2. Algemene randvoorwaarden

Coronaproof met bewoners in gesprek om inzicht te krijgen in de wensen, drempels en behoeften van bewoners rondom verduurzaming.

Om een project voor een inclusieve energietransitie op te starten, zijn verschillende randvoorwaarden essentieel om rekening mee te houden en voorafgaand aan projecten goed te regelen. Deze randvoorwaarden ontstonden vanuit de leerlessen en inzichten rondom de vier gemeentelijke EVI-pilots. We hebben de randvoorwaarden onderverdeeld in vier subthema’s die als checklist gebruikt kunnen worden.

1. De contextuele randvoorwaarden

Om tot een goed project rondom inclusieve energietransitie te komen, is het van belang om zicht te hebben op wat er al bekend is rondom deze thematiek. Welke oplossingen zijn al voorhanden? En wat is er mogelijk op het gebied van financiering? Dat is immers één van de meest complexe vraagstukken rondom de inclusieve energietransitie.

Aanbevelingen:

  • Verdiep je in (landelijke en lokale) ontwikkelingen rondom de inclusieve energietransitie. Bijvoorbeeld over aardgasvrije wijken of de Brabantse energietransitie.
  • Verdiep je in mogelijkheden tot financieringsconstructies voor kwetsbare huishoudens, zowel landelijke als lokale wet- en regelgeving en bijbehorende subsidiemogelijkheden.
  • Verdiep je in de mensen in de wijk en wat er al wordt gedaan in de wijk, bijvoorbeeld via wijkteams.

“Mensen met een smalle beurs meenemen in de energietransitie is een ingewikkelde opgave. Met wat kleine aanpassingen van het bestaande systeem redden we het niet. Er is een grotere omslag nodig. Er zijn veel facetten die een rol spelen.” Gemeente 's-Hertogenbosch – projectleider

This video has been disabled until you accept marketing cookies.Manage your preferences here or directly accept targeting cookies

2. De organisatorische randvoorwaarden

Het is belangrijk dat het thema inclusieve energietransitie als bestuurlijk aandachtsveld binnen de (gemeentelijke) organisatie wordt benoemd en dat deze als integrale opgave op de lokale agenda staat. Tevens is het belangrijk dat er aangesloten wordt op het bestaande energie- en armoedebeleid. Zowel de technische kant vanuit het energiedomein, als het sociale domein met kennis over de doelgroep, zullen bereid moeten zijn en de ruimte moeten krijgen om aan deze opgave te werken en van elkaar te leren.

Aanbevelingen:

  • Zorg voor een bestuurlijke bevoegdheid en een integrale bestuurlijke agendering.
  • Zorg voor een integrale agendering en voor samenwerking aan de opgave binnen de gemeente: o Denk na welke domeinen betrokken moeten worden bij de (inclusieve) energietransitie (bijvoorbeeld energie, sociaal, wonen, ruimtelijke ordening en ontwikkeling); o Breng de geschotte budgetten van domeinen bij elkaar, zodat de opgave integraal kan worden opgepakt.
  • Garandeer de volgende aspecten bij de betrokken domeinen: o Tijd: projecten duren veelal langer dan voorafgaand gedacht en zijn deels niet te plannen. Zorg dat betrokkenen voor een langere periode aangehaakt zijn. o Capaciteit: de complexiteit rondom de opgave vraagt om ruimte om door een gedreven team hier voor langere tijd samen mee aan de slag te gaan. o Middelen: om een passende aanpak met de doelgroep vorm te geven. Het kost tijd en energie om op een goede manier met bewoners in contact te komen en een vertrouwensband op te bouwen en te onderhouden. Echter, het vergroot het draagvlak en de slagingskans aanzienlijk.
  • Zorg dat essentiële (lokale) stakeholders (zoals de woningcorporatie, aannemer, et cetera) vooraf aangehaakt zijn aan het project (qua rol, tijd, capaciteit, middelen en inzet).
  • Externe inhuur bij een gemeente moet een goede inbedding in de organisatie krijgen door ‘letterlijk’ een plek te krijgen binnen de organisatie.

