‘Innoveren moet je doen’


BEDRIJFSPROFIEL Twan van den Heuvel kocht zijn bedrijf 26 jaar geleden, en begon met 180 zeugen. Nu telt zijn zeugfokbedrijf 1300 zeugen, met als doel 1500. Hij verkoopt zowel fokzeugen als vleesvarkens.

STALSYSTEEM: Gekoelde mestpan

De brongerichte aanpak past Twan van den Heuvel in Elsendorp al 26 jaar toe, zegt hij alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Het werken met het gekoelde mestpansysteem past daar perfect in. ‘Voorloper ben ik alleen in de dingen waar ik vertrouwen in heb.’

Fan van innoveren

Wie een tijdje heeft zitten luisteren naar Twan van den Heuvel (51), realiseert zich dat we hier te maken hebben met een fan van innoveren. En dan niet innoveren om het innoveren, maar innoveren om er als varkenssector daadwerkelijk beter en duurzamer van te worden. ‘Voorloper ben ik alleen in de dingen waar ik vertrouwen in heb,’ vat Twan van den Heuvel zijn filosofie treffend samen. Hoe dat komt? ‘Dat komt vooral doordat mijn bedrijf in stappen is gegroeid,’ denkt hij zelf. ‘Daardoor werd ik gedwongen om telkens weer na te denken over de slimste manier om uit te breiden en om die volgende stap te zetten.’ Vóórdat de luchtwassers hun intrede deden, werkte Van den Heuvels bedrijf altijd al met een brongerichte aanpak. Destijds verminderde die de uitstoot van ammoniak echter met ‘slechts’ zestig procent. Toen de norm voor ammoniakreductie werd opgeschroefd naar 85 procent, ontkwam Van den Heuvel niet aan het plaatsen van luchtwassers. Maar dat was slechts tijdelijk. Want toen duidelijk werd dat luchtwassers niet het ei van Columbus zijn, verschoof de aandacht van overheid en politiek weer naar het innoveren van stalsystemen en de brongerichte aanpak. Twan van den Heuvel sprong er gretig op in. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Toen het over innovatieve stalsystemen ging, had ik daar ook ideeën over.’

Voorloper

Hij kwam uit bij het gekoelde mestpansysteem. Waarom koos Twan van den Heuvel vol overtuiging juist hiervoor? Dat is te danken aan twee dingen, vertelt hij: ten eerste zijn contacten met een leverancier en ten tweede aan zijn eerdere goede ervaringen. Die leverancier is degene die enkele jaren geleden een warmtepomp installeerde in Elsendorp voor de vloerverwarming van Van den Heuvels kraamhokken. ‘Die pomp koelt en verwarmt tegelijk, want alle energie die we overhouden van het koelen gebruiken we meteen in de kraamstallen om daar de vloeren te verwarmen,’ vertelt Van den Heuvel. ‘Zo slaan we twee vliegen in één klap.’ Op een dag attendeerde de producent van de warmtepomp Van den Heuvel op het feit dat zij ook de gekoelde mestpan maken. Daar had de agrariër meteen oren naar. ‘In de gekoelde mestpan had ik vertrouwen omdat wij van oudsher veel ervaring hadden met ondiepe mestputten, het goed schoonmaken ervan, met frequent aflaten en elke week mest afvoeren. Het zijn allemaal dingen die aansluiten bij de brongerichte gekoelde mestpan. Bovendien is dit het enige systeem waarmee je zonder luchtwasser 85 procent ammoniakreductie realiseert in de kraamstal.’ Van den Heuvel kon de gekoelde mestpan in maart 2020 installeren en maakte daarbij gebruik van de First Movers-regeling, de provinciale subsidie voor toekomstbestendige stalsystemen. ‘Ik zal niet zeggen dat ik het zonder de regeling niet had gedaan, maar het maakte de beslissing wel makkelijker. Die aanvraag is heel soepel verlopen en we zijn erg blij met het resultaat. De temperatuur blijft goed en het klimaat in de stal is prima. Dat is goed voor de dieren en voor onszelf.’

