Jeanne Soetens en Bert Vervoort

Boomkikkerkoor kwaakt weer, dankzij Jeanne en Bert

Tien jaar nadat-ie bijna uit Brabant was verdwenen, is de boomkikker weer bezig aan een opmars. Dat is mede de verdienste van Jeanne Soetens en Bert Vervoort. Als vrijwilligers helpen zij mee met het tellen en lokaliseren van de diertjes in natuurgebied de Mortelen, tussen Boxtel en Best. De biotoop van de boomkikker profiteert daar ten volle van.

Nee, ze zijn niet getrouwd. “We zijn een setje, maar geen stel”, zegt Jeanne (72). Ze noemt Bert ook weleens haar veldmaatje. Al dertig jaar trekken ze samen de bossen en velden in. Even lang zijn beiden lid van de heem-natuurgroep in hun woonplaats Sint-Oedenrode, en inmiddels ook een kwart eeuw van de Natuurwerkgroep Liempde.

Bij Brabants Landschap kennen ze dit duo maar al te goed. In 2005 vroeg de natuurorganisatie of ze mee wilden helpen bij het inventariseren van wat er zich zoal bewoog over natuurbrug Het Groene Woud. Dit ecoduct over de snelweg A2 tussen Boxtel en Best was net dat jaar opgeleverd. “Bij Brabants Landschap wisten ze dat wij overal een beetje verstand van hebben”, verklaart Bert (70). “Het was de eerste brug met een natte zone, waar ook amfibieën overheen kunnen trekken.”

Zo’n vier jaar hebben ze geholpen met inventariseren. Jeanne: “We gingen ’s zomers en ’s winters naar de natuurbrug. Na die periode wilden we eigenlijk een sabbatical van een jaar nemen, om wat oude bezigheden op te pakken. Het is er nooit van gekomen, want Brabants Landschap kwam alweer met een nieuwe klus: boomkikkers tellen”.

Kwijnende populaties

Dat beestje dreigde in 2010 te verdwijnen uit Brabant. Er waren slechts drie kwijnende populaties over: in De Brand en de Leemkuilen (bij Udenhout) en op de Molenschotse Heide (vliegbasis Gilze-Rijen). Plannen werden gemaakt voor een herintroductie van de boomkikker. Uit een provinciale studie kwam naar voren dat een van de gunstige locaties hiervoor natuurgebied de Mortelen was, op een steenworp afstand van het ecoduct.

Juist bij die natuurbrug hadden Jeanne en Bert hun liefde voor amfibieën ontwikkeld. Bij het tellen van diersoorten kwamen ze al onder meer kamsalamanders en bruine en groene kikkers tegen. De vraag om boomkikkers in de Mortelen te tellen was dan ook niet aan dovemansoren gericht. “We hielpen direct mee bij het uitzetten van de eerste boomkikkers”, vertelt Jeanne. “Daarna kregen we routes om voor drie uitzetgebieden bij te houden waar ze bleven.” Dat doen zij van maart tot en met oktober. “Die routes zijn uiteindelijk wel vervallen omdat de kikkers zich steeds verder verspreidden, wat ook de bedoeling is.”

Pionier

Wat er zo bijzonder is aan dit beestje? De aanwezigheid ervan zegt veel over de kwaliteit en biodiversiteit van een natuurgebied. Het is als het ware een pionier, een vlaggenschip. In de voetsporen van de boomkikker treden weer veel andere bijzondere soorten, zoals de kleine ijsvogelvlinder. “Maar ze zijn ook goed zichtbaar en benaderbaar”, weet Bert. “Je kunt ‘m bijna aaien.” Kenmerkend is de heldere, groene kleur en het ontbreken van vlekken of strepen. Aan zijn pootjes zitten zuignapachtige hechtschijfjes, waarmee hij in de takken klimt.

Het liefst zitten de grappige groene diertjes – net iets kleiner dan de gewone kikker - in het zonnetje op het blad van een braamstruik. Daarom is het tellen ervan zeker geen straf, zegt Jeanne lachend. “Het is mooi-weer-werk. Hoewel je af en toe ook ’s nachts op pad moet.” Als in de paartijd namelijk de duisternis invalt, zet het ‘mannenkoor’ van boomkikkers een hard en ritmisch gekwaak in: krèk-krèk-krèk. Ideaal voor de twee tellers om hun werk te doen. Maar na het ingaan van de zomertijd zijn ze daar in april tot wel een uur ’s nachts mee bezig.

Enkele duizenden

“Op een gegeven moment is er ook zoveel herrie, dat je niet meer weet of het er nou veertig of tachtig zijn. Dat is ook niet zo belangrijk, áls ze er maar zitten”, geeft Bert aan. Want het gaat volgens hem hartstikke goed met de boomkikkers in de Mortelen. Hij schat in dat er inmiddels enkele duizenden zijn. Hun beoogde verplaatsing, naar het Dommeldal in het oosten en Kampina in het westen, is inmiddels op gang gekomen. Voor de twee is het daarom zaak om te monitoren welke poelen in het buitengebied het goed doen en welke niet.

De gegevens die zij verzamelen worden door ecologisch adviesbureau Natuurbalans-Limes Divergens letterlijk in kaart gebracht. Op basis daarvan kan Brabants Landschap beheermaatregelen nemen. Als een poel bijvoorbeeld te diep is, trekt dat te veel predatoren aan die het op de boomkikker of hun eieren en larven hebben voorzien. Of misschien moet er ergens juist een extra waterpartij komen. Zo werden in het najaar van 2017 in de Mortelen liefst 21 ondiepe ‘boomkikkerlaagten’ aangelegd.

Waardering

Jeanne en Bert voelen de grote waardering die er voor hun werk is. Die is trouwens wederzijds. “Wij voelen ons heel erg thuis bij het team hier. Het is een hechte club”, zegt zij. De afgelopen tien jaar zijn ze bovendien verslingerd geraakt aan dit authentieke, kleinschalige landschap. “Die kikkers zijn leuk, maar we kijken eigenlijk naar alles wat we tegenkomen. Er is hier een grote soortenrijkdom aan planten en beesten.” Naast de al genoemde kleine ijsvogelvlinder vind je er ook de hazelworm, zwartblauwe rapunzel en kleine harsbij. In de leembossen van de Mortelen blijft het water hangen in de kalkrijke leem. Dat levert een unieke voorjaarsflora op, met onder meer slanke sleutelbloemen en bosanemonen.

Uren kunnen beiden er struinen door de velden, met de koffiekan in de rugzak. Ze noemen het pure ontspanning. Maar ze zijn niet de enigen. “Inmiddels komen er steeds meer natuurliefhebbers en fotografen af op de boomkikkers. Want als één lid van een fotoclub een mooie foto daarvan heeft gemaakt, staat niet veel later de hele club hier”, heeft Bert ervaren. De twee verzorgen ook excursies aan natuurclubs en geven lezingen over amfibieën en boomkikkers. “Al liggen die nu door corona stil”, geeft Jeanne aan.

Binnenkort kunnen zij en Bert hun hart weer ophalen, want eind maart vertoont de boomkikker zich weer ‘in het openbaar’. Hoe lang ze hier nog mee door willen gaan? “Zolang we gezond blijven”, roepen de veldmaatjes in koor.

15 maart 2021 Tekst: Tim Durlinger Foto's: Marc Bolsius

Deel op social media