3. De randvoorwaarden voor het projectteam

Ambtenaren van verschillende domeinen (en externe stakeholders) moeten actief participeren in het project. Hierbij is het belangrijk dat zij in staat zijn om over hun eigen domein en hun eigen taken heen te organiseren en te handelen. Wederzijdse afhankelijkheid, openstaan voor andere perspectieven en kennis van anderen en een actieve deelname in een projectteam zijn van belang.

Aanbevelingen:

  • Zorg voor een integraal, vooraf aangehaakt projectteam.
  • Garandeer de AVG binnen het projectteam (het delen van persoonlijke gegevens van bewoners), door iemand hierbij te betrekken die over dit onderwerp verstand van zaken heeft en die weet wat wel en niet mag.
  • Denk na wie er qua kennis en capaciteiten in de projectgroep moeten participeren.

Bijvoorbeeld qua kennis:

  • Technische energiekennis / kennis over energietransitie in de gebouwde omgeving;
  • Sociale kennis over (het in contact komen met) de doelgroep;
  • Kennis over de samenstelling van en lopende initiatieven in de wijk. Sleutelfiguren die kennis hebben van de capaciteiten en intenties van bewoners;
  • Kennis van financieringsconstructies.

Bijvoorbeeld qua capaciteiten:

  • Goede onderlinge contacten en kruisbestuivingen over de domeinen heen;
  • Aangehaakte projectleden met affiniteit met het onderwerp, de doelgroep en met afgebakende taken;
  • Vertrouwen;
  • Duidelijke afspraken.

“Dit onderwerp kunnen wij eigenlijk niet meer loslaten. Dat was voor mij de reden om persoonlijk betrokkenheid te tonen. Het is noodzakelijk om de juiste mensen met de beste interesses te hebben. Je moet net de juiste poppetjes op de juiste plek hebben” Gemeente Breda – Beleidsmedewerker Sociaal

De vier pilotgemeenten deelden op regelmatige basis kennis en ervaring in de Community of Practice.

4. De randvoorwaarden voor het project

Om tot een effectief project te komen, zijn een aantal aspecten belangrijk. Op wie richt het project zich, wie zijn deze huishoudens? Zijn er lokale, collectieve projecten waarop aangesloten kan worden qua timing en planning? Het blijkt namelijk dat collectieve projecten, zoals renovatie- of groot onderhoudsplannen van een woningcorporatie, (riool)onderhoud in een buurt of wijkaanpakken, een goede aanleiding zijn om in contact te komen met mensen en hen mee te nemen in de inclusieve energietransitie. Aanbevelingen:

  • Breng voorafgaand aan het project in kaart wat mogelijke risico’s en belemmeringen kunnen zijn van het project. Bijvoorbeeld op het gebied van financiering, organisatie, sociale aspecten of wet- en regelgeving.
  • Stel voorafgaand aan het project de doelgroep vast: denk aan huur/particulier, locatie, inkomenspositie en opleidingsniveau, gezinssamenstelling, culturele diversiteit, leeftijd, historie met de gemeente en/of andere instellingen en aantal huishoudens.
  • Zorg dat de planningen van wijkgerichte gemeentelijke en die van de projecten van woningcorporaties gedeeld en op elkaar afgestemd worden.
  • Zorg dat de mogelijkheden voor financiering vanuit de gemeente voorafgaand aan het project in kaart zijn gebracht. Wat is het beschikbare budget voor bijvoorbeeld advisering, ondersteuning of facilitering van huishoudens (met een smalle beurs)?
  • Tijdens de uitvoering van het project is een intensieve, regelmatige samenwerking met korte lijntjes binnen het projectteam en met (externe) stakeholders van belang. Visualisaties kunnen helpen om het projectteam te ondersteunen.

“Er is nog geen goede en duidelijke zakelijke afweging te vinden. Het is een moeilijk vraagstuk om op korte termijn in de huidige (ik) cultuur op te lossen.” Gemeente 's-Hertogenbosch – projectleider