Bak met koelelementen

Zoals gezegd is er nog een tweede reden voor zijn overstap: het werken met koeling is niet helemaal vreemd voor Twan van den Heuvel. De afgelopen jaren werkte zijn bedrijf hier al mee in de stal. Het gaat om een grote bak onder een kraamhok waar de dikke en de dunne fractie gescheiden worden opgevangen gedurende tien dagen. Dan is deze bak gevuld en wordt de mest afgevoerd. Onder deze bak hangen koelelementen, zodat de mest nooit warmer wordt dan vijftien graden Celsius en er dus ook geen omzetting plaatsvindt naar ammoniak en methaan. De bak haalde warmte uit de mest en creëerde zo een koude toplaag, wat uiteraard leidde tot een lagere ammoniakuitstoot. De gekoelde mestpan is een afgeleide van deze bak. Het verschil is dat de koelelementen aan de onderkant van de mestpan de hele bak mest koelen. Zo blijft alle mest vers.

Een bijkomend voordeel is dat de gekoelde mestpan zich in enkele jaren terug verdient door de besparing op energie.

Andere categorieën

Twan van den Heuvel gelooft heilig in dit systeem. Als je hem vraagt naar eventuele nadelen of verbeterpunten, blijft het stil. ‘Dit bedrijf is nu klaar voor de toekomst. Hier kan ik vooruit zolang ik gezond blijf.’ De enige verandering waaraan Van den Heuvel werkt, is uitbreiding. Want als iets goed werkt, moet je het vooral op meer plekken proberen toe te passen, vindt hij. Dus nu overtuigend is aangetoond dat de gekoelde mestpan werkt bij kraamzeugen, wil Twan van den Heuvel hem doorontwikkelen voor andere categorieën varkens. Daarom heeft hij samen met collega-varkenshouder Kees van der Meijden (Oirschot) – die de Brabantse primeur had met de gekoelde mestpan – een subsidie aangevraagd via de Rijksregeling Sbv. Op beide locaties willen ze na een verbouwing de gekoelde mestpan ook gaan inzetten bij speenbiggen en vleesvarkens. ‘Ook voor de nieuwbouwstal met dragende zeugen hebben we nu een subsidieaanvraag gedaan, die willen we straks ook volgens hetzelfde principe met een mestpan koelen. Alleen moet daar nog gemeten worden of we voldoende reductie halen.’

Mestverwerking meenemen

Met al zijn kennis en ervaring van innoveren en van de varkenssector is Twan van den Heuvel intussen van een aantal dingen overtuigd. Zoals dit: een brongerichte aanpak kan alleen werken als je daarin ook mestverwerking meeneemt. Dus niet alleen dikke en dunne fractie zo vroeg mogelijk scheiden, maar vervolgens ook zorgen dat je de afvoer of verwerking slim aanpakt. ‘Als je de mest vanuit de stal in een grote silo pompt, dan vindt in die silo de eerste omzetting plaats. Dat schiet niet op. Ik heb dus altijd gepleit voor mestverwerking die aansluit bij de brongerichte aanpak. Als we mest kunnen leveren die al in de put weinig omzetting heeft gehad, dan is die kwalitatief beter en makkelijker te verwerken. Grootschalige mestverwerking zoals wij het nu doen betekent dat de mest met een vrachtwagen wordt opgehaald en naar de fabriek gaat. Daar wordt de mest uit elkaar gehaald. Dan heeft er dus nog nergens omzetting plaatsgevonden en is er sprake van maximale mineralen in het eindproduct. Ik zie de brongerichte aanpak zitten, maar de mestverwerking is eigenlijk nóg belangrijker.’

Dingen mislukken

En dan is er nóg één ding wat Twan van den Heuvel als fan van innoveren graag wil meegeven, namelijk dat innovatief-zijn leuk is, maar het kost soms wel veel tijd. ‘Innoveren staat voor dingen proberen en dat dingen mislukken,’ zegt de nuchtere agrariër. ‘Maar in Nederland willen we van tevoren 110 procent zeker weten dat de beoogde doelen gehaald worden. Maar volgens mij is het dan geen innoveren meer. Ik pleit ervoor om dus gewoon te beginnen. Wat eruit komt, komt eruit. En als het doel niet wordt gehaald, plaats je alsnog een luchtwasser. Dat is dan je back-up. Prima. Maar dan ben je wel aan de gang. Nu wordt er echter heel veel gepraat en te weinig gedaan. Als een “innovatie” al precies aangeeft waar je uitkomt, is het geen innovatie meer. Als je zekerheid wilt, moet je niet gaan innoveren.’