het varkensbedrijf zelf. Hier wordt de dikke fractie eruit gehaald. Twee tanks zetten de stikstofverbindingen via nitrificatie en denitrificatie om naar een waterige vloeistof, die gebruikt wordt om de stallen te spoelen. De vloeistof gaat vervolgens terug naar de opvang onder de stal (vandaar ‘circulair’). Het systeem werkt compleet geurloos en ook het zuiveren van de vloeistof veroorzaakt geen overlast voor de omgeving. Om de ammoniakemissie met 95 % te verminderen zijn ook de roosters aangepast. De dikke fractie wordt als meststof gebruikt door akkerbouwers in Frankrijk, vertelt William Meulendijks. ‘Mijn leverancier rijdt de mest op maat naar Frankrijk, en hij neemt stro mee terug plus granen die wij gebruiken als veevoer. Hij rijdt dus altijd met een volle vrachtwagen.’

This video has been disabled until you accept marketing cookies.Manage your preferences here or directly accept targeting cookies

Goede combinatie

William Meulendijks is open en eerlijk over de hoeveelheid tijd en energie die het pionieren met dit systeem kost: ‘Dat is véél, hoor! Ik vind techniek gelukkig leuk, anders had ik er niet aan moeten beginnen. Want de hoeveelheid werk valt me wel wat tegen. Met name het finetunen van de software van het pompsysteem en het oplossen van tegenvallers kosten tijd. Ik heb weliswaar een technische achtergrond en ik werkte acht jaar in de kantoorautomatisering, maar zelf software ontwikkelen is voor mij een brug te ver. Maar ik snap wel wat degene die de software ontwikkelt doet, dus samen vormen we een goede combinatie. Alleen is hij niet de hele dag hier, ik moet mijn wensen en aanpassingen dus elke keer goed overbrengen. En dan zijn er nog altijd dingen die we over het hoofd zien en die bijgestuurd moeten worden. Het idee is dat het systeem straks makkelijk te kopiëren is door andere boeren.’ Lachend: ‘Niet elke boer wil bioloog worden, zoals ik het eerste half jaar wel zo ongeveer was. Het is aan mij als ondernemer en aan Kamplan als bedenker van het systeem om iets te ontwikkelen dat anderen makkelijk kunnen gebruiken. Dat ze maar op start hoeven drukken en het werkt. En dat de computer zelf bijstuurt. Het proces moet beheersbaar en controleerbaar zijn.’

Niet meer denken in aantallen

Over zijn toekomstplannen is William Meulendijks duidelijk. Hij heeft helder voor ogen waar hij met zijn bedrijf naartoe wil. ‘Ik wil een toekomstbestendig varkensbedrijf worden. De omvang is van minder groot belang. Vroeger wilde ik duizend zeugen op een gesloten bedrijf, maar dat heb ik losgelaten. Ik denk niet meer in aantallen. Wat ik wil, is verantwoord produceren, kostprijsgericht, en er een boterham aan overhouden. Ik heb geen zin meer om altijd achter de rest aan te lopen om te zien of ik er iets aan overhoud." "De prijs hebben we nog niet in de hand, maar de kosten kunnen we wel vergaand beïnvloeden, zodat we niet meer afhankelijk zijn van externe factoren. Ik wil die kostprijs zelf zo laag mogelijk kunnen houden. Daar geloof ik in. Als mijn varkens beter groeien en gezonder zijn doordat de ongezonde lucht uit de stallen is, dan kunnen we daar wellicht ook een verdienmodel aan hangen. Maar eerst gaan we zorgen dat dit systeem optimaal functioneert.’ Als de verwachtingen van Meulendijks en Kamplan uitkomen, levert dat systeem straks 85 procent stikstofreductie op, 90 procent minder methaan en 60 procent minder geur. ‘Dat zijn mooie cijfers, maar we moeten nu bewijzen dat het kan. In de loop van 2021 start Wageningen Universiteit met bemeten.’